<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-10T08:43:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.333.064/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2439">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:2439</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-10T08:42:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:2439 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-04-2024 / Wahv 200.333.064/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:2439:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Aanvangsdatum. Brief RDW. Niet aannemelijk is gemaakt dat de betrokkene eerder dan de dagtekening van de inleidende beschikking bekend is geraakt met de aan hem opgelegde sanctie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:2439:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.333.064/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 242143442 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 10 april 2024</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank <?linebreak?>Noord-Nederland van 4 mei 2023, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 150,- opgelegd voor: “voor een motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 24 juni 2021 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene is gediagnosticeerd met nekwervelstenose, waardoor hij allerlei uitvalsverschijnselen krijgt. Door vele ziekenhuisbezoeken op het moment dat hij te horen kreeg dat hij te maken had met deze aandoening is hij simpelweg te laat geweest met de APK. Om die reden verzoekt de betrokkene om matiging van de sanctie. Daarnaast voert de gemachtigde aan dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, omdat op het moment dat de betrokkene een brief van de RDW kreeg was aangekondigd dat hij in overtreding was. Het proces heeft langer geduurd dan nodig en dit heeft onnodig bijgedragen aan de stress en onzekerheid van de betrokkene, te meer bezien de aandoening die bij hem is vastgesteld. De betrokkene doet zijn best om de herinneringsbief terug te vinden, maar het is algemeen bekend dat een herinneringsbrief door de RDW standaard verzonden wordt op dezelfde dag als de registercontrole heeft plaatsgevonden. Dit betreft een brief van juni 2021. </para>
    <para>3. Het hof stelt vast dat de gemachtigde bij de kantonrechter ook heeft aangevoerd dat de betrokkene vanwege een medische aandoening het voertuig niet heeft kunnen laten keuren. De kantonrechter heeft overwogen dat dit niet een omstandigheid is die aanleiding geeft om het bedrag van de sanctie te matigen. In hoger beroep noemt de gemachtigde een andere diagnose met andere verschijnselen. Los van het feit dat het noemen van een andere diagnose in hoger beroep niet bijdraagt aan de geloofwaardigheid van het verweer, komt het in de kern op hetzelfde neer. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para>4. Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) overweegt het hof als volgt. De inleidende beschikking is verstuurd op 3 juli 2021. Over het algemeen wordt die datum bij een sanctie die is opgelegd aan een betrokkene als kentekenhouder als uitgangspunt genomen als moment waarop de betrokkene weet dat aan hem een sanctie is opgelegd, het beginmoment van de redelijke termijn. In deze zaak is geen aanleiding om af te wijken van dat uitgangspunt. Niet aannemelijk is gemaakt dat de betrokkene eerder dan met de inleidende beschikking bekend is geraakt met de sanctie en op welke datum dat dan is geweest. Daar merkt het hof bij op dat de gemachtigde namens de betrokkene tijdens de hoorzitting bij de officier van justitie heeft aangevoerd dat de betrokkene geen brief heeft ontvangen van de RDW, wat strijdig is met de grond dat de betrokkene sinds de ontvangst van de brief van de RDW wist dat hij in overtreding was. Bovendien, als zou worden uitgegaan van een brief van de RDW in juni 2021 zoals gesteld, dan heeft de kantonrechter met de uitspraak op 4 mei 2023 binnen een termijn van twee jaar beslist. Het bedrag van de sanctie wordt dan ook niet gematigd met 25 procent.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>