<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-16T08:01:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.271.910/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4923">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4923</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-15T09:35:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4923 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-06-2022 / 200.271.910/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4923:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>herstelarrest ex artikel 31 Rv.</para>
      <para />
      <para>Zie: ECLI:NL:GHARL:2021:11655</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4923:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.271.910/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Amersfoort, 7350998 AC EXPL 18-3815)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 14 juni 2022 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rechtsvordering (Rv) van het arrest, gewezen op 21 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanhangig is geweest tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats1] , </para>
      <para>appellant in principaal hoger beroep, </para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, </para>
      <para>in eerste aanleg: eiser, </para>
      <para>hierna aan te duiden als: <emphasis role="bold">[appellant]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. M. Maaijen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gezamenlijke erfgenamen van [erflater]</emphasis>, </para>
      <para>vertegenwoordigd door <emphasis role="bold">[naam1]</emphasis>, executeur naar Belgisch recht, </para>
      <para>wonende te [woonplaats2] , </para>
      <para>geïntimeerden in principaal hoger beroep, </para>
      <para>appellanten in incidenteel hoger beroep, </para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden, </para>
      <para>hierna aan te duiden als: <emphasis role="bold">de erven [geïntimeerde]</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. S.E. Wierenga-Heintz. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij brief van 28 december 2021 heeft mr. Wierenga-Heintz aan de griffier van het hof bericht dat het haar voorkomt dat rechtsoverweging 4.51 en punt ix) van het dictum van het arrest van 21 december 2021 een kennelijke verschrijving bevatten. Mr. Wierenga-Heintz meldt in voormelde brief: <emphasis role="italic">“In rechtsoverweging 4.51 wordt verwezen naar de dagvaarding in hoger beroep. De datum van deze dagvaarding is 23 december 2019 en niet 8 november 2018, zoals thans staat aangegeven. In punt ix staat voorts dat de kosten in eerste aanleg zijn vastgesteld op </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“€ 1.3760,00”. Dit moet zijn € 1.367,00 (de komma staat op de verkeerde plek).”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij brief van 29 december 2021 is mr. Maaijen in de gelegenheid gesteld namens haar cliënt haar mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Maaijen heeft van die mogelijkheid binnen de haar gestelde termijn van twee weken geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Artikel 31 Rv </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat inderdaad sprake is van twee kennelijke fouten, die zich lenen voor eenvoudig herstel als bedoeld in artikel 31 Rv en zoals ook mr. Maaijen en alle betrokken partijen duidelijk is althans hoort te zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Vermeld arrest zal dan ook op de hierna volgende wijze worden verbeterd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat in de laatste zin van rechtsoverweging 4.51 van vermeld arrest van 21 december 2021 de datum van dagvaarding van de erven [geïntimeerde] in hoger beroep moet worden verbeterd en gewijzigd van <emphasis role="italic">“8 november 2018” </emphasis>in<emphasis role="italic"> “23 december 2019”</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat onder ‘<emphasis role="bold">6. De beslissing</emphasis>’ in ix) de kosten van de eerste aanleg moeten worden verbeterd en gewijzigd van <emphasis role="italic">“€ 1.3760,00” </emphasis>in<emphasis role="italic"> “€ 1.376,00”</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum van 14 juni 2022 worden vermeld op de minuut van het arrest van 21 december 2021 en handhaaft dit arrest voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.K.N. Vos, C.J.H.G. Bronzwaer en A. van Zanten-Baris en is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>