<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:1964</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T15:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-000978-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1964">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1964</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T09:27:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1964 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-03-2023 / 21-000978-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:1964:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:1964:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-000978-21 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	8 maart 2023</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof </title>
    <parablock>
      <para>Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, </para>
      <para>van 17 februari 2021 met parketnummer 16-244529-20 in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, </para>
      <para>mr. M. Holtslag, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, waarvan € 250,00 voorwaardelijk, subsidiair 5 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren. Tevens heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 september 2020 te [pleegplaats] [benadeelde] heeft mishandeld door met kracht tegen het hoofd te stompen en/of slaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel de advocaat-generaal als de raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende. Uit de inhoud van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen leidt het hof het volgende af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 27 september 2020 een onhandige opmerking in de richting van de zoon van aangeefster heeft gemaakt. Hij heeft dit aan zijn moeder verteld en zij is toen naar verdachte gelopen. Verdachte heeft verder verklaard dat aangeefster hem vervolgens heeft geduwd en geslagen en dat hij op het punt stond om haar terug te slaan. Hij balde zijn vuist en bracht zijn arm omhoog, maar bedacht zich en bracht zijn arm weer naar beneden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn twee – voor verdachte – belastende verklaringen afgelegd. Aangeefster en de man van aangeefster hebben beiden verklaard dat verdachte aangeefster heeft geslagen. Het hof stelt vast dat er met deze twee verklaringen voldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenover deze twee belastende verklaringen staat echter de hierboven beschreven ontkennende verklaring van verdachte, die wordt ondersteund door de verklaring van de getuige [persoon 1] . Zij is door de raadsheer-commissaris gehoord en heeft verklaard dat zij niet heeft gezien dat verdachte aangeefster heeft geslagen. Bovendien heeft aangeefster direct na het incident met de politie gesproken en heeft zij tijdens dat gesprek op geen enkel moment iets gezegd over het feit dat zij door verdachte zou zijn geslagen. Ook is de heer [persoon 2] als getuige gehoord waarbij hij heeft verklaard dat hij na het incident met aangeefster heeft gesproken, maar dat aangeefster toen niet heeft gezegd dat zij zou zijn geslagen door verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande heeft het hof, net als de advocaat-generaal en de raadsvrouw, op grond van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 8.123,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para>Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. J.D. den Hartog, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.H. Garos en mr. R.G.J. Welbergen, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.A.C. van den Berg-Veltman, griffier,</para>
      <para>en op 8 maart 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>