<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:8385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:35:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.303.461/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8385">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8385</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:35:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8385 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-09-2022 / Wahv 200.303.461/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:8385:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Stilstaan op het trottoir. Het deel van het trottoir waarover mag worden gereden om een oprit te bereiken, hoort niet bij de rijbaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:8385:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.303.461/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 232722077 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 29 september 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 6 oktober 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2020 om 17:45 uur op de Twijnderslaan 3 in Haarlem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat het weggedeelte waar het voertuig van de betrokkene op stond niet kan worden aangemerkt als een trottoir. Dat zou immers betekenen dat men telkens wanneer men de in-/uitrit wil bereiken of daaruit komt rijden artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) overtreedt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarom dient het weggedeelte waarop het voertuig van de betrokkene stond te worden aangemerkt als “ander weggedeelte” waarop mag worden geparkeerd. Ter onderbouwing heeft de gemachtigde verwezen naar soortgelijke zaken, waarin de inleidende beschikking is vernietigd.</para>
    <para />
    <para>3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.</para>
    <para>4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat onder meer dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig van de betrokkene op voormelde datum, tijd en plaats met vier wielen op het trottoir stond geparkeerd.</para>
    <para />
    <para>5. In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal d.d. 12 december 2020. Als bijlage bij dit proces-verbaal is het brondocument gevoegd met daarbij de foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene op een met trottoirtegels belegd weggedeelte staat. Dit weggedeelte bevindt zich tussen de met klinkers belegde rijbaan en een pand met garagedeuren.</para>
    <para />
    <para>6. Verder bevindt zich in het dossier een eerder in de procedure door de gemachtigde overgelegde afdruk afkomstig van Google Maps Street View. Hierop is te zien dat zich op de Twijnderslaan tussen de aldaar gelegen panden en de rijbaan een met trottoirtegels belegde strook bevindt, die door middel van een trottoirband van de rijbaan is afgescheiden. Ter hoogte van nummer 3 bevindt zich een pand met garagedeuren. Daar is de met trottoirtegels belegde strook breder en is de trottoirband verlaagd.</para>
    <para />
    <para>7. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990 dat - voor zover hier van belang - bepaalt dat bestuurders van motorvoertuigen de rijbaan gebruiken en dat zij voor het parkeren van hun voertuig tevens andere weggedeelten mogen gebruiken, behalve het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of het ruiterpad.</para>
    <para />
    <para>8. Beoordeeld moet worden of de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond moet worden aangemerkt als een trottoir. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van het begrip “trottoir”. Bij het bepalen of een weggedeelte als trottoir moet worden aangemerkt, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet.</para>
    <para />
    <para>9. Naar het oordeel van het hof is het met trottoirtegel belegde weggedeelte waarop het voertuig van de betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt en moet dit dus worden aangemerkt als trottoir. De omstandigheid dat men over dit weggedeelte moet rijden om de garage in en uit te kunnen rijden, maakt niet dat daarom geen sprake meer is van een trottoir. Dit brengt enkel mee dat het trottoir daar slechts mag worden gebruikt om een voertuig in en uit de garage te rijden. Om die reden is de trottoirband ter plaatse ook verlaagd. Het laten stilstaan van een voertuig is daar echter niet toegestaan. De vergelijking met de zaken waarnaar de gemachtigde heeft verwezen gaat niet op. In die zaken was de situatie ter plaatse namelijk niet gelijk aan de situatie in de onderhavige zaak. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>10. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd en het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>