<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:4490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T09:45:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.315.849</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4490">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-05T09:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4490 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-05-2023 / 200.315.849</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:4490:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek ter zitting; verzoek afgewezen door de wrakingskamer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:4490:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer W200.315.849/02</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de wrakingskamer van 26 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek tot wraking, gedaan door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>verblijfplaats [verblijfplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>advocaat: mr. K. van Doorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij dit hof is onder zaaknummer 200.315.849 een procedure aanhangig tussen verzoeker en diens ex-partner [naam1] (hierna: [naam1] ) over vervangende toestemming voor de aanvraag van een ID-kaart door [naam1] ten behoeve van [de zoon] , de minderjarige zoon van verzoeker en [naam1] .  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 28 februari 2023 heeft in die procedure een mondelinge behandeling plaatsgevonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op die mondelinge behandeling heeft verzoeker jegens één van de behandelend raadsheren, mr. J.B. de Groot, een verzoek tot wraking gedaan. De wrakingsgronden zijn in het van die mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal opgenomen. Vervolgens is de mondelinge behandeling geschorst en is het dossier voor behandeling doorgezonden naar de wrakingskamer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Mr. de Groot heeft niet in de wraking berust en heeft de wrakingskamer een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek doen toekomen. Die schriftelijke reactie is op 4 mei 2023 aan de advocaat van verzoeker doorgezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Op 15 mei 2023 heeft de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- verzoeker, en</para>
      <para>- mr. R.G.J. van Kerkhof, een kantoorgenoot van mr. Van Doorn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling is het wrakingsverzoek door mr. Van Kerkhof en verzoeker toegelicht. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van de zitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan. Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Het verzoek is na de aanvang van de zitting mondeling gedaan, nadat verzoeker eerst op die zitting onder meer het proces-verbaal van een zitting van 18 februari 2022 heeft gelezen. Hetgeen in dat proces-verbaal is vermeld, is voor verzoeker mede de aanleiding geweest voor het wrakingsverzoek op de zitting van 28 februari 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De gronden van het verzoek en de beoordeling daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Zoals hiervoor vermeld moet de partij die om wraking verzoekt alle feiten en omstandigheden, die naar haar mening het wrakingsverzoek rechtvaardigen, tegelijk voordragen. Dit volgt uit artikel 37 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De wet kent dus een systeem wat wordt genoemd ‘concentratie van feiten en omstandigheden’. Het wrakingsverzoek is na aanvang van de mondelinge behandeling worden gedaan en in het proces-verbaal is daarover het navolgende opgenomen (met ‘de vader’ wordt verzoeker bedoeld):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader: Ik denk dat ik ga wraken. Als ik zie wat [voornamen] tijdens de vorige zitting heeft gezegd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter: Het is de heer de Groot.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader: Goed dan is het hier de heer De Groot.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. Van Kerkhof: (tegen de vader) Houd hiermee op.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter: Wie wraakt u en wat zijn de redenen voor de wraking?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader: Dat kan ik nu nog niet zeggen want het proces-verbaal van de vorige zitting zie ik pas nu.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter: Ik schors voor maximaal tien minuten, zodat de vader met zijn advocaat kan overleggen. Daarna hoor ik of het wrakingsverzoek gehandhaafd wordt en wat de gronden zijn. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter schorst de mondelinge behandeling. Daarna wordt de zaak hervat.