<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T12:15:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.313.578</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:566">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:566</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T12:14:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:566 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-01-2023 / 200.313.578</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:566:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof houdt de huidige, voorlopige zorgregeling in stand omdat hierover een raadsonderzoek loopt. Het hof laat de beslissing over de school- en kinderopvang keuze over aan de rechtbank in de daar lopende procedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:566:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.313.578</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 533675)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 19 januari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoekster,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. M.E. Kikkert in Enschede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende in [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. P.A. de Lange in Barendrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 4 juli 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder te noemen: de bestreden beschikking).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met producties, binnengekomen op 18 juli 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift op het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift op het verzoek in de hoofdzaak.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In de beschikking van 20 september 2022 heeft dit hof het verzoek van de moeder om de uitvoerbaarheid van de bestreden beschikking te schorsen, afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 december 2022. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader met zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Tijdens de zitting heeft mr. De Lange nog een productie overgelegd: de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 december 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Partijen zijn de ouders van: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige1] , die is geboren [in] 2019;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige2] , die is geboren [in] 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige1] . De moeder heeft alleen het gezag over [de minderjarige2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In de bestreden beschikking heeft de rechtbank – voor zover relevant voor de beoordeling van deze zaak:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een voorlopige (reguliere) zorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige1] om de week van maandagmiddag tot maandagochtend bij de vader verblijft, waarbij de ouder bij wie [de minderjarige1] verblijft hem op maandagochtend naar de opvang of school in [woonplaats2] brengt en de andere ouder hem daar weer ophaalt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige1] in te schrijven op de peuteropvang in of dichtbij [woonplaats1] , afgewezen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder komt met twee grieven in hoger beroep. De grieven zien op de zorgregeling en de vervangende toestemming om [de minderjarige1] in te schrijven op de peuteropvang. De moeder verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft de zorgregeling en de vervangende toestemming en:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een voorlopige zorgregeling te bepalen waarbij [de minderjarige1] één weekend per veertien dagen bij de vader verblijft, waarbij de vader [de minderjarige1] ophaalt en terugbrengt bij de moeder, althans als voorlopige zorgregeling te bepalen dat [de minderjarige1] van maandag tot woensdag 12.00 uur bij de vader verblijft en daarna tot vrijdag bij de moeder, waarbij de vader [de minderjarige1] haalt en brengt naar de moeder of de peuterspeelzaal; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige1] in te schrijven op een peuteropvang in [woonplaats1] of dichtbij [woonplaats1] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dan wel een zodanige beslissing te nemen als het hof juist vindt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vader voert verweer in hoger beroep en vraagt het hof om de moeder in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar verzoeken af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te houden. Hij verzoekt het hof om de moeder te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De raad heeft op de mondelinge behandeling het hof geadviseerd de bestreden beschikking te bekrachtigen. Het is goed voor de ontwikkeling van [de minderjarige1] als hij de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder is. Die regeling loopt ook goed. [de minderjarige1] heeft het goed bij beide ouders. Kinderen zijn doorgaans moe na omgang en ze komen soms terug van de andere ouder met verhalen. Dat is normaal. Het is aan de ouders om te bepalen wat voor ouders ze willen zijn voor [de minderjarige1] . Hoe wil je dat je kind terugkijkt op zijn jeugd? Dat ouders constant in de rechtbank zitten is beschadigend voor kinderen, dus ook voor [de minderjarige1] (en [de minderjarige2] ), aldus de raad.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgregeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige1] . De ouders kunnen de rechter vragen om een beslissing te nemen over de zorgregeling (artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De rechter kijkt dan naar alle omstandigheden en neemt een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de zorgregeling uit de bestreden beschikking, vooralsnog in stand moet blijven en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>In de beschikking van 2 december 2022 heeft de rechtbank Midden-Nederland de raad de opdracht gegeven om een raadsonderzoek te doen. De raad zal onder andere gaan onderzoeken welke hoofdverblijfplaats en zorgregeling het meest in het belang zijn van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De uitkomst van het raadsonderzoek wordt in mei 2023 verwacht. Die uitkomst kan ertoe leiden dat de huidige (voorlopige) zorgregeling blijft voortgezet of moet worden aangepast. De nu door de moeder verzochte aanpassing van de zorgregeling leidt alleen in het geval het raadsonderzoek te zijner tijd noopt tot precies dezelfde zorgregeling niet tot een extra wijziging van de zorgregeling voor [de minderjarige1] . Het hof is van oordeel dat het belang van [de minderjarige1] bij continuïteit en stabiliteit van de zorgregeling zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij de door haar verzochte zorgregeling gedurende enkele (in het geval de zorgreling te zijner tijd inderdaad conform haar verzoek wordt vastgesteld: extra) maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof overweegt daarbij dat  niet is komen vast te staan dat de huidige zorgregeling niet in het belang van [de minderjarige1] is. [de minderjarige1] is nu de helft van de tijd bij de moeder en de helft van de tijd bij zijn vader. Het is in beginsel in het belang van [de minderjarige1] dat zijn beide ouders gelijkwaardig de zorg voor hem dragen. Het hof heeft bovendien net als de raad geen zorgen over de opvoedsituatie bij de vader of de moeder. Het hof is er net als de raad van overtuigd dat [de minderjarige1] het goed genoeg heeft bij allebei zijn ouders en dat allebei de ouders goed voor hem zorgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Wel heeft het hof net als de raad zorgen over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Het hof heeft gezien dat de ouders zijn verwikkeld in een hevige strijd. De kinderen krijgen onvermijdelijk de gevolgen van deze strijd mee en dat is niet in hun belang. Het aanpassen van de zorgregeling lost echter wat dat betreft waarschijnlijk niets op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Het hof zal het verzoek van de moeder over de zorgregeling dus afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervangende toestemming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Een ouder kan de rechter vragen om vervangende toestemming te verlenen om het kind in te schrijven op school, peuterspeelzaal of kinderopvang, als de ouders er samen niet uit komen (artikel 1:253a BW). Ook in dit geval kijkt de rechter naar alle omstandigheden en neemt hij een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>Het hof zal het verzoek van de moeder tot het verlenen van vervangende toestemming afwijzen. Het hof vindt het op dit moment niet zinvol om een beslissing te nemen over de inschrijving van [de minderjarige1] op de peuteropvang of op school. De raad zal op basis van de beschikking van 2 december 2022 in zijn onderzoek betrekken welke school- en kinderopvangkeuze het meest in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is. Dit zal afhangen van de uiteindelijke hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Het hof laat de beslissing hierover daarom over aan de rechtbank in de daar lopende procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Het hof zal de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Het hof ziet geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de proceskosten, omdat partijen ex-partners zijn en procederen over hun gezamenlijke kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 4 juli 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E. de Boer, M.H.F. van Vugt en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. L.M. de Wit als griffier en is op 19 januari 2023 door mr. E. de Boer uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>