<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-02T10:29:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-005423-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:822">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-02T10:26:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:822 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-01-2023 / 21-005423-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:822:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Heropening. WET ZORG EN DWANG. Het hof heeft ambtshalve bij separate beschikking een rechterlijke machtiging afgegeven. In afwachting van de tenuitvoerlegging van die beschikking en de opname van verdachte in een geregistreerde accommodatie zal het onderzoek worden heropend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:822:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-005423-21 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	30 januari 2023 </para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 7 december 2021 met parketnummer 18-110096-21 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( Joegoslavië ) op [geboortedag] 1970,</para>
      <para>thans verblijvende in [PI] te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 9 mei 2022, 20 juli 2022 en 16 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde en veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, en oplegging van een niet gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Heropening</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het tussenarrest van 16 mei 2022 heeft het hof beslist dat het openbaar ministerie de mogelijkheden voor een rechterlijke machtiging in het kader van de ambtshalve toepassing van artikel 2.3 Wet forensische zorg juncto artikel 28a Wet Zorg en Dwang en het daarbij voor verdachte passende beveiligingsniveau 3 of 4 verdergaand zal onderzoeken en te dier zake een rechterlijke machtiging voor zal bereiden, met toepassing van het bepaalde in artikel 28a Wet zorg en dwang. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het tussenarrest van 3 augustus 2022 heeft het hof overwogen dat het openbaar ministerie, door enkel de brief van 18 juli 2022 van officieren van justitie Brontsema en Scholte over te leggen, in onvoldoende mate heeft voldaan aan voornoemde opdracht van het hof. In genoemde brief is kortgezegd aangegeven dat Trajectum is aangezocht tot het opstellen van een medische verklaring, dat mevrouw [arts trajectum] van Trajectum op 1 juli 2022 te kennen heeft gegeven geen medische verklaring af te kunnen geven voor de aanvraag van een rechterlijke machtiging en dat de procedure aldus in een impasse is geraakt. De procedure heeft evenmin geleid tot de afgifte van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij tussenarrest van 3 augustus 2022 het openbaar ministerie opgedragen alle onderliggende stukken met betrekking tot het verzoek aan Trajectum om een medische verklaring en de onderliggende bevindingen van arts [arts trajectum] aan het hof over te leggen. Daarnaast heeft het hof het openbaar ministerie opnieuw opgedragen een onafhankelijke ter zake kundige arts een medische verklaring te laten opstellen, zoals bedoeld in artikel 27 Wet zorg en dwang, en deze aan het hof over te leggen. Ook heeft het hof het openbaar ministerie opgedragen andermaal het CIZ te benaderen teneinde een advies uit te brengen en dit advies te doen overleggen. Verder heeft het hof bepaald dat de rapporterend deskundigen gehoord zullen worden, evenals de landelijk officieren van justitie verplichte zorg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanloop naar de zitting van 16 januari 2023 heeft het hof een medische verklaring ontvangen en een advies van het CIZ. Vervolgens heeft het hof bij voorzittersbeslissingen van 20 en 22 december 2022 bepaald dat ter zitting als getuige dan wel deskundigen worden gehoord: </para>
      <para> drs. V.J. Le Maire, psychiater NIFP;</para>
      <para> mw. A. Jansen , juridisch adviseur Wzd van het CIZ en</para>
      <para> dhr. [curator-mentor] , curator-mentor van verdachte. </para>
      <para>Deze getuige dan wel deskundigen zijn ter terechtzitting ook gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde en veroordeling van verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van voorarrest, en oplegging van een niet gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verdachte is primair bepleit om ambtshalve een rechterlijke machtiging ingevolge de Wet Zorg en Dwang op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
      <para>Het hof heeft vastgesteld dat verdachte voldoet aan alle voorwaarden om ambtshalve een rechterlijke machtiging af te geven op grond van artikel 24 van de Wet Zorg en Dwang jo. artikel 2.3, tweede lid, van de Wet forensische zorg. Het hof heeft bij separate beschikking d.d. 30 januari 2023 zaaknummer 200.313.347/01 ambtshalve een rechterlijke machtiging afgegeven. In afwachting van de tenuitvoerlegging van die beschikking en de opname van verdachte in een geregistreerde accommodatie zal het onderzoek worden heropend. Gebleken is dat de uitvoerbaarheid van de rechterlijke machtiging complex is in verband met opnamecapaciteit c.q. plaatsingsmogelijkheden, waardoor thans onzekerheid bestaat of de rechterlijke machtiging daadwerkelijk ten uitvoer kan worden gelegd. In zoverre is het onderzoek onvolledig geweest.</para>
      <para>Om de klemmende reden dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en niet te verwachten valt dat er eerder duidelijkheid zal zijn over de uitvoering van de rechterlijke machtiging, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts merkt het hof op dat voor de uitvoering van de rechterlijke machtiging is vereist dat er een indicatiebesluit op grond van de Wlz is afgegeven door het CIZ. Zoals door mevr. Jansen van het CIZ is toegelicht ter zitting kan het afgeven van een indicatiebesluit snel gaan. Een aanvraag doen is de eerste belangrijkste stap. Als een indicatiebesluit nog niet is afgegeven maar wel in de lijn der verwachting ligt dat deze wordt afgegeven dan zou een plaatsing wel al kunnen plaatsvinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heropent het onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om de klemmende reden dat het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling van de zaak niet toelaat en niet te verwachten valt dat er eerder duidelijkheid zal zijn over de uitvoering van de rechterlijke machtiging, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de oproeping van de verdachte en een tolk in de Italiaanse taal tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. F. van der Maden, voorzitter,</para>
      <para>mr. E.M.J. Brink en mr. M.B. de Wit, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,</para>
      <para>en op 30 januari 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>