<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:2457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T08:59:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.308.076/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2457">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:2457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T08:58:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:2457 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-03-2023 / Wahv 200.308.076/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:2457:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voertuig laten staan in 'van gemeentewege aangelegde groenstrook'. Strook gras met beplanting naast de weg is eigendom van de gemeente en wordt door haar onderhouden. Daarmee is sprake van een van gemeentewege aangelegde groenstrook in de zin van de APV.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:2457:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.308.076/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 233616953 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 22 maart 2023</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 18 januari 2022, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “voertuig laten staan in park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 mei 2020 om 15.32 uur op de Noordlandselaan in ’s-Gravenzande met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de plek waar het voertuig stond geparkeerd moet worden aangemerkt als een berm en niet als een van gemeentewege aangelegde groenstrook. Het weggedeelte waar het voertuig stond is direct gelegen aan de weg en is hiermee formeel onderdeel van de weg en doet zich voor als een naast de weg gelegen berm. Nu een parkeerverbod in de berm niet van toepassing is, is sprake van een ten onrechte opgelegde sanctie. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. </para>
    <para />
    <para>3. Niet in geding is dat het voertuig van de betrokkene ter plaatse stond geparkeerd. Beoordeeld moet worden of deze locatie als een park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook kan worden aangemerkt. Het daarin laten staan van een voertuig is namelijk strafbaar gesteld in artikel 5:11, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Westland 2019.</para>
    <para>4. Er is geen wettelijke definitie van de begrippen park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook. In een berm mag in principe worden geparkeerd, terwijl dat in een groenstrook doorgaans niet is toegestaan. Bij de bepaling of iets al dan niet als berm of groenstrook kan worden aangemerkt, is doorslaggevend hoe het terrein zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet.</para>
    <para />
    <para>5. Het dossier bevat de foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene met vier wielen staat geparkeerd op een onverharde strook. Rondom het voertuig is (kort) gras zichtbaar. Aan de passagierszijde van het voertuig bevindt zich een groene haag. </para>
    <para />
    <para>6. Naar aanleiding van de door de ambtenaar en de advocaat-generaal overgelegde foto’s en afbeeldingen van onder meer Google, heeft hof zich door middel van Google Maps georiënteerd op de situatie ter plaatse. Het hof stelt vast dat het voertuig van de betrokkene staat geparkeerd binnen de bebouwde kom van ’s-Gravenzande in een strook gras ter hoogte van de kruising van de Nieuwlandsedijk met de Noordlandselaan. Op deze locatie, ter hoogte van huisnummer 29, bevindt de grasstrook zich tussen de geasfalteerde rijbaan van de Nieuwlandsedijk en een rij groene hoge struiken. Achter deze groene struiken bevindt zich een bedrijf bestaande uit een kassencomplex en een winkel met parkeerterrein. Verderop op Nieuwlandsedijk vormt de grasstrook de afscheiding tussen de geasfalteerde rijbaan en de tuinen van de aangrenzende woningen en bedrijven. </para>
    <para />
    <para>7. Naar oordeel van het hof is de plaats waar het voertuig van de betrokkene stond aan te merken als een groenstrook en niet als een berm. Het betreft een binnen de bebouwde kom gelegen strook grond die een goed onderhouden indruk maakt. Dat de strook gras direct naast de rijbaan is gelegen, betekent niet dat geen sprake kan zijn van een groenstrook. Uit de afbeeldingen volgt ook dat de strook in de onmiddellijke nabijheid van bedrijven en woningen ligt, waardoor het - mede gelet op de staat van onderhoud en op sommige plekken aanwezige beplanting - de indruk geeft deel uit te maken van bij die bebouwing behorend terrein. </para>
    <para />
    <para>8. Uit het in hoger beroep overgelegde aanvullend proces-verbaal van 28 mei 2022 blijkt dat de gemeente Westland eigenaar is van de grond waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd. Daarnaast blijkt dat de afdeling gebiedsbeheer van de gemeente Westland het onderhoud van deze strook verricht. Naar het oordeel van het hof staat daarmee voldoende vast dat sprake is van een van gemeentewege aangelegde groenstrook. De grond van de gemachtigde slaagt daarom niet. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op de gegevens in het dossier, in combinatie met informatie uit openbaar toegankelijk materiaal van Google, is het hof van oordeel dat de locatie van de gedraging niet de Noordlandselaan maar de Nieuwlandsedijk in ’s-Gravenzande is. Dit betekent dat de pleeglocatie in de inleidende beschikking ten onrechte door de officier van justitie is gewijzigd. Het hof zal die wijziging daarom ongedaan maken. Nu de betrokkene wist, gelet op dat wat door en namens hem in de procedure is aangevoerd, waar de gedraging heeft plaatsgevonden en tegen welk verwijt hij zich diende te verdedigen, wordt hij door die wijziging niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad.</para>
    <para />
    <para>10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek om vergoeding van proceskosten afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep, gericht tegen de beslissing van de officier van justitie, gedeeltelijk gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre, dat de pleeglocatie komt te luiden: “Nieuwlandsedijk”;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep voor het overige ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>