<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:9043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T08:54:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.313.821/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:9043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-31T08:54:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:9043 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-10-2022 / 200.313.821/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:9043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof gelast geen onderzoek als bedoeld in artikel 810a, lid 2, Rv. De GI wil onderzoek (laten) doen naar de opvoedingsvaardigheden van de ouders, maar dit onderzoek komt niet van de grond door de houding van de ouders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:9043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.313.821</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 213886)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 20 oktober 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis> (de moeder) en <emphasis role="bold">[verzoeker]</emphasis> (de vader),</para>
      <para>(samen: de ouders),</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.W. de Gruijl (in Rotterdam).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende is:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis> (de GI),</para>
      <para>(in Amsterdam).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderwerp</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om de uithuisplaatsing van [de minderjarige] , geboren [in] 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Belangrijke informatie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De ouders hebben een relatie met elkaar en wonen samen. De ouders hebben samen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [de minderjarige] staat sinds 21 juli 2021 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling is verlengd tot 21 juli 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 16 november 2021 heeft de kinderrechter beslist dat [de minderjarige] uit huis moest worden geplaatst (een spoedmachtiging uithuisplaatsing verleend). [de minderjarige] heeft eerst in een pleeggezin gewoond, maar hij woont nu in een gezinshuis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 14 februari 2022 heeft de kinderrechter beslist dat [de minderjarige] contact heeft met zijn vader eens in de drie weken gedurende een uur onder begeleiding. Er is sinds het voorjaar van 2022 geen contact tussen [de minderjarige] en zijn moeder.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing van de kinderrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft op 29 juni 2022 op verzoek van de GI een beslissing genomen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De kinderrechter heeft beslist dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] wordt verlengd tot 21 juli 2023. De kinderrechter heeft ook beslist dat [de minderjarige] in een gezinshuis moet blijven wonen (de machtiging uithuisplaatsing verlengd) tot 21 juli 2023. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ouders zijn niet eens met een deel van de beslissing van de kinderrechter. Zij zijn in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van de uithuisplaatsing. Zij vinden dat het hof het verzoek van de GI om [de minderjarige] langer uit huis te plaatsen alsnog moet afwijzen, of moet beslissen dat er een onderzoek wordt gedaan door het NIFP om te kijken of [de minderjarige] weer thuis kan wonen (artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De rechtszaak bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <para>- het beroepschrift van 27 juli 2022 met bijlage(n);</para>
      <para>- het verweerschrift van de GI met bijlage(n). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>De zitting bij het hof was op 22 september 2022.</para>
        <para>Aanwezig waren:</para>
      </parablock>
      <para>- de ouders en hun advocaat;</para>
      <para>- [naam1] voor de GI.</para>
      <para>De raad voor de kinderbescherming was niet aanwezig.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De redenen voor de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>De kinderrechter kan de uithuisplaatsing van een kind verlengen (artikel 1:265c lid 2 van het Burgerlijk Wetboek). De kinderrechter kan dat alleen als de uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>Het hof is het eens met de beslissing van de kinderrechter om de uithuisplaatsing van [de minderjarige] te verlengen. Het hof is het eens met de redenen die de kinderrechter daarvoor heeft gegeven. Het hof neemt die redenen over. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>De ouders stellen in hun beroepschrift onder meer dat de GI niet voldoende heeft onderbouwd dat zij niet in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] weg te nemen en het belang van [de minderjarige] voorop te stellen. Het hof is het niet met de ouders eens. De ouders willen nog steeds op geen enkele manier de samenwerking met de GI aangaan. De GI had graag onderzoek verricht naar de pedagogische vaardigheden van de ouders en openheid gehad over de thuissituatie van de ouders. Alleen zijn het de ouders (met name de moeder) die in zeer duidelijke bewoordingen, ook op zitting, kenbaar maken onder geen enkele omstandigheid te willen samenwerken met de GI. Door deze houding verliezen de ouders het belang van [de minderjarige] uit het oog, want daardoor komt er geen duidelijkheid over hun opvoedvaardigheden en lukt het de GI niet om de omgang tussen [de minderjarige] en de ouders te regelen. Inmiddels is het veiligheidsteam van de GI betrokken en zoals door de jeugdbeschermer ter zitting is gezegd wil de GI graag nogmaals proberen de samenwerking met de ouders aan te gaan en met de ouders afspraken maken over de omgang met [de minderjarige] . Het hof hoopt dat de ouders deze nieuwe kans, in het belang van [de minderjarige] , met beide handen aangrijpen. De ouders zullen zich moeten openstellen voor een samenwerking met de GI zodat de GI samen met de ouders kan kijken naar hun rol in het leven van [de minderjarige] en naar de omgang met [de minderjarige] .</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">onderzoek als bedoeld in artikel 810a lid 2 Rv </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>Volgens de ouders heeft er onvoldoende onderzoek plaatsgevonden naar hun mogelijkheden waardoor zij geen eerlijke kans hebben gekregen. De ouders verzoeken daarom in hoger beroep het hof het NIFP te vragen een contra-expertise te laten doen naar - onder meer - hun affectieve en pedagogische vaardigheden in relatie tot de opvoedingsbehoeften van [de minderjarige] en de mogelijkheden tot thuisplaatsing van [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>Het hof zal dit verzoek afwijzen. De GI wil heel graag onderzoek doen naar de opvoedvaardigheden van de ouders en inzicht krijgen in de thuissituatie van de ouders, maar tot vandaag heeft een onderzoek niet plaatsgevonden. Dit komt omdat er van de kant van de ouders geen medewerking is. Gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 25 mei 2020 (ECLI:NL:HR:2020:961) kan van een onderzoek op grond van artikel 810a lid 2 Rv op verzoek van een ouder (nog) geen sprake zijn indien de raad of de GI onderzoek noodzakelijk acht, maar dit onderzoek (nog) niet heeft kunnen plaatsvinden of nog loopt. Nu duidelijk is dat het aan de houding van de ouders te wijten is dat het onderzoek door de GI (nog) niet heeft kunnen plaatsvinden, zal het hof het verzoek van de ouders ten aanzien van een deskundigenonderzoek afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6</nr>
      <para>Kortom, het hof vindt dat de beslissing van de kinderrechter om de uithuisplaatsing van [de minderjarige] te verlengen, moet blijven gelden. Het hof zal die beslissing daarom bekrachtigen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter (in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen) van 29 juni 2022;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af wat verder is verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, R. Feunekes en L. van Dijk. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>