<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:2898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T08:17:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.326.454</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2898">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2898</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T08:16:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2898 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-04-2024 / 200.326.454</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:2898:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof wijst verzoek moeder in hoger beroep om zorgregeling te wijzigen af omdat dit verzoek te onvoldoende bepaald en onvoldoende gemotiveerd is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:2898:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.326.454</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 391561)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 25 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een bij het hof bekend adres,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. A.F. Mandos te Den Haag (onttrokken), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. B. Anik te Arnhem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de (tussen)beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 15 juli 2020 en 1 december 2020 als ook van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 28 april 2022, 15 augustus 2022 en 30 januari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. </para>
      <para>De beschikking van 30 januari 2023 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met producties, ingekomen op 28 april 2023;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de vader van 16 november 2023 met een productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de vader van 25 maart 2024 met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 9 april 2024 heeft de moeder verzocht om aanhouding van deze mondelinge behandeling. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. </para>
        <para>Daarop heeft de moeder, vlak voor de zitting, een verzoek tot wraking ingediend. Het hof heeft beslist dit verzoek tot wraking niet aan de wrakingskamer voor te leggen omdat het verzoek niet door een advocaat is ingediend. De mondelinge behandeling op 9 april 2024 heeft aldus doorgang gevonden. Aanwezig waren: </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>namens de vader zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Partijen zijn de ouders van: [de minderjarige] , geboren [in] 2019. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van de rechtbank van 3 maart 2022 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 3 maart 2023. Deze beslissing is door dit hof bij beschikking van 6 oktober 2022 bekrachtigd. </para>
        <para>De ondertoezichtstelling is nadien verlengd, de laatste keer tot 3 maart 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, als regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald dat [de minderjarige] contact heeft met de vader minimaal twee uur per week, waarbij de aard, de frequentie, de duur en de locatie van de contacten en de wijze van begeleiding worden bepaald door de GI.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder is het niet eens met de door de rechtbank in de bestreden beschikking vastgestelde zorgregeling en komt hiervan in hoger beroep.</para>
        <para>De moeder verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende een zorgregeling vast te stellen “waaraan de vader aan de moeder dienen te voldoen”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vader voert verweer en verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel haar verzoek af te wijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De moeder verzoekt in haar toelichting in haar hoger beroep het hof om de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling nader in te vullen tot een vastomlijnd plan, voorzien van veiligheidseisen. Het hof begrijpt hieruit dat de moeder een nadere afbakening en inkadering van de zorgregeling wenst, maar zij geeft daar zelf geen handen en voeten aan. De moeder laat zelfs na om op enige wijze een invulling te geven aan de door haar gewenste zorgregeling. Tegenover de afgewogen en specifieke beslissing van de rechtbank heeft de moeder daarmee haar verzoek onvoldoende gespecifieerd. Het hof is onder deze omstandigheden met de vader van oordeel dat het verzoek van de moeder onvoldoende is bepaald, zodat dit verzoek moet worden afgewezen. Dat met de vastgestelde zorgregeling niet tegemoet wordt gekomen aan veiligheidsaspecten, zoals de moeder lijkt te betogen, is door de moeder eveneens onvoldoende onderbouwd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het hof het verzoek in hoger beroep van de moeder zal afwijzen als te onvoldoende bepaald en onvoldoende gemotiveerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek in hoger beroep van de moeder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, K. Mans en A.L.H. Ernes, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Mans, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 25 april 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>