<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:727</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T13:19:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P22/223</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:727">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:727</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T13:17:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:727 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-01-2023 / TBS P22/223</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:727:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vernietiging beslissing rechtbank. Afwijzing vordering verlenging terbeschikkingstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:727:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P22/223 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 5 januari 2023</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,</para>
    <para>wonende te [adres] (onder verantwoordelijkheid van Reclassering Nederland). </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2022. Deze beslissing houdt in dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd met de termijn van één jaar, het verzoek tot beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt afgewezen en het subsidiaire verzoek tot aanhouding van de zaak voor onbepaalde tijd tot de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een jaar heeft geduurd wordt afgewezen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank, de stukken genoemd in de tussenbeslissing van 3 november 2022 en daarnaast op:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal ter zitting van het hof van 20 oktober 2022;</para>
  <para>- de tussenbeslissing van het hof van 3 november 2022</para>
  <para>- de aanvullende informatie van Reclassering Nederland van 15 december 2022. </para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 5 januari 2023 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr. R.J.A. Segerink.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenbeslissing van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenbeslissing van 3 november 2022 heeft het hof het onderzoek heropend en geschorst, de stukken in handen gesteld van de advocaat-generaal met de opdracht de reclassering een schriftelijke update betreffende de ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde op te laten maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde </emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkinggestelde is bezig met zijn eigen woning. Dit is een hele grote stap voor de poort naar buiten. De terugkoppeling van het team van [instantie] is een bevestiging van de positieve ontwikkeling van de terbeschikkinggestelde. De psychiater acht geen recidiverisico meer aanwezig. Er is geen enkele twijfel dat de terbeschikkinggestelde maatschappelijk gezien goed voor zichzelf zal kunnen zorgen. De raadsman heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de vordering van de officier van justitie af te wijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkinggestelde heeft een hele positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Zijn leefomgeving is stabiel, de terbeschikkinggestelde kan zich goed handhaven in de maatschappij en er zijn geen tekenen van crimineel gedrag. De reis naar Suriname van de terbeschikkinggestelde is goed verlopen en hij is momenteel bezig met een huis, vlakbij zijn broer en zus. Het team van [instantie] is uitermate positief over de terbeschikkinggestelde. Hij draait gezond mee in de maatschappij. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. De voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege heeft een jaar geduurd. De terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vernietiging</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof zal de beslissing waarvan beroep vernietigen, omdat het hof om de hierna </para>
      <para>vermelde redenen tot een andere beslissing komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwijzing vordering verlenging terbeschikkingstelling</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen inmiddels niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling vereist en dat derhalve, met vernietiging van het vonnis waarvan beroep, de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de maatregel dient te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst allereerst naar hetgeen is overwogen in zijn tussenbeslissing van 3 november 2022. Reclassering Nederland heeft daarna op 15 december 2022 aanvullend gerapporteerd. Daaruit komt onder meer naar voren dat de terbeschikkinggestelde zijn stabiele functioneren heeft kunnen vasthouden. Daarnaast is hij meer zelfstandig geworden. Op korte termijn ontvangt hij de sleutels van zijn eigen (koop)woning. De terbeschikkinggestelde is gezegend met een beschermend sociaal netwerk waar hij tegenwoordig op terug weet te vallen en waarvan hij de ondersteuning weet te aanvaarden. Daarnaast is de hulpverlening ten aanzien van de terbeschikkinggestelde vormgegeven en zal hij daarvan binnen een vrijwillig kader gebruik blijven maken. Het risico op recidive is laag omdat alle leefgebieden op orde zijn. Als daarbinnen een verschuiving plaatsvindt, is het niet de verwachting dat dit van invloed zal zijn op zijn verworven stabiliteit. De terbeschikkinggestelde is voldoende ingebed in de samenleving om zijn leven buiten het kader van de terbeschikkingstelling voort te zetten. De reclassering heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling te beëindigen. Het hof komt tot de conclusie dat het recidiverisico zodanig is teruggebracht dat het verantwoord is de maatregel te beëindigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal daarom de beslissing waarvan beroep vernietigen en de vordering tot verlenging van de maatregel afwijzen, waarmee de maatregel zal eindigden. Inmiddels is voldaan aan de eis van artikel 6:2:17, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een jaar moet hebben geduurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vernietigt</emphasis> de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.E. van Wees als voorzitter,</para>
      <para>mr. W.A. Holland en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren, </para>
      <para>en drs. E.M.M. Mol en dr. K. de Wijs-Heijlaerts als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven als griffier,</para>
      <para>en op 5 januari 2023 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>