<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:1361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T14:46:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P22-0338</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1361">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1361</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-22T14:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1361 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-02-2023 / P22-0338</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:1361:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft de terbeschikkingstelling verlengd met een termijn van één jaar in verband met een bestaande impasse. Die impasse betreft naar het oordeel van het hof in hoofdzaak de plaats van detentie en niet zozeer de periode van verlenging. De plaats waar de terbeschikkingstelling ten uitvoer wordt gelegd is niet (direct) onderworpen aan het oordeel van de verlengingsrechter. Voor bezwaren tegen de plaats van tenuitvoerlegging voorziet de wet in zelfstandige rechtsmiddelen. Een en ander laat onverlet dat het hof oog heeft voor de thans bestaande vergaande beperkingen in het kader van de tenuitvoerlegging van de maatregel en in aanmerking neemt dat de eerste positieve stappen die enig perspectief bieden zijn gezet. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof vernietigt de verlengingsbeslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:1361:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P22/0338 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 9 februari 2023</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,</para>
    <para>verblijvende in Penitentiaire Inrichting (PI) [plaats] op de afdeling Zeer Intensieve en Specialistische Zorg (ZISZ), locatie Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (LFPZ),</para>
    <para>onder verantwoordelijkheid van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Pompestichting.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 5 oktober 2022. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 september 2008, waarbij de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de wettelijke aantekeningen van 25 oktober 2021 tot en met 25 april 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het verlengingsadvies van FPC Pompestichting van 4 juli 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (LAP) van 25 juli 2022, strekkende tot voortzetting van de LFPZ-status van de terbeschikkinggestelde; </para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de vordering van de officier van justitie, ingekomen op 18 augustus 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep en de herstelbeslissing van 29 november 2022, waarbij kennelijke verschrijvingen in de beslissing waarvan beroep zijn hersteld;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van beroep van de officier van justitie van 19 oktober 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de appelschriftuur van de officier van justitie van 1 november 2022, ingekomen op 3 november 2022;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de aanvullende informatie van FPC Pompestichting van 24 januari 2023, met als bijlage de (concept) wettelijke aantekeningen van 25 april 2022 tot en met 25 oktober 2022.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 26 januari 2023 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.H.J. van Rhijn, advocaat te Doorn, en de advocaat-generaal mr. H.J. Lambers.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de terbeschikkingstelling terecht verlengd met een termijn van één jaar om een vinger aan de pols te houden. De terbeschikkinggestelde wordt niet behandeld op de afdeling waar hij nu verblijft. Er zijn geen duidelijke argumenten gegeven voor zijn plaatsing op deze afdeling met een zwaar regime. Hij zit 23 uur per etmaal opgesloten in zijn cel, wat deprimerend voor hem is. Hij zit al lang vast en krijgt geen kans om zichzelf in de maatschappij te bewijzen. Zijn netwerk wordt steeds kleiner. Hij ziet zijn twee jonge dochters niet opgroeien. De vader, een tante en een nicht van de terbeschikkinggestelde zijn inmiddels overleden. De gezondheid van zijn moeder, die hem nog wel bezoekt, is niet zo best. De terbeschikkinggestelde gaat de discussie niet telkens meer aan als hij het ergens niet mee eens is. Hij maakt nu wel gebruik van de beperkte mogelijkheid om buiten zijn cel contact te hebben met het personeel van de afdeling. Dit contact is goed. Hij heeft goede stappen gezet om toe te werken naar zijn terugkeer in de maatschappij. Om de voortgang in de behandeling van de terbeschikkinggestelde te monitoren en hem ook perspectief te bieden, is het in zijn belang om in dit uitzonderlijke geval af te wijken van het uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Namens de terbeschikkinggestelde is bepleit de verlengingsbeslissing van de rechtbank te bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de verlengingsbeslissing van de rechtbank en geconcludeerd tot een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren in de appelschriftuur. Die conclusie is ter zitting in hoger beroep overgenomen door de advocaat-generaal. Volgens het openbaar ministerie bestaat in dit geval geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. De verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaar brengt mogelijk rust. Uit de aanvullende informatie van de kliniek komt naar voren dat er eigenlijk geen alternatieven voor de huidige situatie van de terbeschikkinggestelde zijn. Hij zou misschien terug kunnen keren naar de LFPZ-voorziening van FPC Pompestichting in [plaats] . De plaatsing van de terbeschikkinggestelde in de LFPZ wordt gemonitord door de LAP. Gelet op de situatie van de terbeschikkinggestelde is de overweging van de rechtbank met betrekking tot de vinger aan de pols begrijpelijk. Het is echter niet nodig om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de verlengingbeslissing van de rechtbank en tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vernietiging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt tot een andere verlengingsbeslissing dan de rechtbank. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indexdelicten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof Den Haag heeft de terbeschikkinggestelde bij arrest van 23 september 2008 veroordeeld voor – onder meer, kort gezegd - de volgende misdrijven:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>poging tot zware mishandeling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>met iemand tussen de twaalf en zestien jaar buiten echt ontucht plegen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medeplegen van verkrachting.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze misdrijven zijn gericht tegen of veroorzaken gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornissen en recidivegevaar</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verlengingsadvies van FPC Pompestichting houdt in dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. In geval van een beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt het recidiverisico ingeschat als hoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de advisering en op hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aanvullende informatie van FPC Pompestichting komt naar voren dat het gedrag van de terbeschikkinggestelde op niet ZISZ-afdelingen in het verleden buitengewoon ontwrichtend was en ook niet hanteerbaar bleek binnen de “reguliere” LFPZ-voorziening op de locatie [plaats] van de kliniek. De kliniek ziet de terugplaatsing van de terbeschikkinggestelde op de locatie [plaats] als toekomstperspectief. Alvorens hij hiervoor klaar wordt geacht zijn nog een aantal stappen te zetten. </para>
      <para>In oktober 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden met de terbeschikkinggestelde waarbij zijn moeder en zus aanwezig zijn geweest. In dit gesprek is zowel door leden van het behandelteam als door zijn familie, benadrukt dat hij zelf aan zet is. Gaandeweg komt hij de laatste periode wat meer uit zijn kamer voor contactmomenten, is hij in staat om te koken, een spel te spelen of een laagdrempelig gesprek aan te gaan. In de behandelplanbespreking van 19 januari 2023 is geconcludeerd dat de terbeschikkinggestelde de eerste stap heeft gezet door uit bed te komen en deel te nemen aan individuele programmaonderdelen. Er is vooralsnog sprake van functioneel en voornamelijk oppervlakkig contact, waarbij inhoudelijke diepgang en initiatief daartoe vanuit de terbeschikkinggestelde volstrekt ontbreekt. Daarmee kan niet gesproken worden van een daadwerkelijke behandelrelatie. Daarop wordt de aandacht in de aankomende periode met name gericht.</para>
      <para>In het gunstige geval dat de terbeschikkinggestelde kan worden teruggeplaatst op de locatie [plaats] , zal hij nog steeds in een LFPZ-voorziening verblijven, waarbij het niet aannemelijk is dat er binnen één jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De kliniek handhaaft haar advies om de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren te verlengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank kwam tot een ander oordeel in verband met een bestaande impasse. Die impasse betreft naar het oordeel van het hof in hoofdzaak de plaats van detentie en niet zozeer de periode van verlenging. De plaats waar de terbeschikkingstelling ten uitvoer wordt gelegd is niet (direct) onderworpen aan het oordeel van de verlengingsrechter. Voor bezwaren tegen de plaats van tenuitvoerlegging voorziet de wet in zelfstandige rechtsmiddelen. Een en ander laat onverlet dat het hof oog heeft voor de thans bestaande vergaande beperkingen in het kader van de tenuitvoerlegging van de maatregel en in aanmerking neemt dat de eerste positieve stappen die enig perspectief bieden zijn gezet. Het hof is met het openbaar ministerie van oordeel dat de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met een termijn van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vernietigt</emphasis> de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 5 oktober 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van <emphasis role="bold">twee jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. D. Visser als voorzitter,</para>
      <para>mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter als raadsheren, </para>
      <para>en dr. R.A. Graaff en drs. I.M. van Woudenberg als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,</para>
      <para>en op 9 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>