<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:1487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T13:18:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ISD P22/336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1487">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-20T13:17:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1487 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-02-2023 / ISD P22/336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:1487:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Het hof bevestigt met aanvulling van gronden de beslissing waarvan beroep. Het hof benoemt de toetsingscriteria en oordeelt dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Het hof overweegt in dat verband dat er een WLF-aanvraag loopt en het allerminst zeker is dat de veroordeelde medicatie zal blijven gebruiken als de maatregel wordt beëindigd, alsmede dat er nog geen geschikte woon- of verblijfplaats gevonden voor de veroordeelde. Voorts oordeelt het hof dat er geen sprake is van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt waardoor voortzetting van de maatregel niet meer zinvol is.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:1487:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ISD P22/336 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 16 februari 2023</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [Veroordeelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,</para>
    <para>verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) van [locatie] . </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2022. Deze beslissing houdt in dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders vereist is. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>— het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    <para>— de beslissing waarvan beroep;</para>
    <para>— de akte van beroep van de veroordeelde van 10 november 2022;</para>
    <para>— het aanvullend verslag tussentijdse toetsing ISD van [locatie] van 25 januari 2023. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 2 februari 2023 gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de veroordeelde</emphasis>
      </para>
      <para>De veroordeelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing waarvan beroep dient te worden vernietigd en de maatregel dient te worden beëindigd. De veroordeelde heeft in het verleden laten zien dat hij met een zorgmachtiging prima kan functioneren en zich niet schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten. Door omstandigheden is hij opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie en is onderhavige maatregel opgelegd voor de duur van een jaar. De veroordeelde verblijft inmiddels tien maanden in [locatie] . Geconcludeerd kan worden dat een effectieve aanpak tot gedragsverandering is uitgebleven. Het is niet gelukt een passende behandelsetting voor hem te vinden en dat zal de komende twee maanden tot het einde van de maatregel hoogstwaarschijnlijk ook niet meer gebeuren. In de twee maanden tot het einde van de maatregel kan er niet veel meer worden bereikt. Bij beëindiging van de maatregel is de veroordeelde bereid op vrijwillige basis medicatie te blijven gebruiken en kan hij bij familie en vrienden terecht voor een slaapplek. Alles overziend dient voortzetting van de maatregel geen redelijk doel meer en ligt beëindiging van de maatregel in de rede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep. Aan de voorwaarden voor voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel is voldaan. Hoewel de maatregel doorgaans wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, heeft de rechtbank in onderhavige zaak de maatregel opgelegd voor de duur van een jaar. De P.I. is voortvarend aan de slag gegaan met het traject van de veroordeelde. Er is een aanvraag ingediend conform de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Daarnaast volgt de veroordeelde dramatherapie en beeldende therapie, werkt hij als reiniger en wordt er gekeken naar mogelijkheden wat betreft onderwijs. Uit de informatie van de P.I. blijkt dat het gevaar voor herhaling wordt ingeschat als hoog en de kans op destabilisatie bij het ‘uit zorg’ gaan ook als hoog. Daarnaast is nog onduidelijk wat de uitkomst is van de WLZ-aanvraag en is er nog geen geschikte woon- of verblijfplaats gevonden voor de veroordeelde. Bij die stand van zaken is voortzetting van de maatregel aangewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevestigen</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede grond heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Criteria toetsing ISD </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof dient als eerste na te gaan of opheffing van de maatregel zal leiding tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Daarna moet het hof bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de schriftelijke informatie van de P.I. komt naar voren dat de kans op recidive als hoog wordt ingeschat en dat er een grote kans is op destabilisatie als de veroordeelde ‘uit zorg’ gaat. Op dit moment loopt er een aanvraag WLZ, waarvan de uitkomst nog niet bekend is. Daarnaast is er nog geen geschikte woon- of verblijfplaats gevonden voor de veroordeelde. Uit de informatie van de P.I. blijkt voorts dat de veroordeelde op dit moment medicatie krijgt waar hij baat bij lijkt te hebben. Of de veroordeelde deze medicatie zal blijven gebruiken als de maatregel wordt beëindigd is allerminst zeker, omdat hij daarover wisselende signalen heeft afgegeven. Gelet op deze punten is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat beëindiging van de maatregel zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein. Voorts is naar het oordeel van het hof geen sprake van een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de maatregel niet meer zinvol is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bevestigt met aanvulling van gronden</emphasis> zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2022 met betrekking tot de veroordeelde <emphasis role="bold">[Veroordeelde] . </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.E. van Wees als voorzitter,</para>
      <para>mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M. Keppels als raadsheren, </para>
      <para>en dr. W.J. Canton en dr. E.L.M. Klein Haneveld als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen als griffier,</para>
      <para>en op 16 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>