<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T08:24:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.292.378/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T08:24:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4938 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-06-2022 / Wahv 200.292.378/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoorplicht. Met het houden van een hoorzitting in persoon heeft de officier van justitie aan de hoorplicht voldaan. Er bestaat geen recht op telefonisch horen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.292.378/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 231056967 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 15 juni 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 15 januari 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden, hetgeen door de kantonrechter is miskend. Er is verzocht om telefonisch te worden gehoord. Er is echter geen poging gedaan om de gemachtigde telefonisch te horen. Er heeft een fysieke hoorzitting plaatsgevonden, omdat de antwoordkaart niet is geretourneerd. Het is geen vereiste om nogmaals te moeten aangeven op welke wijze men wil worden gehoord, indien al is verzocht om een telefonische hoorzitting.</para>
    <para />
    <para>2. Uit het dossier blijkt het volgende. De gemachtigde heeft namens de betrokkene administratief beroep ingesteld en hierbij verzocht om de gelegenheid het beroep telefonisch toe te lichten. Bij brief van 7 mei 2020 heeft de officier van justitie de gemachtigde uitgenodigd voor een fysieke hoorzitting op 8 juni 2020. In deze brief is de gemachtigde erop gewezen dat, indien hij telefonisch wil worden gehoord, hij dit via het bijgevoegde antwoordformulier dient aan te geven onder opgave van een telefoonnummer waarop hij is te bereiken. Op het bijgevoegde antwoordformulier kon worden gekozen voor een fysieke hoorzitting op 8 juni 2020, een telefonische hoorzitting op 8 juni 2020 of het afzien van een hoorzitting.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Op grond van het bepaalde in artikel 7:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het uitgangspunt dat het horen in het openbaar geschiedt. Gegeven dit uitgangspunt bestaat er geen recht om telefonisch te worden gehoord. Het bestuursorgaan kan - ondanks het verzoek om telefonisch te worden gehoord - bepalen dat het horen in het openbaar geschiedt. Indien de gemachtigde als vertegenwoordiger van de betrokkene telefonisch wenste te worden gehoord, diende hij het antwoordformulier binnen twee weken retour te sturen. Dit heeft de gemachtigde niet gedaan. De officier van justitie was daarom niet gehouden de gemachtigde telefonisch te horen. De gemachtigde is uitgenodigd voor een fysieke hoorzitting op 8 juni 2020. Uit het hoorverslag dat zich in het dossier bevindt blijkt dat deze hoorzitting ook doorgang heeft gevonden, maar dat de gemachtigde daarop niet is verschenen. Het hof is van oordeel dat de betrokkene met de fysieke hoorzitting op 8 juni 2020 voldoende in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. De klacht van de gemachtigde hierover faalt.</para>
    <para />
    <para>4. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 137,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 15 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 januari 2020 om 9:35 uur op de Geesterweg ter hoogte van perceel 18a in Akersloot met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>5. De gemachtigde voert aan dat de foto van de gedraging niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Volgens de handleiding Multaradar CT, waarvan de gemachtigde de relevante passages heeft overgelegd, dient de op de foto aangegeven rijstrookpositie van het voertuig overeen te komen met de daadwerkelijke positie van het voertuig op de foto. Dat is hier niet het geval. Op de foto van de gedraging is namelijk aangegeven dat het voertuig zich in “lane 1-2” zou bevinden, terwijl op de foto is te zien dat het voertuig zich op de rechter rijstrook bevindt en niet tussen twee rijstroken in. Nu de foto van de gedraging niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen, heeft er geen betrouwbare meting plaatsgevonden en kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.</para>
    <para />
    <para>7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat dat met behulp van een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel (een Jenoptik Multaradar CT) is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats met een gecorrigeerde snelheid van 65 km/h uur is gereden, terwijl de maximum snelheid aldaar 50 km/h bedraagt.</para>
    <para />
    <para>8. Voorts bevindt zich in het dossier een foto waarop een voertuig met voornoemd kenteken is te zien. De gegevens in de databalk komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht. Verder staat in de databalk vermeld “lane 1-2”.</para>
    <para />
    <para>9. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting. Dat het voertuig van de betrokkene blijkens de databalk zou rijden in lane 1-2, terwijl op de foto is te zien dat het voertuig zich op de rechter rijstrook bevindt, is daarvoor op zichzelf onvoldoende. Hierbij is van belang dat op de foto geen ander voertuig is te zien, terwijl de foto wordt genomen nadat uit de meting een snelheidsovertreding is gebleken. Bovendien zou het apparaat in het geval het meetresultaat onbetrouwbaar is geen snelheidsmeting weergeven en geen foto maken. De omstandigheid dat er een foto is geproduceerd waarop een meetresultaat is vermeld, betekent dat er een correcte meting heeft plaatsgevonden (vgl. overweging 8 van het arrest van het hof van 12 maart 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2266). Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>