<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T08:08:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.292.873/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4743">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T08:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4743 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-06-2022 / Wahv 200.292.873/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4743:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechts inhalen bij file. De bestuurder moet aannemelijk maken dat sprake was van file. Onder het inhalen van een file valt niet het inhalen van één voertuig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4743:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.292.873/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 226520219 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 9 juni 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 8 oktober 2021 is nog een brief van de betrokkene binnengekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “rechts inhalen waar dat is verboden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 juni 2019 om 15:15 uur op de Waterobject Erasmusbrug in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De betrokkene voert aan dat de kantonrechter de betrokkene er op heeft gewezen dat de ambtenaar een ambtseed heeft afgelegd. Hiermee wordt een suggestie gedaan over het waarheidsgehalte van de woorden van de betrokkene. De betrokkene heeft geen ambtseed afgelegd en vraagt zich af of dat inhoudt dat er aan zijn woorden getwijfeld mag worden. Agenten zijn ook gewoon mensen die beoordelingsfouten kunnen maken. De betrokkene verwijst hierbij naar een aantal krantenartikelen. De betrokkene voert aan dat wel degelijke sprake was van een file. De agent noemt het langzaamrijdend verkeer, maar erkent hiermee dus dat de snelheid minimaal was. De agent weigert in te gaan op het feit dat hij een hele grote ruimte van 7 à 8 auto’s openliet en op die manier meewerkte aan filevorming. Dat de agent boven op de rem moest staan is niet waar. Door de file duurde het ongeveer 20 minuten voordat de Erasmusbrug was gepasseerd, dus de snelheid was iets hoger dan stapvoets. Als je stapsvoets rijdt, met een open ruimte van 7 à 8 auto’s, hoef je niet abrupt op de rem te staan. Verder voert de betrokkene aan dat je ter plaatse mag voorsorteren om aan het eind van de brug op de juiste baan te staan voor de verkeerslichten. De betrokkene begrijpt niet wat hij fout heeft gedaan. Als het verkeerslicht op het eind op groen gaat dan passeer je, rijdend op de rechterrijbaan, de linkerrijbaan. </para>
    <para />
    <para>3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, is het niet zo dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd omdat hij de ambtseed of -belofte heeft afgelegd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of de betrokkene specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. De betrokkene hoeft dus niet het bewijs van zijn onschuld te leveren, maar van de betrokkene mag wel worden verwacht dat hij door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van twijfel aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar aandraagt.</para>
    <para />
    <para>4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <parablock>
      <para>“Ik, verbalisant, reed op de Erasmusbrug van noord naar zuid. Naar aanleiding van het openen van de brug was er een file ontstaan. Op de Erasmusbrug zijn twee rijbanen met twee rijstroken. Ik stond op de linkerrijstrook. Achter mijn surveillancevoertuig stond het genoemde voertuig en de bestuurder claxonneerde eerst om vervolgens rechts in te halen en het surveillancevoertuig af te snijden. Hierbij ervaarde ik hinder. De hinder bestond uit het moeten inhouden van snelheid door kortstondig en abrupt het rempedaal in te drukken. </para>
      <para>Verklaring betrokkene: ik zat vast in de file.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 1 april 2020. De ambtenaar verklaart hierin het volgende:</para>
    <parablock>
      <para>“Ik wens kort in te gaan op de punten die de betrokkene had aangevoerd. </para>
      <para>1e: De betrokkene gaf aan dat het toegestaan is om van rijstrook te wisselen. Antwoord: Dit is juist, hiervoor heeft de betrokkene dan ook geen schikking (het hof begrijpt: beschikking) ontvangen.</para>
      <para>2e: De betrokkene verwees naar het ANWB-lesboek en kwam met voorbeelden waarbij het is toegestaan om wel rechts in te halen. Antwoord: Ik ben van mening dat deze voorbeelden niet van toepassing waren, ten tijde dat de betrokkene achter mij reed, vervolgens claxonneerde, van rijstrook wisselende en met verhoogde snelheid mijn voertuig rechts inhaalde. Nadat de betrokkene mijn voertuig had ingehaald wisselde de betrokkene wederom van rijstrook en deed dit zodanig dat ik, verbalisant, abrupt op het rempedaal moest trappen, om zo een aanrijding te voorkomen. </para>
      <para>3e: De betrokkene gaf aan dat er filevorming was ontstaan. Antwoord: Dit was langzaam rijdend verkeer over de Erasmusbrug van Noord naar Zuid, echter was er voldoende ruimte waardoor iedere bestuurder kon doorrijden. Er was geen enkele aanleiding om rechts in te halen. </para>
      <para>4e: De betrokkene gaf tevens aan dat hij zou voldoen aan het doorrijdende verkeer welke het groene licht zou hebben en daarom mij rechts moest inhalen. Antwoord: Dit stel ik ter discussie, want de betrokkene reed namelijk op de linkerrijstrook achter mijn voertuig, haalde rechts in over de rechterrijstrook om vervolgens weer op de linkerrijstrook uit te komen. Hiermee blijkt dat de betrokkene niet voldeed om het verkeer mee te rijden. De betrokkene deed de inhaalmanoeuvre met één enkel doel, namelijk één voertuig inhalen om zodoende korter in de rij te hoeven staan.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Deze bepaling luidt als volgt: </para>
    <parablock>
      <para>“Inhalen geschiedt links.” </para>
      <para>Artikel 13, tweede lid, van het RVV 1990 bevat een uitzondering op deze hoofdregel: “Files mogen aan de rechterzijde worden ingehaald.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. De Nota van Toelichting bij artikel 13 van het RVV 1990 vermeldt voor zover hier van belang het volgende: “In het RVV 1990 is geen omschrijving van het begrip file opgenomen. Een exacte aanduiding is niet wel mogelijk, aangezien het verschijnsel zeer situatiegebonden is. In de praktijk verstaat men onder een file een rij voertuigen van een beduidende lengte, waarvan de rijsnelheid bepaald wordt door het overige verkeer ter plaatse en die stilstaan dan wel zich langzaam voortbeweegt. Dit besluit niet uit dat een beperkte rij voertuigen die relatief snel rijdt een file kan vormen.”</para>
    <para />
    <para>8. Vastgesteld kan worden dat de betrokkene achter de ambtenaar reed, de rij voertuigen waarin hij reed heeft verlaten door naar de rechterrijstrook te gaan om vervolgens de ambtenaar in te halen en terug naar de linkerrijstrook te gaan. Van voorsorteren is geen sprake. </para>
    <para>Nu artikel 13, tweede lid, van het RVV 1990 een uitzondering vormt op de hoofdregel van artikel 11, eerste lid, van het RVV 1990, ligt het op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat sprake is van een file. Daarin is de betrokkene niet geslaagd. Naar het oordeel van het hof is reeds hierom geen sprake van het aan de rechterzijde inhalen van een file, nu de betrokkene slechts één voertuig, namelijk dat van de ambtenaar, heeft ingehaald. De uitzondering is niet van toepassing.  Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>