<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:3513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T09:43:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.323.766</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3513">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3513</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T09:43:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3513 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-04-2023 / 200.323.766</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:3513:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek voorlopige voorziening, geen reden waarom de beslissing in de bodemprocedure niet afgewacht kan worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:3513:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.323.766-02</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 544880)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 25 april 2023 inzake het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoekster, </para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerder, </para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. S. Meeuwsen te Gorinchem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift, tevens inhoudende een verzoekt tot het treffen van een voorlopige voorziening, ingekomen op 8 maart 2023;</para>
      <para>- een bericht van mr. Van den Heuvel van 13 maart 2023;</para>
      <para>- het verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 11 april 2023 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>De raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) is met bericht vooraf niet verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De moeder en de vader zijn de ouders van: </para>
      <para>- [de minderjarige1] , geboren [in] 2018 in [plaats1] en</para>
      <para>- [de minderjarige2] , geboren [in] 2021 in [plaats2] ,</para>
      <para>over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 14 december 2022 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, voor zover relevant, als zorgregeling vastgesteld dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] vanaf 25 januari 2023 de ene week (week 1) van vrijdag na het avondeten tot zondag na het avondeten en de andere week (week 2) van vrijdag 14.00 uur tot zaterdag 10.00 uur bij de vader verblijven. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Tussen de ouders is in geschil de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen betreffende [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .</para>
        <para>De moeder verzoekt het hof, voor de duur van het hoger beroep, een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen eens per veertien dagen een weekend (van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:00 uur in de oneven week) bij de vader verblijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De vader voert verweer en vraagt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verzoek van de moeder af te wijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 223 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering. Deze bepaling is ook van toepassing in een verzoekschriftprocedure. </para>
        <para>Een voorlopige voorziening is een tijdelijke beslissing, die geldt voor de duur van de procedure. De verzoeker moet in die zin belang hebben bij het verzoek dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de bodemzaak afwacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Het hof stelt vast dat tussen partijen bij dit hof een hoofdzaak aanhangig is en dat het verzoek van de moeder tot het treffen van een voorlopige voorziening samenhangt met de verzoeken van de moeder in de hoofdzaak. De moeder is dan ook ontvankelijk in haar verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het hof oordeelt als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De moeder verzoekt de zorgregeling voor de duur van de procedure te wijzigen omdat de vader de zorgregeling niet consequent nakomt, hetgeen onrust met zich brengt voor de kinderen en de moeder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder echter laten weten dat de zorgregeling sinds de indiening van het hoger beroep goed wordt nagekomen en dat de kinderen het naar hun zin hebben bij de vader. Het hof ziet daarom geen aanleiding om de zorgregeling op dit moment voor de duur van de procedure te wijzigen. Dat de moeder vreest dat de vader na de procedure de regeling opnieuw niet zal nakomen, maakt dat niet anders. Ook de stelling van de moeder dat er in de weekenden dat de kinderen van vrijdag 14.00 uur tot zaterdag 10.00 uur bij de vader verblijven veel wisselingen binnen korte tijd plaatsvinden hetgeen onrustig is voor de kinderen, maakt naar het oordeel van het hof niet dat de beslissing in de bodemprocedure niet afgewacht kan worden. Ouders hebben de zorgregeling immers zelf afgesproken en zullen de kinderen de kans moeten geven om aan de nieuwe verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wennen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van het hof geen reden waarom de beslissing in de bodemprocedure niet afgewacht kan worden, zodat het verzoek van de moeder tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van de moeder tot het treffen van een voorlopige voorziening</para>
      <para>af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, M.H.F. van Vugt en K.A.M. van Os-ten Have, bijgestaan door M.A. Mertens als griffier, en is op 25 april 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>