<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:8509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-06T08:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.306.205/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8509">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8509</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-05T08:31:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8509 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 04-10-2022 / 200.306.205/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:8509:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 332 lid 1 Rv. Appelgrens. Appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen geïntimeerden 2, 3 en 9.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:8509:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.306.205/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 9009711)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 4 oktober 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Mortgage Venture B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Lelystad,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellant2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>bij de rechtbank: gedaagden,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">Mortgage c.s.</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. W.F. Wienen, die kantoor houdt te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde1] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats2] ,</para>
    <bridgehead role="bold">2. [geïntimeerde2] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats3] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde2]</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. [geïntimeerde3] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats4] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde3]</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">4. [geïntimeerde4] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats5] ,</para>
    <bridgehead role="bold">5. [geïntimeerde5] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats5] ,</para>
    <bridgehead role="bold">6. [geïntimeerde6] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats6] ,</para>
    <bridgehead role="bold">7. [geïntimeerde7] ,</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats7] ,</para>
    <bridgehead role="bold">8. De Vennen Holding B.V.,</bridgehead>
    <para>gevestigd te Zuidwolde,</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">9. [geïntimeerde9]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats8] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde9]</emphasis>,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>bij de rechtbank: eisers,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">geïntimeerden</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. J.T.A.M. van Mierlo, die kantoor houdt te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure bij de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van de procedure bij de kantonrechter verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 8 september 2021 van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para> 	Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep van 7 december 2021,</para>
      <para>- de memorie van grieven (met producties),</para>
      <para>- de memorie van antwoord (met producties),</para>
      <para>- een akte op ontvankelijkheidsverweer geïntimeerden van Mortgage c.s.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para> 	Vervolgens heeft het hof arrest bepaald op het griffiedossier.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Geïntimeerden voeren in hun memorie van antwoord aan dat Mortgage c.s. niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep ten aanzien van geïntimeerden [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde9] , nu deze vorderingen niet boven de wettelijke appelgrens uitkomen van € 1.750,-. In productie 11 bij de inleidende dagvaarding is de totale hoofdsom van € 13.855,97 per geïntimeerde uitgesplitst. Bij memorie van antwoord is door geïntimeerden voor wat betreft de appelgrens een nieuw overzicht overgelegd met een berekening van de hoogte van de afzonderlijke vorderingen. Volgens dit overzicht heeft [geïntimeerde2] een totale vordering op Mortgage c.s. van € 1.685,90, [geïntimeerde3] van € 1.492,70 en [geïntimeerde9] van € 923,76. Deze vorderingen bestaan uit hun deel van de totale hoofdsom, de wettelijke rente en een indivi-dueel gedeelte van de buitengerechtelijke incassokosten. Reeds ontvangen bedragen zijn op de totale vorderingen in mindering gebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Mortgage c.s. bestrijden het niet-ontvankelijkheidsverweer met de stelling dat geïntimeerden bij deze laatste berekening geen rekening hebben gehouden met de in eerste aanleg ingestelde vordering op grond van artikel 6:96 lid 2 onder b BW van € 3.161,26. Deze vordering betreft de gemaakte kosten van de Werkgroep pachtgelden en is separaat naast de vorderingen van buitengerechtelijke incassokosten (van € 1.014,-) en de proceskosten ingesteld. Mortgage c.s. voeren aan dat deze vordering van € 3.161,26 meetelt voor het bepalen van de waarde van de afzonderlijke vorderingen en verwijzen hierbij naar een uitspraak van dit hof van 21 mei 2019.<footnote-ref linkend="_7d70de56-3851-4aa7-941f-908416129359" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het hof stelt het volgende voorop. Artikel 332 lid 1 Rv stelt hoger beroep open van in eerste aanleg gewezen vonnissen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te oordelen niet meer beloopt dan € 1.750,-. Voor de bepaling van de waarde van de vordering wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen. Proceskosten blijven bij het bepalen van de waarde van de vordering (in deze zaak niet aan de orde zijnde uitzonderingen daargelaten) buiten beschouwing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Vast staat dat de vorderingen van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde9] zonder (hun deel van) de vordering van de Werkgroep pachtgelden onder de appelgrens blijven. Het hof dient thans te beoordelen of deze vordering in het kader van de appelgrens moet worden meegenomen bij het bepalen van de waarde van de afzonderlijke vorderingen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Ter onderbouwing van deze vordering hebben geïntimeerden als productie 16 bij de inleidende dagvaarding een urenspecificatie van J.G.M. Bontje en J. Doeksen opgenomen die ziet op verrichtte werkzaamheden voor de Werkgroep pachtgelden ten behoeve van deze procedure in de maanden juli, september en oktober 2020. Uit deze specificatie blijkt dat deze werkzaamheden (grotendeels) verband houden met de voorbereiding van deze procedure. Het hof is dan ook van oordeel dat deze kosten onder de reguliere proceskosten vallen en dus niet mogen worden meegenomen bij het in verband met de appelgrens bepalen van de waarde van de afzonderlijke vorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de waarde van de vorderingen van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde9] onder de appelgrens van € 1.750,- blijft. Dat brengt mee dat Mortgage c.s. in hun hoger beroep ten aanzien van geïntimeerden sub 2, 3 en 9 niet kunnen worden ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De zaak zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen. Partijen kunnen dan aangeven of zij nog een akte willen nemen, een mondelinge behandeling willen of arrest vragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart Mortgage c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde9] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">dinsdag 18 oktober 2022</emphasis> voor beraad partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>4 oktober 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7d70de56-3851-4aa7-941f-908416129359" label="1">
    <para> ECLI:NL:GHARL:2019:4432</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>