<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:2584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-29T08:17:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.323.324/01 en 200.323.324/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2584">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2584</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-29T08:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:2584 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-03-2023 / 200.323.324/01 en 200.323.324/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:2584:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gesloten jeugdhulp mag - anders dan de kinderrechter in de rechtbank heeft bepaald - bij de {naam2} ten uitvoer worden gelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:2584:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers gerechtshof 200.323.324/01 en 200.323.324/02 </para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 220263)	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 23 maart 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen </emphasis>(de GI),</para>
      <para>gevestigd te Groningen,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam1] </emphasis>( [naam1] ),</para>
      <para>geboren [in] 2008 in [plaats1] ,</para>
      <para>verblijvende te [plaats2] ( [naam2] ), </para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>advocaat: mr. M.J. Flach te Groningen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:                                                                                       </emphasis>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis>,                                                                                       regio Noord Nederland, locatie Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de (tussen)beschikkingen van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 26 januari 2023 en </para>
      <para>9 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de zaak 200.323.324/01:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 28 februari 2023.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak 200.323.324/02:</emphasis>
      </para>
      <para>- het verzoek voorlopige voorziening met bijlage(n), ingekomen op 28 februari 2023.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 14 maart 2023 is [naam1] voorafgaand aan de zitting (afzonderlijk) door de voorzitter gehoord. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 14 maart 2023 plaatsgevonden. Namens de GI zijn [naam3] en [naam4] verschenen. Ook [naam1] is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Verder is ter zitting toegelaten [naam5] , begeleidster van [naam1] bij [naam2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [naam1] staat sinds 26 januari 2016 onder toezicht van de GI en is op 16 augustus 2016 uithuisgeplaatst.   	</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 11 juli 2018 heeft de rechtbank het ouderlijk gezag van de ouders over [naam1] beëindigd en de GI tot voogd benoemd over [naam1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 18 juli 2022 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken en de beslissing op de resterend verzochte duur aangehouden. Bij beschikking van 28 juli 2022 heeft de kinderrechter deze beschikking bekrachtigd en met ingang van 28 juli 2022 een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [naam1] verleend tot 28 januari 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bij (tussen)beschikking van 26 januari 2023 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [naam1] verleend tot en met 9 februari 2023 en de beslissing voor het overige aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          [naam1] heeft na haar uithuisplaatsing (op 16 augustus 2016) eerst bij de Vossenburght gewoond en vervolgens is zij in een perpectiefbiedend pleeggezin geplaatst.    Vanaf eind 2019 is [naam1] van crisisplek naar crisisplek verplaatst, waarna zij op </para>
        <para>11 juli 2022 bij [naam6] , de psychiatrische (crisis)groep van [naam7] , is geplaatst. Op basis van de machtiging gesloten jeugdhulp van 18 juli 2022 is [naam1] bij [naam2] geplaatst, waar zij nu nog steeds verblijft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking van 9 februari 2023 heeft de kinderrechter een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [naam1] verleend met ingang van 26 januari 2023 tot en met 26 april 2023, welke machtiging niet ten uitvoer mag worden gelegd in [naam2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De GI is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief ziet op de beslissing van de rechtbank om de tenuitvoerlegging van de verleende machtiging in [naam2] te verbieden. De GI verzoekt het hof om de bestreden beschikking op dat punt te vernietigen en de verzochte machtiging gesloten jeugdhulp zonder een dergelijke beperking te verlenen voor de duur van drie maanden. In het incident verzoekt de GI schorsing van de bepaling dat de gesloten jeugdhulp niet in [naam2] ten uitvoer mag worden gelegd, uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [naam1] staat achter het verzoek van de GI.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het schorsingsverzoek (200.323.324/02)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Omdat het hof uitspraak zal doen in de hoofdzaak, heeft de GI geen belang meer bij de beoordeling van het verzoek tot schorsing zoals hiervoor omschreven. Het hof zal het verzoek van de GI hiertoe dan ook afwijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoofdzaak (200.323.324/01) </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>Niet in geschil is dat de gronden voor de gesloten plaatsing van [naam1] aanwezig zijn. In dit hoger beroep ligt ter beoordeling voor de bepaling van de kinderrechter dat de verleende machtiging gesloten jeugdhulp voor [naam1] , die geldt voor de periode van </para>
