<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:3381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-10T09:44:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.331.780</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3381">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-10T09:44:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3381 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-05-2024 / Wahv 200.331.780</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:3381:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd, maar geen proceskostenvergoeding toegekend. Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter in zoverre en kent alsnog een vergoeding toe voor de in de fase bij de kantonrechter gemaakte proceskosten. Ook de in hoger beroep gemaakte proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking, zij het met wegingsfactor 0,25, nu de betrokkene in deze fase slechts voor wat betreft de proceskostenvergoeding in het gelijk wordt gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:3381:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.331.780/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 239506290 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 16 mei 2024</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 14 augustus 2023, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “Als bestuurder van voertuig rijden, terwijl deze niet is voorzien van noodzakelijke spiegels die aan de eisen voldoen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 februari 2021 om 01:24 uur op de Valeriaan in Boskoop met het voertuig met het kenteken [kenteken] . </para>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter heeft de sanctie gematigd tot een bedrag van € 112,50 wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting.</para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde stelt zich ten eerste op het standpunt dat de inleidende beschikking (geheel) moet worden vernietigd. Hij voert daartoe aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu de betrokkene de gedraging bestrijdt en uit de verklaring van de ambtenaar niet kan worden afgeleid dat met het voertuig van de betrokkene werd gereden. De kantonrechter heeft dat volgens hem miskend.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Bij de stukken van het dossier bevindt zich een zaakoverzicht met de verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd. Deze verklaring houdt in dat hij heeft gezien dat de spiegel van het voertuig van de betrokkene vol zat met duct-tape en alleen nog maar aan de bedrading hing. Ook is vermeld dat de ambtenaar foto’s van de spiegel heeft gemaakt en foto’s heeft bijgevoegd.</para>
    <para />
    <para>5. In hoger beroep is door de advocaat-generaal een aanvullend proces-verbaal overgelegd, waarin de ambtenaar zakelijk weergegeven en voor zover relevant verklaart dat hij heeft gezien dat de betrokkene met bovengenoemd voertuig heeft gereden, terwijl de spiegel van dat voertuig eruitzag zoals in het zaakoverzicht is omschreven.</para>
    <para />
    <para>6. Nu de ambtenaar in een aanvullend proces-verbaal heeft verklaard dat hij de betrokkene met het betreffende voertuig heeft zien rijden, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. In zoverre kan de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd, zij het met verbetering van gronden, nu het hof, anders dan de kantonrechter, beschikt over een aanvullend proces-verbaal.</para>
    <para />
    <para>7. Voorts voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte het verzoek tot toekenning van een proceskostenvergoeding heeft afgewezen. Er bestaat ook aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken indien ambtshalve is geconstateerd dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, aldus de gemachtigde.</para>
    <para />
    <para>8. Deze grond treft doel. Het hof stelt daartoe vast dat de kantonrechter -terecht- heeft geconstateerd dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en op grond daarvan het sanctiebedrag heeft gematigd met 25% (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Dat betekent -onder verwijzing naar ov. 26 van dat arrest- dat de proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij op het verzoek om een proceskostenvergoeding is beslist vernietigen en aan de betrokkene de hierna vermelde proceskostenvergoeding toekennen.</para>
    <para />
    <para>10. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter dient in totaal 1 punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast.</para>
    <para />
    <para>11. In de fase van het hoger beroep, waarin de betrokkene slechts in het gelijk wordt gesteld voor wat betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding, wordt wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Hier komt het indienen van een hoger beroepschrift, waaraan een punt moet worden toegekend, voor vergoeding in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>12. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 656,25, namelijk (1 x € 875,- x 0,5) + (1 x € 875,- x 0,25).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 656,25.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige, met verbetering van gronden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>