<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:8603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-07T11:56:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-001529-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8603">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-07T11:56:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8603 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-09-2022 / 21-001529-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:8603:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugwijzing naar de Rb. Ontbreken schriftelijke vordering tot ontneming. Nietigheid van het onderzoek in eerste aanleg.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:8603:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-001529-19</para>
    <para>Uitspraak d.d.:	23 september 2022 </para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">ONTNEMINGSZAAK</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 27 september 2018 met parketnummer 18-016797-18 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen de betrokkene</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het gerechtshof van 15 maart 2022 en 23 september 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van de beslissing waarvan beroep en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door de betrokkene en zijn raadsvrouw, mr. G.I.T. Spaan, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing waartegen het hoger beroep is gericht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de hierboven genoemde beslissing, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de rechtbank het door de betrokkene genoten wederrechtelijk verkregen voordeel, alsmede diens terugbetalingsverplichting, vastgesteld op een bedrag van € 10.000,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verwijzing naar de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de ontnemingsvordering nietig moet worden verklaard omdat de betekening van de ontnemingsvordering ontbreekt in het dossier. Subsidiair is aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, nu de betrokkene het recht op een eerlijk proces is ontnomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof overweegt hierover het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Noord-Nederland heeft bij beslissing van 27 september 2018 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De beslissing is bij verstek gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oproeping om ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 13 september 2018 te verschijnen is in persoon uitgereikt aan de betrokkene. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, oordeelt het gerechtshof dat de betrokkene derhalve op de hoogte is geweest van de zitting van 13 september 2018. Er kleven ook overigens geen gebreken aan de betekening en deze voldoet dan ook aan de door de wet gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Echter, in het dossier ontbreekt de inleidende vordering tot ontneming. Het gerechtshof heeft navraag gedaan bij de rechtbank en ook zij beschikt niet over de betreffende vordering. Het gerechtshof oordeelt dat dit verzuim nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Dit brengt mee dat de bestreden beslissing op formele gronden niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beslissing waarvan beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland, teneinde met inachtneming van deze beslissing recht te doen.</para>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. L.T. Wemes, voorzitter,</para>
      <para>mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. M.B. de Wit, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G.A.G. van Essen, griffier,</para>
      <para>en op 23 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>