        <para>26 januari 2023 tot en met 26 april 2023, niet ten uitvoer mag worden gelegd in  [naam2] .   </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Zoals tijdens de zitting is medegedeeld zal het hof het verzoek van de GI toewijzen en de bestreden beschikking vernietigen voor zover daarin is bepaald dat de machtiging gesloten jeugdhulp niet ten uitvoer mag worden gelegd in [naam2] . [naam1] verblijft inmiddels ruim acht maanden (sinds juli 2022) bij [naam2] op de groep [naam8] , die momenteel bestaat uit vijf jongeren. Volgens de GI is de leegstand die er (vooralsnog) weliswaar is op het terrein van  [naam2] niet bepalend voor het verblijf van [naam1] . De sfeer op haar groep is warm en huiselijk en het gaat daar naar omstandigheden juist goed met [naam1] . Door de betrokken hulpverleners, waaronder de gedragswetenschapper, wordt gezien dat [naam1] zich steeds meer openstelt, in toenemende mate zelfinzicht laat zien en een realistisch beeld heeft van zichzelf en de situatie. Ook het hof heeft deze indruk gekregen naar aanleiding van het gesprek met [naam1] . Desalniettemin zijn er nog steeds veel zorgen over [naam1] , met name wat betreft de uitspraken die zij doet en het risicovolle gedrag dat zij laat zien. Zo is zij vlak voor de zitting bij de rechtbank nog weggelopen, alsook een week voor de zitting van het hof. Dit is een patroon bij [naam1] vanaf dat zij kleuter was. [naam1] geeft aan dat zij dit waarschijnlijk ook zal blijven doen, maar de behoefte hiertoe minder voelt als zij niet gesloten zit omdat ze dan meer vrijheden heeft en die druk minder voelt. Waar [naam1] eerder echter vaak wegliep naar haar vader is de extra zorg er nu in gelegen dat zij contact zoekt met jongens/mannen uit bedenkelijke milieus. [naam1] heeft zelf nog niet het gevoel dat de therapieën die zij nu volgt haar echt helpen, maar zij zet zich wel ten volle in en komt trouw naar alle afspraken. [naam1] heeft een vertrouwensband opgebouwd met haar begeleiders, therapeuten en coach en heeft daarnaast goed contact met twee meiden van haar groep. Na een zeer onrustige periode met verschillende (crisis)plaatsingen ervaart zij rust en stabiliteit. De onduidelijkheid over haar perspectief en de gedachte dat zij vanwege de door de kinderrechter in de bestreden beschikking gestelde voorwaarde op korte termijn opnieuw van verblijfplaats zou moeten wisselen zorgt bij haar voor veel stress en paniekaanvallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof concludeert dat het niet in het belang van [naam1] is om haar nu en voor slechts een korte periode (vooralsnog tot 26 april 2023) over te plaatsen naar een andere jeugdzorgplus voorziening. Dit zal niet ten goede komen aan de positieve ontwikkeling die [naam1] doormaakt en de noodzakelijke continuïteit in haar behandelingen en omgeving. De GI heeft aangegeven actief op zoek te zijn naar een passende (open en perspectief biedende) vervolgplek voor [naam1] , maar er is nog geen zicht op waar dit zal zijn en per wanneer. </para>
        <para>Het is in dat verband fijn voor [naam1] -zo heeft haar begeleidster ter zitting aangegeven- dat zij, indien nodig en ter overbrugging, ook zonder gesloten machtiging of met een voorwaardelijke machtiging op dezelfde groep binnen behandelcentrum [naam2] kan blijven met de voor haar vertrouwde begeleiders. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Tot slot merkt het hof op dat de (wijze van) uitvoering van een maatregel als een gesloten plaatsing in beginsel tot de primaire taak van de GI wordt gerekend. Wat er in dat verband ook zij van de door de kinderrechter toegevoegde voorwaarde ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de maatregel, is het hof met alle betrokkenen van oordeel dat die betreffende voorwaarde in deze zaak niet in het belang van [naam1] is.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.323.324/02</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het schorsingsverzoek van de GI af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.323.324/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 9 februari 2023, voor zover is bepaald dat de verleende machtiging gesloten jeugdhulp voor [naam1] niet ten uitvoer mag worden gelegd in [naam2] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. A.P. de Jong-de Goede, G.M. van der Meer en </para>
      <para>J.G. Knot, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 23 maart 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>