<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:9154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-26T15:05:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P22/130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-26T15:04:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9154 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-10-2022 / TBS P22/130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:9154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof bevestigt de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Verder wijst het hof verzoeken die samenhangen met een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging gemotiveerd af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:9154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P22/130 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 13 oktober 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,</para>
    <para>verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum [naam en plaats] (hierna: de kliniek).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissingen van 20 september 2021 en van 15 maart 2022 van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen. Deze beslissingen houden in de verlenging van de ter beschikkingstelling met een termijn van twee jaren, de impliciete afwijzing van de verzoeken tot aanhouding en, zo begrijpt het hof, de afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van de onderzoeken in eerste aanleg;</para>
  <para>- de beslissingen waarvan beroep;</para>
  <para>- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 17 maart 2022;</para>
  <para>- de aanvullende informatie van de kliniek van 15 september 2022;</para>
  <para>- de e-mail van het ressortsparket van 28 september 2022 met informatie over de stand van zaken van de longstayaanvraag.</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 29 september 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en de advocaat-generaal mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat verlenging van de terbeschikkingstelling disproportioneel is. De terbeschikkinggestelde moet nog een kans worden gegeven voordat overgegaan wordt tot plaatsing in de longstay. Hij is evident minder impulsief geworden, is minder gevoelig voor spanningen en is, volgens de kliniek, minder met seks bezig. Deskundigen hebben gesteld dat de reclassering in staat moet zijn voorwaarden voor een voorwaardelijke beëindiging te formuleren. Dan moet een voorwaardelijke beëindiging uitgesproken worden. Het is dan aan de reclassering om de benodigde capaciteit en middelen daarvoor te regelen, al dan niet via het ministerie van Justitie en Veiligheid. </para>
      <para>Primair heeft de raadsman verzocht de dwangverpleging onder voorwaarden te beëindigen, al dan niet na aanhouding van de zaak voor het door de reclassering laten verrichten van een onderzoek naar de benodigde voorwaarden. Subsidiair is verzocht de terbeschikkinggestelde te laten observeren door het Pieter Baan Centrum om te bezien onder welke voorwaarden een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging mogelijk is. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht te bepalen dat een zorgconferentie wordt georganiseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissingen van de rechtbank kunnen worden bevestigd. Verlenging van de maatregel is niet disproportioneel. Weliswaar is de veroordeling al in 1999 uitgesproken, maar er is sprake van een als hoog ingeschat recidivegevaar en er is geen alternatief voorhanden. De terbeschikkinggestelde is nog maar deels begonnen aan de resocialisatie en er is mogelijk sprake van een plaatsing in de longstay. Controle op de terbeschikkinggestelde is moeilijk gebleken en er is een gebrek aan vertrouwen tussen hem en zijn behandelaars. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen toewijzing van de subsidiair en meer subsidiair gedane verzoeken. Eerst moet de beoordeling door de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (hierna: LAP) van de aanvraag voor de longstay plaatsing worden afgewacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevestiging</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaren. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indexdelicten</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkingstelling is opgelegd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 april 1999, ter zake van verkrachting en het ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige. Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proportionaliteit</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkingstelling is ingegaan op 4 november 1999 en loopt inmiddels bijna 23 jaren. Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij, het belang van de terbeschikkinggestelde, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder dient te wegen. Anders dan de raadsman is het hof echter van oordeel dat van disproportionaliteit in het onderhavige geval geen sprake is. Naast het tijdsverloop in relatie tot de ernst van de indexdelicten, moet namelijk ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking worden genomen. Daarbij heeft het hof met name betrokken dat de kliniek het recidiverisico als hoog heeft ingeschat en dat ook de externe rapporteurs concluderen tot een matig recidiverisico.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwijzing verzoeken met betrekking tot een  voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beoordeling van de namens de terbeschikkinggestelde gedane verzoeken heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat: </para>
    </parablock>
    <para>- de terbeschikkinggestelde terwijl hij transmuraal verlof had, voor langere tijd buiten het zicht van het begeleidende team contacten met een minderjarige onderhield en op multimedia kennelijk zocht naar beelden van minderjarigen. Dit betreffen delictgerelateerde handelingen;</para>
    <para>- volgens het reclasseringsadvies een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de verpleging het risicomanagement een zeer strikt kader met voldoende intensief toezicht en voldoende frequente controles vergt. Dit behoort volgens het advies niet tot de mogelijkheden van de reclassering; </para>
    <para>- de terbeschikkinggestelde in het kader van de longstayaanvraag medewerking weigerde aan onderzoek door externe deskundigen;</para>
    <para>- ( de mogelijkheden voor) de behandeling van de terbeschikkinggestelde op dit moment worden bezien in de procedure voor een longstayaanvraag bij de LAP. De kliniek heeft in dat kader te kennen gegeven nog eens te kijken naar de mogelijkheid van een nieuwe behandel- en/of resocialisatiepoging.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop wijst het hof alle verzoeken die samenhangen met een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging af en ziet het hof evenmin aanleiding te overwegen dat het organiseren van een zorgconferentie thans wenselijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 15 maart 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot het laten onderzoeken van de voorwaarden waaronder een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege mogelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot het laten observeren van de terbeschikkinggestelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.B.A.P.M. Ficq als voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E. van Wees en mr. P.C. Vegter als raadsheren, </para>
      <para>en drs. I. van Outheusden en dr. E.L.M. Klein Haneveld als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders als griffier,</para>
      <para>en op 13 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Vegter, de raden en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>