<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2023:1125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-20T09:38:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.308.568/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1125">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2023:1125</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-20T09:38:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2023:1125 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-02-2023 / 200.308.568/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2023:1125:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rijden over een puntstuk? Samenkomende lijnen op het wegdek bij een samenvoeging van wegen zijn niet een puntstuk in de zin van artikel 1, RVV 1990. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2023:1125:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.308.568/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 231736078 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 8 februari 2023</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 27 januari 2022, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op <?linebreak?>7 februari 2020 om 16.18 uur op de Zuilensering in Maarssen met het voertuig met het kenteken <?linebreak?>[kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen sprake is van een puntstuk, maar een doorgetrokken streep vanaf de invoegstrook. Ter onderbouwing zijn afbeeldingen van Google Maps Street View bijgevoegd. In dit geval is geen sprake van een meerhoekig vlak met in het midden daarvan een wit (of anders gekleurd) vlak. Bepalend voor de omvang van het puntstuk is hoe de situatie zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet. </para>
    <para />
    <para>3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Ik zag dat de bestuurder vanaf Maarssen Broek de Zuilensering op reed richting de Rijksweg A2. Ik zag dat de bestuurder over het puntstuk reed en niet wachtte tot het officiële invoermoment.”</para>
    <para />
    <para>4. Ook bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar onder meer verklaart:</para>
    <para>“Dit is op de N230 tussen hectometerpaal 0.6 en 0.7 L. (…) De locatie begint met een klein puntstuk, vervolgd door een dubbele doorgetrokken streep. Als u van mening bent dat het een dubbele doorgetrokken streep betreft, verzoek ik u de feitcode aan te passen aangezien het boetebedrag gelijk is en de overtreding begaan is.”</para>
    <para />
    <para>5. Verder bevat het dossier uitdraaien van Google Maps Street View van de situatie ter plaatse, overgelegd door zowel de gemachtigde als de advocaat-generaal. Hierop is de Zuilense Ring te zien, die bestaat uit twee rijstroken. Aan beide zijden van de rijbaan loopt een doorgetrokken streep. Verder is een oprit bestaande uit twee rijstroken te zien. Te zien is dat de twee rijstroken een bocht maken, om vervolgens parallel aan de rijstroken van de Zuilense Ring te eindigen. Aan beide zijden van deze rijbaan loopt ook een doorgetrokken streep. De doorgetrokken streep loopt na de bocht door in de doorgetrokken streep van de Zuilense Ring, waardoor de vier rijstroken in het midden gescheiden worden door een doorgetrokken streep. Op de plek waar de streep van de Zuilense Ring en de invoegende rijstroken na de bocht samenkomen, is een klein punt te zien. </para>
    <para />
    <para>6. Ingevolge artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) wordt onder een puntstuk verstaan: “meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen.”</para>
    <para />
    <para>7. De uiterlijke verschijningsvorm is bepalend voor de vraag wat als een puntstuk in de zin van het RVV 1990 valt aan te merken. Daarvoor is niet doorslaggevend of een vlak witgekleurd is (vgl. het arrest van het hof van 4 oktober 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:9296).  </para>
    <para />
    <para>8. Naar het oordeel van het hof is in het onderhavige geval geen sprake van een puntstuk in de zin van het RVV 1990. Door de samenvoeging van wegen vormen de strepen weliswaar een punt op de plek waar ze samenkomen, maar dit betreft een zodanig kleine punt dat niet zonder meer kan worden gesproken van een puntstuk. Wat de bestuurder mogelijk te verwijten valt is dat hij een doorgetrokken streep heeft overschreden, maar het hof ziet in dit stadium van de procedure geen aanleiding om de feitcode nog te wijzigen. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.</para>
    <para />
    <para>9. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.672,75 <?linebreak?>(= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)).</para>
    <para />
    <para>10. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.672,25.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>