<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:2659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T14:49:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P23/360</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2659">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2659</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T14:48:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2659 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-03-2024 / P23/360</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:2659:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De terbeschikkingstelling loopt inmiddels 28 jaren. Het hof acht verlenging niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Verder weerlegt het hof het verweer dat verlenging van de terbeschikkingstelling in strijd komt met artikel 5 van het EVRM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:2659:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P23/360 </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van 21 maart 2024</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis> (hierna: de terbeschikkinggestelde),</para>
    <para>geboren te [plaats 1] op [datum] 1961,</para>
    <para>verblijvende in [kliniek] in [plaats 2] (hierna: de kliniek).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
  <para>- de beslissing waarvan beroep;</para>
  <para>- de akte van 30 oktober 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;</para>
  <para>- de aanvullende informatie van de kliniek van 21 februari 2024;</para>
  <para>- de wettelijke aantekeningen over de periode van 1 november 2023 tot 15 februari 2024.</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 7 maart 2024 gehoord de advocaat-generaal, mr. R. Segerink, en (via een videoverbinding) de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.J. Zandt, advocaat te Amsterdam. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich in algemene zin op het standpunt gesteld dat verlenging van de terbeschikkingstelling in strijd komt met artikel 5 van het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). De terbeschikkinggestelde is opgenomen in de longstay. Dat verhindert de mogelijkheden voor verlof en er vindt geen behandeling plaats. Hierdoor krijgt de terbeschikkinggestelde geen gelegenheid aan te tonen dat het risico op recidive is verminderd. Door deze impasse komt de huidige maatregel overeen met een levenslange gevangenisstraf. De terbeschikkinggestelde heeft verzocht om opheffing van de maatregel door de vordering van de officier van justitie af te wijzen. Voor het overige heeft de terbeschikkinggestelde aangevoerd dat niet is voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. De maatregel duurt weliswaar al een lange tijd, maar de pathologie van de terbeschikkinggestelde is nauwelijks beïnvloedbaar gebleken. Er is nog steeds sprake van een hoog risico op recidive en een hoog beveiligingsniveau is noodzakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proportionaliteit en subsidiariteit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 maart 1996 en loopt inmiddels 28 jaren. De indexdelicten zijn - kort gezegd - twee pogingen tot afpersing met behulp van een vleesbijl. Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij, het belang van de terbeschikkinggestelde, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder dient te wegen. Anders dan de raadsman is het hof echter van oordeel dat van disproportionaliteit in het onderhavige geval geen sprake is. Naast het tijdsverloop in relatie tot de ernst van de indexdelicten, moet namelijk ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking worden genomen. De kliniek heeft in haar verlengingsadvies gemotiveerd uiteengezet dat het risico op recidive door de terbeschikkinggestelde bij het beëindigen van de terbeschikkingstelling ingeschat wordt als hoog. Het hof heeft geen reden voor twijfel aan dat oordeel van de kliniek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht verlenging van de maatregel ook niet in strijd met het beginsel van subsidiariteit. Uit de stukken blijkt dat er nog geen geschikte alternatieven zijn om de terbeschikkinggestelde te kunnen laten functioneren in de maatschappij zonder de structuur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Dit wordt ondersteund door het advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensische Psychiatrisch Zorg (hierna: de LAP) van 7 juni 2023. In dat advies is overwogen dat er geen mogelijkheid wordt gezien voor een uitstroomtraject van de terbeschikkinggestelde naar een GGZ voorziening of een andere instelling, waar het noodzakelijke niveau van zorg en beveiliging geboden kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 5 van het EVRM</emphasis>
      </para>
      <para>Het verweer van de raadsman dat verlenging van de terbeschikkingstelling in strijd komt met het bepaalde in artikel 5 van het EVRM slaagt niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het voortduren van de vrijheidsbeneming van de terbeschikkingestelde zijn grondslag vindt in artikel 5 lid 1 onder e EVRM en dat aan de hierin gestelde procedurele en inhoudelijke eisen, die ook niet specifiek zijn betwist, is voldaan. Daar waar het gaat om de duur van de vrijheidsbeneming is van belang dat door de kliniek in het advies van 24 april 2023 is vastgesteld dat bij de terbeschikkinggestelde nog steeds sprake is van schizofrenie. Deze diagnose is niet betwist door de verdediging. De symptomen behorende bij de schizofrenie zijn, volgens de kliniek, onverminderd aanwezig. Het denken, voelen en doen van de terbeschikkinggestelde worden volledig gestuurd door wanen en hallucinaties, waardoor hij in het dagelijks functioneren ernstig wordt belemmerd. Bij het einde van de maatregel is de verwachting dat de terbeschikkinggestelde vrijwel direct zijn medicatie zal staken, waardoor de reeds aanwezige angst en achterdocht nog meer zal toenemen. Een psychotische decompensatie zal de overhand nemen en hij zal niet in staat zijn om zichzelf te toetsen aan de realiteit of de daarmee gepaarde spanningen op adequate wijze te kanaliseren. In het geval van einde van de maatregel wordt dan ook verwacht dat de terbeschikkinggestelde opnieuw een geweldsdelict zal plegen, maar ook een levensdelict wordt niet uitgesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel de kliniek als de LAP (zoals hiervoor is overwogen) zien geen andere mogelijkheden voor het inperken van het hoge risico op recidive door de terbeschikkinggestelde buiten de terbeschikkingstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer wordt dan ook verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt met aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.J. Vos, voorzitter,</para>
      <para>mr. W.A. Holland en mr. O.O. van der Lee, raadsheren, </para>
      <para>en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. I.A.M. Breukel, raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier,</para>
      <para>en op 21 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van der Lee en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>