<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:1920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-19T15:09:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.311.829</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2023-0164</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2023/75</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1920">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-08T09:15:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1920 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 07-03-2023 / 200.311.829</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:1920:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Over het erfdeel van een erfgenaam is een testamentair bewind ingesteld. Deze erfgenaam stelt een rechtsvordering tot verdeling van de nalatenschap in. Is deze erfgenaam daarin ontvankelijk?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:1920:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.311.829 </para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 512648  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 7 maart 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1] </para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld </para>
      <para>en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie</para>
      <para>hierna: [appellante] </para>
      <para>advocaat: mr. N.C. van Steijn  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats2]</para>
      <para>en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie en verweerder in reconventie</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde1] </para>
      <para>advocaat: mr. M.J. Drost  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats3]</para>
      <para>en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde2]</para>
      <para>niet verschenen in hoger beroep  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Midden-Nederland op 1 december 2021 (tussenvonnis) en 9 maart 2022 (eindvonnis) tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van grieven van [appellante]</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord van [geïntimeerde1] .  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [appellante] en [geïntimeerde2] (broer en zus) zijn samen met [geïntimeerde1] , de zoon van hun vooroverleden zus, erfgenamen van hun moeder (hierna: erflaatster) die op 11 september 2018 is overleden. Erflaatster heeft [appellante] tot executeur benoemd. Zij heeft in haar testament ook een bewind ingesteld over het erfdeel van [geïntimeerde1] dat eindigt als [geïntimeerde1] 23 jaar wordt. Zij heeft [appellante] tot bewindvoerder benoemd. [geïntimeerde1] is geboren [in] 2003. Namens [geïntimeerde1] is de nalatenschap beneficiair aanvaard. Wettelijke vereffening van de nalatenschap is niet nodig, omdat [appellante] als executeur heeft verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de schulden daarvan te voldoen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vader van [geïntimeerde1] heeft namens hem [appellante] en [geïntimeerde2] gedagvaard en in conventie gevorderd dat de rechtbank de wijze van verdeling van de nalatenschap gelast. [appellante] heeft in reconventie een eis ingesteld tegen [geïntimeerde1] en gevorderd dat de rechtbank de verdeling van de nalatenschap vaststelt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 1 december 2021 aan [appellante] een bewijsopdracht gegeven. De rechtbank heeft in het eindvonnis van 9 maart 2022 het restant van de nalatenschap vastgesteld en de wijze van verdeling daarvan gelast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De bedoeling van het hoger beroep is dat het hof de vonnissen van de rechtbank vernietigt en de vordering in reconventie van [appellante] alsnog toewijst.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtsvordering in eerste aanleg is op 5 november 2020 ingesteld door de vader van [geïntimeerde1] als zijn wettelijk vertegenwoordiger. [geïntimeerde1] was op dat moment nog minderjarig en niet procesbekwaam. [geïntimeerde1] heeft de procedure in eerste aanleg zelf voortgezet toen hij [in] 2021 achttien jaar werd en daarmee ook procesbekwaam. De rechtbank heeft dat geconstateerd in het tussenvonnis van 1 december 2021 (3.1.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Over het erfdeel van [geïntimeerde1] is een bewind ingesteld. De bewindvoerder is bevoegd [geïntimeerde1] te vertegenwoordigen in gedingen over de goederen die onder bewind staan (artikel 4:173 BW). [geïntimeerde1] – of zijn wettelijk vertegenwoordiger tijdens zijn minderjarigheid – is niet zelf bevoegd over de nalatenschap van zijn grootmoeder te procederen. Dat betekent dat het hof de bestreden vonnissen zou moeten vernietigen en [geïntimeerde1] alsnog niet-ontvankelijk zou moeten verklaren in zijn hoger beroep. Dat zou verder betekenen dat ook [appellante] niet-ontvankelijk is in de rechtsvordering die zij in reconventie heeft ingesteld tegen [geïntimeerde1] . Daar komt nog bij dat de procedure in reconventie een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft (vaststelling van de verdeling van de nalatenschap van erflaatster) en dat [appellante] bij de rechtbank alleen [geïntimeerde1] in die procedure heeft betrokken en niet [geïntimeerde2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden en ter voorkoming van een verrassingsbeslissing partijen de gelegenheid geven zich hierover uit te laten. 	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>partijen kunnen zich op dinsdag 21 maart 2023 (roldatum) bij akte uitlaten als bedoeld in rov. 3.2. en 3.3. en op dinsdag 4 april 2023 bij antwoordakte reageren op de akte van de andere partij;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt iedere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.L. van der Bel , en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2023. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>