<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T09:07:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">GEMW 200.313.882/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T09:07:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:2669 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-03-2023 / GEMW 200.313.882/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:2669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bestuurlijke boete overlast openbare ruimte. APV Den Haag. Aanlijnplicht hond hoeft niet met borden te worden aangegeven. Honden liepen zelf het losloopgebied in. Oplegging boete niet afhankelijk van opzet op het los laten lopen van de hond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:2669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: GEMW 200.313.882/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 28 maart 2023</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 mei 2022, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] (hierna: [eiser] ),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (hierna te noemen: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet met kenmerk [nummer1] .</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Daarbij is verzocht om een behandeling ter zitting.</para>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>Eiser heeft de gelegenheid gekregen zijn beroep nader toe te lichten. </para>
      <para>Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.</para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 14 maart 2023. Eiser is - zonder bericht van verhindering - niet verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door [naam1] en [naam2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De bestuurlijke boete bedraagt € 95,- en is opgelegd voor overtreding van artikel 2:57, lid 1, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (hierna: de APV). De overtreding zou zijn begaan op 18 augustus 2020 om 07:35 uur in het Westduinpark in Den Haag.</para>
    <para />
    <para>2. Artikel 2:57, lid 1, aanhef en onder a, luidt als volgt:</para>
    <para>“1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:</para>
    <para>a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is.”</para>
    <para />
    <para>3. Eiser klaagt er in de eerste plaats over dat hij niet is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter. Eiser is 27 januari 2022 verhuisd en heeft die adreswijziging tijdig laten inschrijven in het bevolkingsregister.</para>
    <para />
    <para>4. Het hof stelt vast dat eiser in zijn beroepschrift bij de kantonrechter van 26 juni 2021 zijn toenmalige adres in Den Haag heeft opgegeven. Naar dat adres is de oproepingsbrief van de griffier van de rechtbank voor de zitting van 25 mei 2022 toegestuurd. Redelijkerwijs mag van iemand die gedurende een procedure verhuist, worden verwacht dat hij een adreswijziging doorgeeft aan de instantie die is belast met het beslissen op het beroep. Niet gesteld of gebleken is dat eiser dit heeft gedaan. Dat hij als gevolg daarvan de oproepingsbrief niet heeft ontvangen, komt voor zijn rekening.</para>
    <para />
    <para>5. Eiser stelt verder dat hij niet is gehoord bij de behandeling van zijn bezwaarschrift. Deze klacht wordt weerlegd door een hoorverslag in het dossier waaruit blijkt dat eiser op 10 mei 2021 telefonisch door verweerder is gehoord. </para>
    <para />
    <para>6. Eiser betoogt dat de kantonrechter aan zijn beroepsgronden voorbij is gegaan. Volgens eiser was het volledig aan de gemeente te wijten dat er onvoldoende borden waren op de toegangspaden. Er is een doorgang gecreëerd in het hekwerk bij de opgang van het Zuiderstrand, terwijl de borden die daar voorheen stonden zijn verwijderd. Burgers worden hierdoor op het verkeerde been gezet. Verder is de kantonrechter uitgegaan van een onjuiste interpretatie van artikel 2:57, lid 1, aanhef en onder a van de APV. Laten verblijven of laten lopen in de zin van die bepaling veronderstelt dat er een bewuste beslissing wordt gemaakt om de hond ergens los te laten. In dit geval rende eisers hond van een toegestaan losloopgebied naar een gebied waar dit kennelijk niet was toegestaan. Eiser is de hond achterna gelopen om hem terug te halen. Van laten verblijven of laten lopen is geen sprake geweest. Eiser meent tot slot dat wat hij heeft aangevoerd moet leiden tot twijfel aan de niet-ondertekende verklaring van de ambtenaar. Deze ambtenaar zou wat eiser betreft ook als getuige moeten worden gehoord.</para>
    <para />
    <para>7. In zaken als deze kan de vaststelling dat een overtreding is begaan worden gebaseerd op een door een buitengewoon opsporingsambtenaar opgemaakt overtredingsrapport. De wet schrijft niet voor dat dit rapport van een handtekening moet zijn voorzien. In zoverre faalt eisers betoog.</para>
    <para />
    <para>8. Eisers stelling dat het verbod om honden niet-aangelijnd rond te laten lopen met borden moet worden aangegeven, vindt geen steun in het recht. Het staat de gemeente vrij om een dergelijk algemeen losloopverbod op te nemen in de APV. Hondenbezitters worden geacht van de toepasselijke, gepubliceerde regelgeving kennis te dragen.</para>
    <para />
    <para>9. Niet in geding is dat de honden van eiser op de hiervoor vermelde datum, tijd en locatie niet-aangelijnd rondliepen. De verbodsbepaling gaat uit van een risicoaansprakelijkheid van de houder van de hond. Het is in beginsel de verantwoordelijkheid van de eigenaar of houder om er zorg voor te dragen dat het dier zich niet bevindt binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat het is aangelijnd. Eisers interpretatie van het artikel dat slechts sprake is van een te sanctioneren overtreding wanneer opzettelijk of doelbewust wordt gehandeld, is dus niet juist.</para>
    <para />
    <para>10. Het hof ziet geen aanleiding de ambtenaar als getuige te horen. Eiser erkent immers dat zijn honden los rondliepen terwijl genoegzaam vaststaat dat dit ter plaatse niet is toegestaan. Niet valt in te zien welk belang bij die stand van zaken gediend zou kunnen zijn met het horen van de ambtenaar.</para>
    <para />
    <para>11. Geen van de aangevoerde beroepsgronden treft doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>