<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:9319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T10:08:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.303.108/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T10:06:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9319 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-11-2022 / Wahv 200.303.108/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:9319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zekerheidstelling. De betrokkene heeft geen bankrekening en kan daardoor geen zekerheid stellen. Niet stellen van zekerheid niet verontschuldigbaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:9319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.303.108/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 227698436 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 2 november 2022 </para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 29 oktober 2020 (het hof leest: 4 oktober 2021), betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 19 oktober 2022. De vertegenwoordiger van de betrokkene, </para>
      <para>
        [naam1] , is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De vertegenwoordiger van de betrokkene voert aan dat het verzoek om aanhouding van de zitting van de kantonrechter is genegeerd. Dit verzoek was neergelegd in de brief van 29 september (het hof begrijpt: 29 september 2021).</para>
    <para />
    <para>2. Uit het dossier blijkt als volgt. De betrokkene is in de brief van 16 september 2020 opgeroepen voor de zitting van 29 oktober 2020. Hierop is bij brief van 9 oktober 2020 om aanhouding verzocht. Het aanhoudingsverzoek is bij brief van 14 oktober 2020 voor onbepaalde tijd gehonoreerd. Bij brief van 9 september 2021 is de betrokkene opgeroepen voor de zitting op 4 oktober 2021. Het dossier bevat geen brief waarin opnieuw om aanhouding is verzocht. </para>
    <para />
    <para>3. Nu de brief van 29 september 2021 waaraan de vertegenwoordiger refereert zich niet bij de stukken bevindt en ontvangst daarvan niet op andere wijze aannemelijk is gemaakt, gaat het hof voorbij aan de stelling dat om aanhouding was verzocht voor de zitting van 4 oktober 2021.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.</para>
    <para />
    <para>5. De vertegenwoordiger van de betrokkene voert aan dat de organisatie niet beschikt over een bankrekening. Het stellen van zekerheid kan daarom slechts met contante middelen. Nu op die manier geen zekerheid kan worden gesteld, is het openbaar ministerie feitelijk tekortgeschoten bij de inning van het bedrag van de zekerheidstelling. Daarbij wordt de betrokkene geschaad in haar verdedigingsrechten.</para>
    <para />
    <para>6. Artikel 11, derde lid, van de Wahv bepaalt – onder meer – dat zekerheid door de indiener wordt gesteld bij Onze Minister, hetzij op de door Onze Minister voorgeschreven wijze, hetzij anderszins door overboeking op de rekening van Onze Minister. </para>
    <para />
    <para>7. Bij brieven, in zowel de Nederlandse als de Engelse taal, van respectievelijk 23 januari 2020 en 9 februari 2020 is verzocht om zekerheidstelling door betaling via het Digitaal Loket van het CJIB dan wel door het overmaken van geld op de rekening van het CJIB. Betaling middels contante middelen behoort niet tot de door de Minister voorgeschreven betaalwijzen. </para>
    <para />
    <para>8. Het staat de betrokkene vrij niet deel te nemen aan het girale betalingsverkeer. Dat de betrokkene daardoor beperkt is in haar betalingsmogelijkheden, is echter een omstandigheid waarvan de gevolgen voor haar rekening komen. Het bepaalde in artikel 11, derde lid, van de Wahv en de stukken in het dossier in ogenschouw genomen, is de betrokkene afdoende gelegenheid geboden om zekerheid te stellen. Dat de betrokkene geen reactie op haar brief van 10 februari 2020 heeft ontvangen, doet hieraan niet af.</para>
    <para />
    <para>9. Nu de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld en niet is gebleken dat dit de betrokkene niet kan worden toegerekend, heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Dit heeft tot gevolg dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de aan de betrokkene (als kentekenhouder) opgelegde sanctie van € 49,- voor een snelheidsovertreding niet kan beoordelen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>