<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:3512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-27T08:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.323.887</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T07:51:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3512 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-04-2023 / 200.323.887</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:3512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek schorsing niet-ontvankelijk, geen hoger beroep ingesteld tegen de voorlopige zorgregeling waarvan schorsing wordt verzocht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:3512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.323.887-02</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 527651 en 531112)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 25 april 2023  op het verzoek tot schorsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoekster,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. C.M.J. Zillikens te Hoorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>zonder woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. I. Gerrand te Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Bij deze beschikking heeft de rechtbank, voor zover in deze procedure van belang, een voorlopige zorgregeling tussen de man en de kinderen van partijen vastgesteld en de verdere beslissing over de zorgregeling en de vakantieregeling aangehouden en een onderzoek door de raad voor de kinderbescherming (verder ook: de raad) gelast. De kinderen van partijen zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [de minderjarige1] , geboren [in] 2017 te [plaats1] ,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [de minderjarige2] , geboren [in] 2019 te [plaats2] , en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [de minderjarige3] , geboren [in] 2021 te [plaats2] . </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De voorlopige zorgregeling luidt als volgt:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de man en de kinderen hebben iedere week een videobelmoment op vrijdag en zondag om 16.30 uur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gedurende de eerste drie maanden: de kinderen zijn eens per maand op zaterdag bij de man van 10.00 uur tot 17.00 uur;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>daarna: de kinderen zijn eens per maand bij de man van zaterdag 10.00 uur tot en met zondag 16.00 uur.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze voorlopige zorgregeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.</para>
    <bridgehead role="bold">2.	Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en het verzoek tot schorsing</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 10 maart 2023;</para>
      <para>- het verweerschrift in het verzoek tot schorsing met producties;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Zillikens van 28 maart 2023 met producties;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Zillikens van 29 maart 2023 met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft op 11 april 2023 plaatsgevonden. </para>
        <para>Aanwezig waren:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder bijgestaan door mr. L. Schellevis, waarnemend kantoorgenoot voor mr. Zillikens voornoemd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader, bijgestaan door zijn advocaat.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Namens de raad voor de kinderbescherming is niemand verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de orde is het verzoek van de moeder de schorsing te bevelen van de werking van de beschikking van 15 februari 2023 ten aanzien van de daarin vastgestelde voorlopige zorgregeling, althans een voorlopige zorgregeling te bepalen die het hof juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De vader voert hiertegen gemotiveerd verweer. De advocaat van de vader voert ter zitting aan dat de moeder mogelijk niet ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij in hoger beroep het hof uitsluitend heeft verzocht een ander bedrag als kinderalimentatie vast te stellen, maar niets heeft verzocht op het punt van de voorlopige zorgregeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, tweede volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de hogere rechter, indien hoger beroep is ingesteld tegen een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, alsnog de werking schorsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>De advocaat van de moeder heeft gesteld dat de voorlopige zorgregeling in de beschikking van 15 februari 2023 als een eindbeslissing kan worden aangemerkt en hoger beroep daarom mogelijk is. De moeder voert in haar beroepschrift, tevens verzoek tot schorsing, in de eerste vier grieven aan waarom de door de rechtbank vastgestelde voorlopige zorgregeling volgens haar niet in het belang van de kinderen is. De vijfde grief van de moeder heeft betrekking op de door de rechtbank in de bestreden beschikking vastgestelde kinderalimentatie. Tot slot stelt de moeder dat de voorlopige zorgregeling geschorst moet worden met een nadere onderbouwing, Zij verwijst daarbij naar de inhoud van de eerste vier grieven.</para>
        <para>De moeder verzoekt het hof in het petitum van het beroepschrift in het hoger beroep de beschikking van de rechtbank van 15 februari 2023, gedeeltelijk, ter zake van de aspecten waartegen hoger beroep is ingesteld te vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de man een bedrag van € 1.037,33 per kind per maand met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding dient te voldoen, dan wel een beslissing te nemen over de kinderalimentatie die het hof juist acht. </para>
        <para>Het hof stelt vast dat de moeder in het petitum van het beroepschrift in hoger beroep geen verzoek ten aanzien van de voorlopige zorgregeling heeft geformuleerd, in die zin dat geen voorlopige zorgregeling of een andere zorgregeling door het hof dient te worden vastgesteld. Het ontbreken van een concreet verzoek van de moeder ten aanzien van de voorlopige zorgregeling in haar hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof tot gevolg dat zij geen hoger beroep tegen de voorlopige zorgregeling heeft ingesteld. Gelet op de inhoud en strekking van artikel 360 lid 2 Rv kan de moeder dan geen schorsing van de voorlopige zorgregeling verzoeken. Zij is daarom niet-ontvankelijk in dit verzoek en het hof beslist als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot schorsing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, J.H. Lieber en W.D. Kolkman, bijgestaan door de griffier, en is op 25 april 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>