<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:8181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:33:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.298.959/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:8181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-10T09:32:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:8181 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-09-2022 / Wahv 200.298.959/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:8181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mobiel elektronisch apparaat vasthouden. De tekst ‘elektronisch apparaat rechterhand’ is onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:8181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.298.959/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 229595566 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 22 september 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Oost-Brabant van 8 juni 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de betrokkene]
          </emphasis> (hierna: de betrokkene),</para>
        <para>wonende te [woonplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van €240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 oktober 2019 om 09:19 uur op de Rijksweg 67 (A67) in Geldrop met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht. Daartoe voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene een mobiel elektronisch apparaat in zijn hand had. Dit volgt niet uit de verklaring en ook volgt hieruit niet dat dit tijdens het rijden is geweest. In de verklaring die de betrokkene bij staandehouding heeft afgelegd, inhoudende dat hij bij [naam1] werkt en een opdracht binnenkreeg, kan niet worden gelezen dat de betrokkene de gedraging heeft erkend. Voorts heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat de betrokkene niet kon stilstaan voor het verkeerslicht omdat de gedraging plaatsvond op de snelweg. De betrokkene heeft de afslag genomen, daarna bij het verkeerslicht stilgestaan en daar zijn scanner vastgehouden om te kijken naar de opdracht die binnenkwam. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:</para>
    <parablock>
      <para>“Gedragingsgegevens: elektronisch apparaat rechterhand. </para>
      <para>Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)</para>
      <para>Verklaring betrokkene: Ik kreeg een opdracht binnen. Ik werk als bezorger bij [naam1] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie bij schrijven van 14 januari 2020 heeft verzocht om een aanvullend proces-verbaal, waarin wordt ingegaan op de door de gemachtigde aangevoerde gronden. Uit een in het dossier zich bevindende handgeschreven notitie blijkt dat dit niet is gelukt, omdat de betrokken ambtenaar niet meer werkzaam is bij de politie.</para>
    <para />
    <para>5. Hetgeen in het zaakoverzicht is opgenomen, is onvoldoende voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. In het bijzonder blijkt daaruit niet dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.</para>
    <para />
    <para>6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van </para>
    <para>€ 1.164,75 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>