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. Van Kerkhof: De vader persisteert bij wraking van mr. De Groot. De reden daarvoor is echt dat tijdens de vorige procedure bij dit hof een netelige discussie is ontstaan tussen de vader en mr. De Groot over de identiteitsbewijzen. Ik lees in het proces-verbaal van die mondelinge behandeling bij het hof dat de vader tegen mr. De Groot heeft gezegd dat hij mr. de Groot best aanvallend tegen hem vindt, dat de vader zich afvraagt wat het paspoort te maken heeft met de hechtingsproblematiek en dat het paspoort toch een randzaak is. Er is toen al een mening gevormd door mr. De Groot over de paspoortkwestie. Ik steun mijn cliënt in dit wrakingsverzoek. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De voorzitter: Ik vat samen dat mr. Van Kerkhof een wrakingsverzoek heeft ingediend tegen mr. De Groot. De vader heeft verklaard dat hij zojuist kennis heeft gekregen van het proces-verbaal van een eerdere mondelinge behandeling met mr. De Groot in de combinatie, dat er tijdens die mondelinge behandeling een discussie is ontstaan over een legitimatiebewijs, terwijl dat niet het geschilpunt in de procedure was, en dat de vader van mening is dat uit dat proces-verbaal blijkt dat er toen al ten onrechte een mening was gevormd door mr. De Groot over het legitimatiebewijs en dat het in de procedure van vandaag om een legitimatiebewijs gaat. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Mr. Van Kerkhof: Ik ben akkoord met deze samenvatting.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorgaande aangehaalde tekst uit het proces-verbaal van de zitting van 28 februari 2023 bevat dus de rechtsgronden voor het wrakingsverzoek dat de wrakingskamer dient te beoordelen. Op de mondelinge behandeling bij de wrakingskamer is namens en door verzoeker ook nog een door mr. De Groot gegeven lezing voor de [naam2] aangehaald, waarbij verzoeker kennelijk een van de toehoorders was. Volgens verzoeker heeft mr. De Groot daar uitspraken gedaan waaruit volgens verzoeker blijkt van een vooringenomenheid van mr. De Groot jegens gescheiden vaders. Dat kan echter niet als grond dienen voor het onderhavige wrakingsverzoek, omdat dit blijkens voorgaande aanhaling uit het proces-verbaal niet als wrakingsgrond is aangevoerd. Bovendien heeft verzoeker ten aanzien van die lezing ook geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit een vooringenomenheid of partijdigheid van mr. De Groot specifiek jegens verzoeker zou blijken in de onderhavige zaak. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dit vermoeden lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Dergelijke omstandigheden zijn door verzoeker niet aangevoerd. Aan zijn wrakingsverzoek legt verzoeker ten grondslag dat mr. de Groot in een andere procedure vooringenomen jegens hem was en dat daarom ook nu zal zijn. Dat volgens verzoeker in die andere procedure, waarvan de mondelinge behandeling plaatshad op 18 februari 2022, een ‘ongekend felle en nodeloze discussie’ over de afgifte van een paspoort heeft plaatsgevonden, terwijl afgifte van dat paspoort geen onderdeel van het toen voorliggende geschil, leest de wrakingskamer niet in het proces-verbaal van die zitting. Daaruit blijkt wel dat verzoeker kritisch is bevraagd over de afgifte van het paspoort, maar tegelijkertijd is in dat proces-verbaal ook te lezen waarom die vragen werden gesteld. Het ging het hof erom uit te vinden of verzoeker zich aan rechterlijke uitspraken houdt. Dit omdat in die procedure uit 2022 door de wederpartij ( [naam1] ) een dwangsom werd verzocht voor het geval verzoeker zich niet aan de eventuele veroordeling zou houden. Die (wijze van) bevraging geeft er naar het oordeel van de wrakingskamer geenszins blijk van dat in die procedure sprake was van een vooringenomenheid jegens verzoeker, niet van mr. De Groot noch van de andere leden van het hof. Overigens is blijkens datzelfde proces-verbaal van die zaak ook [naam1] kritisch door het hof bevraagd. Het door verzoeker op de mondelinge behandeling bij de wrakingskamer geschetste beeld dat alleen aan hem kritische vragen werden gesteld, vindt dan ook geen steun in het proces-verbaal van die zitting. Bovendien dient de wrakingskamer het wrakingsverzoek jegens mr. De Groot te beoordelen ten aanzien van de nu voorliggende zaak, niet in een andere en reeds afgeronde procedure. Verzoeker wil kennelijk niet dat </para>
        <para>mr. De Groot over de nog lopende zaak oordeelt, maar er zijn de wrakingskamer geen feiten of omstandigheden gebleken waarom dat niet zou kunnen. Het enkele feit dat verzoeker in een andere procedure kritisch is bevraagd door mr. De Groot kan geen grond zijn voor wraking in de onderhavige zaak. Kortom, er zijn door verzoeker geen omstandigheden aangevoerd die aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat mr. De Groot jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, noch omstandigheden die de kennelijk bij verzoeker dienaangaande vrees objectief rechtvaardigen.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot wraking van mr. J. B. de Groot af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. M.L van der Bel, voorzitter, W.M. Weerkamp en </para>
      <para>A.E. Keulemans en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>26 mei 2023.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>