<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:2901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T08:31:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.334.509</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2901">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T08:31:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2901 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-04-2024 / 200.334.509</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:2901:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek opheffing bewind wordt afgewezen. Betrokkene heeft onvoldoende zicht op financiële huishouding. Bovendien heeft betrokkene juist nu bescherming nodig, omdat zij is gehuwd en zij met haar echtgenoot een woning heeft gekocht. Dit geldt temeer nu betrokkene nog steeds aankopen op afbetaling doet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:2901:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.334.509</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Overijssel 10521884)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 25 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep, </para>
      <para>verder te noemen: [verzoekster] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.G. van Ek te Heerlen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de echtgenoot]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>verder te noemen: [de echtgenoot] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [dochter1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verder te noemen: [dochter1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [dochter2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats2] ,</para>
      <para>verder te noemen: [dochter2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de zoon]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats3] ,</para>
      <para>verder te noemen: [de zoon] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [dochter3]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verder te noemen: [dochter3] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>kantoor houdende te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen: de bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, zittingsplaats [woonplaats1] , team Toezicht - Bewindsbureau) van 25 oktober 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het beroepschrift met producties, ingekomen op 10 november 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 9 april 2024 plaatsgevonden. Aanwezig waren: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de echtgenoot] , </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de bewindvoerder. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verzoekster] is geboren [in] 1967. [de echtgenoot] is de echtgenoot van [verzoekster] en [dochter1] , [dochter2] , [de zoon] en [dochter3] zijn haar kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De goederen die aan [verzoekster] (zullen) toebehoren staan sinds 2007 onder bewind. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoekster] heeft diverse malen om opheffing van het bewind verzocht. </para>
        <para>Bij beschikking van 1 april 2022 heeft de kantonrechter een verzoek tot opheffing van het bewind afgewezen en overwogen dat de komende twee jaar geen nieuwe opheffingsverzoeken in behandeling zullen worden genomen wanneer er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] om het bewind op te heffen afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [verzoekster] is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. [verzoekster] verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, het bewind op te heffen dan wel een beslissing te nemen als het hof juist acht. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        [verzoekster] voert in hoger beroep allereerst aan dat haar verzoek in eerste aanleg ten onrechte is afgewezen zonder haar te horen. [verzoekster] heeft gelijk dat zij in eerste aanleg over haar verzoek door de kantonrechter had moeten worden gehoord, maar dat kan niet leiden tot gegrondverklaring van het hoger beroep. De procedure in hoger beroep strekt er mede toe eventuele onvolkomenheden uit de eerste aanleg te herstellen. [verzoekster] is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep gehoord en heeft daar ook haar inhoudelijke bezwaren tegen de bestreden beschikking kenbaar gemaakt en toegelicht. Dit bezwaar tegen de bestreden beschikking (grief) slaagt dus niet</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Vervolgens ligt de vraag ter beoordeling voor of het bewind dient te worden opgeheven. Het hof is van oordeel dat [verzoekster] ook nu nog bescherming nodig heeft bij het beheer van haar financiën en spaargeld. Dit is juist nu belangrijk, omdat [verzoekster] en haar echtgenoot samen een woning hebben gekocht. Het is daardoor van een nog groter belang dat [verzoekster] een buffer opbouwt en behoudt voor eventuele onverwachte uitgaven. Tijdens de mondelinge behandeling is namens de bewindvoerder gesteld dat het spaargeld van [verzoekster] op dit moment € 2.500,- bedraagt, hetgeen niet kan worden beschouwd als een afdoende buffer. [verzoekster] stelt weliswaar dat haar spaargeld ruim € 9.000,- bedraagt, maar uit het door haar overgelegde overzicht blijkt slechts dat dit bedrag in een periode van anderhalf jaar op haar leefgeldrekening is gestort en dat ditzelfde bedrag in diezelfde periode ook is uitgegeven. Anders dan [verzoekster] stelt, blijkt daaruit dus niet dat [verzoekster] spaargeld heeft ter hoogte van € 9.000,-. Ook blijkt daaruit niet dat de bewindvoerder geld van [verzoekster] gestolen zou hebben, zoals [verzoekster] meent. Het hof overweegt verder dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verzoekster] onvoldoende zicht heeft op haar financiële huishouding. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de bewindvoerder onweersproken heeft gesteld dat [verzoekster] nog steeds koopt op afbetaling. Bovendien heeft [verzoekster] , om het bewind te omzeilen, een telefoonabonnement afgesloten op naam van haar echtgenoot. Tot slot vindt het hof het zorgelijk dat [verzoekster] blijft weigeren om de rekening en verantwoording met de bewindvoerder te bespreken. Het voorgaande betekent dat het beschermingsbewind in stand blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof overweegt nog dat de fysieke afstand tussen de bewindvoerder en het wantrouwen van [verzoekster] jegens de bewindvoerder - mede ontstaan, omdat de bewindvoerder ook het bewind van de ex-partner van [verzoekster] uitvoert - mogelijk kan worden verholpen door benoeming van een nieuwe bewindvoerder. Het is daarbij voorstelbaar dat het bewind wordt uitgevoerd door dezelfde instantie die het budgetbeheer van [de echtgenoot] onder zich heeft. Benoeming van een andere bewindvoerder ligt echter in deze procedure niet voor.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, team Toezicht - Bewindsbureau) van 25 oktober 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. K. Mans, M.P. den Hollander en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>