<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:5632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-06T08:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.321.944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:5632">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:5632</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-05T10:27:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:5632 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 04-07-2023 / 200.321.944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:5632:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Staat heeft de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring ten onrechte ingediend. Hij bedoelt in hoger beroep aan te voeren dat de voorzieningenrechter zich (relatief) onbevoegd had moeten verklaren, en heeft dus incidenteel hoger beroep ingesteld. Het hof stelt CIS in staat tot het indienen van een memorie van antwoord in dit incidenteel hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:5632:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.321.944</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 546065 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in kort geding van 4 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het bevoegdheidsincident in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Car Import Service B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Utrecht </para>
      <para>die bij de rechtbank optrad als eiseres en hoger beroep heeft ingesteld </para>
      <para>hierna: CIS</para>
      <para>advocaat: mr. P.A.J.M. Lodestijn </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De Staat der Nederlanden, Ministerie van Financiën (Belastingdienst) </emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Den Haag</para>
      <para>die bij de rechtbank optrad als gedaagde en eveneens hoger beroep heeft ingesteld </para>
      <para>hierna: de Staat </para>
      <para>advocaat: mr. J.H.C.A. Muller. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para>Hieronder legt het hof uit dat het bevoegd is om te beslissen in het hoger beroep dat CIS heeft ingesteld tegen het vonnis van 21 december 2022 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland (te Utrecht). Bijzonder is dat de Staat in het incident in feite een grief in de hoofdzaak heeft aangevoerd tegen het vonnis van de voorzieningenrechter en op die manier incidenteel hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis waartegen CIS al had geappelleerd. CIS mag daarop in de hoofdzaak nog reageren in een memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>CIS heeft bij dagvaarding van 17 januari 2023 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in Utrecht op 21 december 2022 tussen partijen heeft uitgesproken. CIS heeft vervolgens een memorie van grieven ingediend en de Staat heeft een memorie van antwoord ingediend, waarin hij het bevoegdheidsincident heeft opgeworpen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>CIS is nog in staat gesteld om een memorie van antwoord in het bevoegdheidsincident in te dienen, maar heeft daarvan niet op tijd gebruik gemaakt. Nadat dat was vastgesteld, heeft het hof bepaald dat het een arrest in het incident zal wijzen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bespreking van de bevoegdheidsvraag</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering in het incident strekt er (mede gelet op § 2.5 van de memorie van de Staat) toe dat het hof zich onbevoegd verklaard, kort gezegd omdat de voorzieningenrechter zich ten onrechte relatief bevoegd vond. Volgens de Staat had CIS het kort geding niet bij de voorzieningenrechter in Utrecht, maar bij diens collega in Den Haag moeten aanspannen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het hof is het niet eens met de Staat. Het arrondissement Midden-Nederland maakt deel uit van het rechtsgebied van dit hof en volgens artikel 60 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: RO) oordelen gerechtshoven in hoger beroep over vonnissen van de rechtbanken in hun ressort (op voorwaarde dat tegen die vonnissen hoger beroep kan worden ingesteld). Daarom is dit hof bevoegd om de zaak in hoger beroep af te handelen, ook indien zou blijken dat de voorzieningenrechter in Utrecht relatief onbevoegd was. De vordering in het incident blijkt daarom ongegrond. Het hof zal die vordering afwijzen en de Staat in de kosten van het incident veroordelen. De kosten van het incident aan de zijde van CIS worden begroot op nihil.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in de hoofdzaak</title>
    <para>Uit het voorgaande blijkt dat de hoofdzaak bij dit hof zal worden voortgezet. Daarbij is van belang dat de Staat van het hof klaarblijkelijk verlangt om de beslissing van de voorzieningenrechter om de vorderingen van CIS af te wijzen te vernietigen en, in plaats daarvan, te bepalen dat de voorzieningenrechter in Utrecht niet bevoegd is om over die vorderingen te oordelen en/of CIS niet-ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat de Staat incidenteel hoger beroep tegen dat vonnis heeft ingesteld. De kop van dit arrest is daaraan aangepast. Het hof zal CIS in staat stellen om een memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep in te dienen. Met toepassing van artikel 1.16 van het Landelijk Procesreglement verkort het hof de gebruikelijke termijn daarvoor tot vier weken, omdat het onderwerp van het incidenteel hoger beroep relatief beperkt is. Verdere beslissingen moeten wachten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissingen</title>
    <parablock>
      <para>Het hof, rechtdoende in kort geding:</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident tot onbevoegdverklaring</emphasis>:</para>
      <para>wijst de vordering af, veroordeelt de Staat in de kosten van het incident en begroot deze kosten van CIS op nihil; </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>:</para>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">dinsdag 1 augustus 2023</emphasis> voor memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep aan de zijde van CIS;</para>
      <para>houdt verdergaande beslissingen aan.</para>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.E. de Boer, D.M.I. de Waele en M.S.A. van Dam, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2023. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>