<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:3132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-17T11:14:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.314.314/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3132">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:3132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-17T11:14:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:3132 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-04-2023 / Wahv 200.314.314/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:3132:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 5 Wahv. Een ‘spoedmelding’ is gelijk aan ‘prio 1’. Is de ambtenaar onderweg naar een incident met die kwalificatie, dan is er geen reële mogelijkheid om een bestuurder staande te houden voor een muldergedraging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:3132:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.314.314/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 230621647 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 12 april 2023</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 15 juni 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 11 januari 2023. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. Zwiers.</para>
      <para>Ter zitting van het hof is de behandeling van de zaak aangehouden om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen informatie te verstrekken.</para>
      <para>Partijen hebben aangegeven dat de zaak niet verder op een nieuwe zitting behandeld hoeft te worden, maar op basis van de stukken kan worden afgedaan.</para>
      <para>De van de advocaat-generaal ontvangen informatie is in kopie doorgestuurd naar de gemachtigde van de betrokkene. Deze heeft daarop niet gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 december 2019 om 15:30 uur op de Statenlaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat onvoldoende is komen vast te staan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. De enkele mededeling van de ambtenaar dat hij bezig was met een spoedmelding is daarvoor onvoldoende. De gemachtigde verwijst hierbij naar diverse arresten van het hof. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de bewijslast bij de advocaat-generaal ligt.</para>
    <para />
    <para>3. De stelling van de gemachtigde dat een redelijke verdeling van de bewijslast meebrengt dat de advocaat-generaal aannemelijk maakt dat de gemotiveerde stelling dat de gedraging niet is verricht onjuist is, vindt geen steun in het recht.</para>
    <para />
    <para>4. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.</para>
    <para />
    <para>5. In het zaakoverzicht staat als reden geen staandehouding: “ivm spoedmelding geen staandehouding.”</para>
    <para />
    <para>6. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft een e-mailwisseling tussen haar en de heer [naam1] - brigadier van politie, werkzaam als verkeersspecialist binnen de eenheid MiddenNederland, tevens docent aan de politieacademie - overgelegd. In deze e-mailwisseling staat het volgende vermeld: </para>
    <parablock>
      <para>“Ik heb even e.e.a. nagevraagd bij een collega op de meldkamer (Operationeel centrum). Zij geeft aan: “Prio 1 is hetzelfde als een spoedmelding. In de reeks Spoed-Nu-Later kun je zeggen prio 1,2,3. Voor ons zegt het onder andere iets over aanrijtijd, in de ideale situatie wordt een spoedmelding binnen een kwartier ter plaatse gemeld, een nu-melding (p2) binnen 30 minuten. (…) Zoals je ziet is het systeem van prio- 1,2,3 nu vervangen door het systeem Spoed-Nu-Later.” </para>
      <para>In de bijgevoegde tabel staat onder het kopje kenmerken bij spoed: “levensbedreigend, escalatiegevaar en heterdaad.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaring van de ambtenaar voldoende dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de ambtenaar bezig was met een spoedmelding. Uit de e-mailwisseling tussen de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal en de heer [naam1] blijkt dat de kenmerken van een spoedmelding zijn: “levensbedreigend, escalatiegevaar en heterdaad”. In geval van een spoedmelding is de ideale aanrijtijd een kwartier. Onder deze omstandigheden kan worden geoordeeld dat de ambtenaar in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen om af te zien van staandehouding van de bestuurder van het voertuig. De sanctie is terecht met toepassing van artikel 5 van de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.</para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing dan ook bevestigen. Gegeven deze beslissing bestaat er geen recht op een proceskostenvergoeding. Ten behoeve van de betrokkene merkt het hof nog op dat zij zich voor het treffen van een betalingsregeling met een gemotiveerd verzoek kan wenden tot het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat belast is met de inning van de sanctie.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Broere als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>