<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:4150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-22T08:02:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.315.753/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4150">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:4150</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-18T15:03:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:4150 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-05-2023 / 200.315.753/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:4150:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over de vraag of gecedeerde vordering uit overeenkomst ten tijde van cessie al was tenietgegaan en of de debiteur wel partij is bij de overeenkomst. Het hof heeft behoefte aan meer informatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:4150:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.315.753/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 132768)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 16 mei 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BroGeMa Real Estate B.V.</emphasis>,</para>
      <para>die is gevestigd in Alteveer,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>bij de rechtbank: gedaagde,</para>
      <para>hierna: Brogema,</para>
      <para>advocaat: mr. R.F. Feenstra, die kantoor houdt te Zevenaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gemeente Tynaarlo</emphasis>,</para>
      <para>die is gevestigd in Vries,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>bij de rechtbank: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">de gemeente</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. F.C. Verduijn, die kantoor houdt te Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure bij de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van </para>
      <para>18 november 2020, 7 juli 2021 en 22 juni 2022 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, heeft gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep van 14 juli 2022,</para>
      <para>- de memorie van grieven (met producties),</para>
      <para>- de memorie van antwoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof een datum voor arrest bepaald.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Brogema vordert - samengevat - dat het hof de vonnissen van de rechtbank van <?linebreak?>7 juli 2021 en 22 juni 2022 vernietigt, de vorderingen van de gemeente alsnog afwijst, de gemeente veroordeelt om terug te betalen wat Brogema aan de gemeente heeft betaald en de gemeente veroordeelt in de kosten van de procedure bij de rechtbank en het hof. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waar gaat het in deze zaak om? <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of de gemeente door cessie rechthebbende is geworden van een vordering van Brandwacht Huren B.V. (hierna: Brandwacht) op Brogema wegens het leveren van diensten aan De Buurtzuster B.V. (hierna: De Buurtzuster). Volgens Brogema was niet zij, maar De Buurtzuster de contractspartij van Brandwacht. Bovendien was de vordering van Brandwacht al betaald (en daardoor tenietgegaan) voordat deze aan de gemeente werd gecedeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft de verweren van Brogema verworpen en de vordering van de gemeente toegewezen. Het hof heeft, voordat het in deze zaak een beslissing kan geven, behoefte aan meer informatie en een toelichting van partijen. Om die reden zal het hof beslissen dat beide partijen in een akte meer informatie moeten verstrekken aan het hof.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>
      <?linebreak?>4. De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het hof heeft behoefte aan meer informatie over de volgende onderwerpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het hof wil allereerst meer duidelijkheid over de facturering door Brandwacht. Partijen hebben diverse facturen en betalingsbewijzen overgelegd, maar het hof krijgt met die informatie en de toelichting daarop van partijen nog geen totaalbeeld. Het lijkt erop dat niet alle facturen zijn overgelegd. Ook is niet van alle facturen duidelijk door wie en wanneer deze zijn betaald. <?linebreak?><emphasis role="italic">Beide partijen dienen daarom een opstelling te maken, waarin alle facturen van Brandwacht staan vermeld en per factuur op overzichtelijke wijze is aangegeven:</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- de tenaamstelling, de datum en het factuurbedrag;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- de datum van betaling en degene die de factuur heeft betaald;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- of, en wanneer, de tenaamstelling van de factuur is gewijzigd;</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">- of de vordering waarop de factuur betrekking heeft aan de gemeente is gecedeerd en wanneer</emphasis>.  <?linebreak?><emphasis role="italic">Het overzicht dient te verwijzen naar de aan het overzicht toe te voegen facturen (en, indien van toepassing, ook de aangepaste facturen). </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het hof is zich ervan bewust dat partijen al diverse facturen hebben overgelegd en mogelijk van mening zijn dat zij een compleet beeld hebben verschaft van de facturering, maar zij hebben die overtuiging nog niet op het hof kunnen overbrengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Omdat het hof het totaaloverzicht niet heeft, kan het hof ook het verweer van Brogema, dat de gecedeerde vorderingen (deels) al voor de cessie door betaling zijn tenietgegaan niet beoordelen. Ook over dit onderwerp dienen partijen het hof te informeren. <?linebreak?><emphasis role="italic">Partijen dienen op basis van de in het overzicht verwerkte gegevens aan te geven welke van de in de beide akte van cessies vermelde facturen ten tijde van de cessie al waren betaald. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Indien de facturen toen al waren betaald (door de gemeente), en dit niet is gebeurd ter uitoefening van de cessie (bijvoorbeeld doordat de koopsom van de vorderingen is afgeboekt op de facturen), is het aan het hof nog niet duidelijk waarom de vorderingen van Brandwacht niet door deze betaling teniet zijn gegaan. Het is het hof vooralsnog ook niet duidelijk waarom het feit dat deze betaling in een bestuursrechtelijke traject heeft plaatsgevonden de consequentie zou hebben dat de vorderingen niet zijn tenietgegaan. <?linebreak?><emphasis role="italic">De gemeente dient dat toe te lichten.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Volgens Brogema heeft Brandwacht haar vorderingen ook aan de factormaatschappij SVEA (SVEA) gecedeerd. De gemeente heeft dat bestreden. <?linebreak?><emphasis role="italic">Het hof stelt Brogema in de gelegenheid deze stelling te onderbouwen, door bewijsstukken van een eerdere cessie aan SVEA en van de mededeling van die cessie aan haarzelf over te leggen. Indien de cessie niet aan Brogema is meegedeeld, dient zij toe te lichten waarom de cessie aan SVEA in de weg zou staan aan haar verplichting aan de gemeente te betalen (vgl. artikel 3:94 lid 1 en lid 3 BW)? </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling blijkt dat de advocaten van partijen toen spreekaantekeningen hebben overgelegd. Die aantekeningen bevinden zich niet bij de overgelegde procesdossiers.<?linebreak?><emphasis role="italic">Partijen dienen de spreekaantekeningen van hun eigen advocaat alsnog in het geding te brengen. </emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <para>Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor akte door beide partijen. Partijen dienen in de hiervoor in cursief vermelde informatie aan het hof te verstrekken. Partijen mogen op elkaars akte reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>
      <?linebreak?>5.	De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">13 juni 2023</emphasis> voor akte aan de zijde van beide partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen met een antwoordakte op elkaars akte mogen reageren;<?linebreak?></para>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek,  J.H. Kuiper en P.S. Bakker en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 mei 2023, in aanwezigheid van de griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>