<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:9706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T10:23:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.303.238/01 en Wahv 200.318.196/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T10:22:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9706 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-11-2022 / Wahv 200.303.238/01 en Wahv 200.318.196/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:9706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De betrokkene veronderstelde dat brommobiel op trottoir mocht worden geparkeerd, omdat eerdere sancties werden vernietigd. Gezien de ontstane verwarring matigt het hof tot nihil.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:9706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummers </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.303.238/01 en Wahv 200.318.196/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 238090426 en 238121829</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 14 november 2022 </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De betrokkene heeft het hoger beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren.. </para>
      <para>De zaken zijn behandeld op de zitting van 31 oktober 2022. De betrokkene is verschenen.<?linebreak?>De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene zijn als kentekenhouder bij inleidende beschikkingen sancties opgelegd van telkens  € 95,- voor: “stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. De gedragingen zouden zijn verricht op 3 november 2020 en op 25 november 2020 op de locatie Sarphatipark in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De betrokkene voert aan dat het hem bevreemdt dat er door verschillende rechters tegengestelde uitspraken worden gedaan over identieke zaken, waarbij sancties zijn opgelegd voor dezelfde gedraging (feitcode R 315b) met hetzelfde voertuig. De betrokkene wijst er verder op dat in het verleden een aantal keren een sanctie door de officier van justitie is vernietigd vanwege een eerdere beslissing van de kantonrechter in een andere, identieke zaak. De betrokkene heeft de door hem bedoelde beslissingen overgelegd.</para>
    <para>Uit de beslissing van de kantonrechter blijkt ook niet waarom de kantonrechter deze eerdere beslissingen negeert. Nadat de kantonrechter uitspraak had gedaan merkte hij op dat de rechter in die eerdere zaak zich wellicht heeft vergist en een onjuiste beslissing heeft genomen. De betrokkene vindt dit nogal vreemde uitspraken en vindt het bijzonder dat dit na de uitspraak wordt gezegd. De betrokkene voert verder aan dat sprake is van een bromfiets en niet van een brommobiel zoals de advocaat-generaal stelt. De kantonrechter die hem eerder in het gelijk heeft gesteld heeft aangegeven dat zijn voertuig een bromfiets is en dat het voertuig daarom op het trottoir mag worden geparkeerd. </para>
    <para />
    <para>3. De betrokkene ontkent niet dat zijn voertuig op beide dagen geparkeerd stond op het trottoir. Het voertuig van de betrokkene is weliswaar een bromfiets, maar dit betekent niet dat -voor de toepassing van de verkeersregelgeving- niet ook sprake kan zijn van een brommobiel. Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie (zie artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)). Daarvan is hier sprake. Op brommobielen zijn de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing, tenzij anders is bepaald (zie artikel 2a van het RVV 1990). Dat brengt mee dat het voertuig van de betrokkene, net als motorvoertuigen, niet mag stilstaan op het trottoir (zie artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990). Vastgesteld kan worden dat de gedragingen zijn verricht. </para>
    <para />
    <para>4. Gelet op wat is aangevoerd dient het hof verder te beoordelen of er redenen zijn de sancties achterwege te laten of het bedrag van de sancties te matigen. </para>
    <para />
    <para>5. Op grond van het verhandelde ter zitting van het hof kan worden vastgesteld dat weliswaar eerder aan de betrokkene sancties zijn opgelegd voor gedragingen als deze met dit voertuig, maar die sancties zijn alle steeds ongedaan gemaakt, hetzij door de officier van justitie, hetzij door de kantonrechter. De hier aan de orde zijnde sancties zijn de eerste waarbij dat niet is gebeurd. </para>
    <para>De omstandigheid dat alle eerdere sancties ongedaan zijn gemaakt brengt op zichzelf niet mee dat deze sancties ook achterwege moeten worden gelaten. Weliswaar verkeerde de betrokkene op basis van de eerdere beslissingen in de veronderstelling dat (ook) voor de aan de orde zijnde gedragingen geen sanctie kon worden opgelegd, maar deze veronderstelling is niet juist. Dit betekent dat aan die eerdere -onjuist gebleken- beslissingen niet het rechtens te honoreren vertrouwen kan worden ontleend dat de betrokkene van sancties voor de aan de orde zijnde gedragingen gevrijwaard dient te blijven. </para>
    <para />
    <para>6. Wel ziet het hof in de door de betrokkene geschetste omstandigheden aanleiding om het bedrag van de sancties te matigen. Ter zitting van het hof heeft de advocaat-generaal het standpunt ingenomen dat het bedrag van beide sancties moet worden gehalveerd. Het hof is van oordeel dat deze tegemoetkoming onvoldoende recht doet aan de omstandigheden. De betrokkene heeft op basis van de eerdere beslissingen zijn gedrag bepaald. Naar het oordeel van het hof moet het bedrag van beide sancties worden gematigd tot nihil. </para>
    <para />
    <para>7. Het hof zal daarom als volgt beslissen.</para>
    <para />
    <para>8. De betrokkene is in het gelijk gesteld. Dit brengt mee dat aanleiding bestaat om de betrokkene een proceskostenvergoeding toe te kennen. Gelet op het hier toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor vergoeding in aanmerking de reiskosten en verletkosten van de betrokkene voor het bijwonen van de zitting van het hof. De reiskosten bedragen € 55,80 (Amsterdam - Leeuwarden, openbaar vervoer, tweede klasse). De verletkosten bedragen € 296,- (4 uren x € 74,-, naar opgave van de betrokkene).   </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de beslissingen van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijzigt de beslissingen van de officier van justitie en de inleidende beschikkingen met CJIB-nummers  238090426 en 238121829 in die zin dat het bedrag van de sancties telkens wordt bepaald op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 351,80</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>