<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:9082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-27T11:13:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.298.431</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-27T11:13:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9082 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-10-2022 / 200.298.431</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:9082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek verlenging ondertoezichtstelling. Moeder verblijft met kind op een onbekend adres in het buitenland. Het hof acht zich wegens verbondenheid van de zaak met de rechtssfeer van Nederland bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Verzoek van de vader afgewezen. De GI is en was niet in staat haar taak in het kader van de ondertoezichtstelling uit te voeren.</para>
        <para>Het hof ziet geen gronden voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De vader kan niet worden ontvangen in zijn aanvullende verzoek om voor recht te verklaren dat de kinderrechter in eerste aanleg onrechtmatig jegens vader heeft gehandeld, nu de Staat geen procespartij is.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:9082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.298.431/02</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 522600)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van inzake voorlopige voorzieningen 25 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>verzoeker, verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden (onttrokken 11 oktober 2021),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>verweerster, verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende worden aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>adres onbekend,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. Loonstein te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van de procedure tot 18 november 2021 verwijst het hof naar zijn beschikking van die datum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is voortgezet op 3 maart 2022. Het hof verwijst naar het proces-verbaal van die zitting en verwijst naar de daarin opgenomen nader ingekomen stukken. Op die mondelinge behandeling heeft de vader mr. J.B de Groot gewraakt, waarna de behandeling van de zaak geschorst is en de wraking is gemeld bij de wrakingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 april 2022 heeft de wrakingskamer van dit hof het verzoek tot wraking van mr. J.B. de Groot afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De mondelinge behandeling is op 19 juli 2022 te 9.45 uur voortgezet. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de advocaat van de moeder, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Een vertegenwoordiger van de GI heeft door middel van een Teamsverbinding deelgenomen aan de mondelinge behandeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader verzoek het hof de volgende voorlopige voorzieningen te treffen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de bestreden beschikking te schorsen (art. 360 lid 2 Rv), tot aan het moment dat het hof uitspraak doet in hoger beroep, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de ondertoezichtstelling van de minderjarige [de minderjarige] te verlengen voor de duur van 12 maanden, subsidiair tot aan het moment dat het hof uitspraak doet in hoger beroep (analoge toepassing van art. 223 Rv, <?linebreak?>HR 5 december 2014 zaaknummer 14/04417), en deze beslissing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aangezien de hoofdzaak tussen partijen bij dit hof aanhangig is, is de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot het vaststellen van voorlopige voorzieningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof doet heden uitspraak in het hoger beroep betreffende de (verlenging van de) ondertoezichtstelling en op het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. Daarom heeft de vader geen belang meer bij de beoordeling van de door hem verzochte voorlopige voorzieningen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van de vader af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. de Groot, I.G.M.T. Weijers-van der Marck en M.H.F. van Vugt, bijgestaan door W.W.M.W. van den Bosch als griffier, en is op 25 oktober 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>