<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:4782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-08T08:00:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.323.974/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4782">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4782</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-07T08:33:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4782 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 06-06-2023 / 200.323.974/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:4782:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontslag van instantie. Art. 127 lid 2 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:4782:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.323.974/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 9582285)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 6 juni 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante] ,</emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>en die hoger beroep heeft ingesteld,</para>
      <para>bij de kantonrechter: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] , h.o.d.n. [naam1]</emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats2] ,</para>
      <para>bij de kantonrechter: gedaagde,</para>
      <para>hierna:<emphasis role="bold"> [geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. T.E. Heslinga, die kantoor houdt in Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure bij de kantonrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In eerste aanleg is geprocedeerd zoals weergegeven in de vonnissen van <?linebreak?>13 september 2022 en 8 november 2022 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para> 	Bij exploot van 8 februari 2023 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van het eindvonnis van 8 november 2022 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de rolzitting van 29 augustus 2023. In de appeldagvaarding is mr. W. van Dijk, advocaat in Barneveld, genoemd als de advocaat die voor [appellante] zal optreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para> 	[geïntimeerde] heeft op 1 maart 2023 een anticipatie-exploot laten betekenen aan het kantooradres van mr. Van Dijk, waarbij de eerst dienende dag is vervroegd naar </para>
        <para>14 maart 2023. [geïntimeerde] heeft de zaak vervolgens op die datum bij het hof aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para> 	Op 14 maart 2023 heeft zich namens [appellante] geen advocaat gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para> 	Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2022<footnote-ref linkend="_8ad33ce1-9699-4089-a468-90febdcd1f14" /> is op 14 maart 2023 een brief gestuurd aan mr. Van Dijk. Daarin is gewezen op de mogelijkheid voor [appellante] om alsnog een advocaat te stellen. De zaak is daarvoor op de rolzitting van 28 maart 2023 geplaatst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para> 	Ook op 28 maart 2023 heeft zich voor [appellante] geen advocaat gesteld. Vervolgens is de zaak opnieuw aangehouden, nu tot 11 april 2023, om [appellante] nogmaals de gelegenheid te geven om in hoger beroep een advocaat te stellen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para> 	Op de rol van 11 april 2023 heeft zich wederom geen advocaat gesteld. [geïntimeerde] heeft het hof verzocht verval van instantie te verlenen (het hof begrijpt: hem van de instantie te ontslaan) en [appellante] te veroordelen tot betaling van de kosten van het hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>	Voor het te wijzen arrest heeft [geïntimeerde] te stukken aan het hof gegeven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het hof stelt vast dat [appellante] geen gebruik heeft gemaakt van de haar geboden gelegenheid tot (herstel van het verzuim van) advocaatstelling. Op grond van de artikel 127 lid 2 Rv jo. artikel 123 lid 1 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv zal [geïntimeerde] daarom van de instantie worden ontslagen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Met toepassing van artikel 127 lid 2 Rv zal [appellante] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II). Onder die kosten vallen ook de nakosten en de wettelijke rente daarover, zonder dat het hof deze kosten in het dictum hoeft te specificeren.<footnote-ref linkend="_ad06090a-2e3c-44dd-83cd-55bb0edc89ab" /></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 474,58 aan verschotten (griffierecht en anticipatie-exploot) en op € 591,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat, te vermeerderen met nakosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af wat meer of anders is gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>6 juni 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8ad33ce1-9699-4089-a468-90febdcd1f14" label="1">
    <para> Zie: ECLI:NL:HR:2022:1387</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad06090a-2e3c-44dd-83cd-55bb0edc89ab" label="2">
    <para> Zie: HR 20 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>