<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-28T07:25:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.301.371</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2022-0160</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4373">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4373</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-22T09:56:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4373 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 31-05-2022 / 200.301.371</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4373:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 1:253a lid 1 BW: achternaamswijziging kind.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4373:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.301.371 </para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 379822) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 31 mei 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. B.J.H.L. Brouwer te Apeldoorn, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats2] ,</para>
      <para>verder te noemen: de vader. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 26 juli 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 8 oktober 2021. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 11 april 2022 heeft mr. R. Feunekes samen met de griffier gesproken met [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 in [plaats1] . [de minderjarige1] heeft op 12 april 2022 in aanvulling op dit gesprek een mailbericht aan het hof gestuurd, waarin ze haar mening geeft over het verzoek tot geslachtsnaamwijziging. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 19 april 2022 plaatsgevonden. Aanwezig waren:</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat, </para>
      <para>- de vader, en</para>
      <para>- een zittingsvertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling is op 20 april 2022 een mailbericht van de moeder ingekomen. Nu het hof geen toestemming heeft gegeven voor het indienen van dit stuk, heeft het hof dit mailbericht niet gelezen omdat het in strijd is met een goede procesorde. Het hof heeft dit mailbericht teruggestuurd naar de advocaat van de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Partijen zijn de ouders van:</para>
      <para>- [de minderjarige1] , geboren [in] 2006 in [plaats1] ; en</para>
      <para>- [de jong-meerderjarige] , geboren [in] 2003 in [woonplaats1] .</para>
      <para>De ouders zijn samen belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de jong-meerderjarige] . De ouders zijn op <?linebreak?>17 augustus 2017 gescheiden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij (tussen)beschikking van 11 december 2020 heeft de rechtbank de raad verzocht te onderzoeken of een wijziging van de geslachtnaam van de kinderen zoals de moeder heeft verzocht in het belang van [de minderjarige1] en [de jong-meerderjarige] is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De raad heeft de rechtbank op 20 april 2021 gerapporteerd en aangegeven dat een wijziging van de geslachtsnaam niet in het belang van [de minderjarige1] en [de jong-meerderjarige] is. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De moeder wenst de achternaam van [de minderjarige1] en [de jong-meerderjarige] te wijzigen, zodat zij de achternaam van de moeder zullen dragen. Omdat de vader, aldus de moeder, niet op haar verzoek tot medewerking aan de achternaamswijziging heeft gereageerd, heeft zij de rechtbank verzocht haar vervangende toestemming te verlenen zodat zij namens [de minderjarige1] en [de jong-meerderjarige] een verzoekschrift tot wijziging van de achternaam kan indienen. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder in lijn met het advies van de raad afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder is met een grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te beslissen dat aan de moeder en ook aan de inmiddels meerderjarige [de jong-meerderjarige] vervangende toestemming wordt gegeven tot indiening van een verzoek tot wijziging van hun geslachtsnaam bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vader heeft op de mondelinge behandeling verweer gevoerd en wil dat de verzoeken worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">de wet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Artikel 1:7 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, door de Koning kan worden gewijzigd.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:253a lid 1 BW kunnen geschillen over de uitoefening van het gezamenlijk gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">procespositie van de moeder en [de jong-meerderjarige]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de jong-meerderjarige] is in de loop van deze procedure meerderjarig geworden. Vanaf dat moment eindigt het gezag van haar ouders. De vader en de moeder zijn vanaf dat moment dus niet meer haar wettelijk vertegenwoordigers, zoals onder meer bedoeld in artikel 1:7 BW. Dit heeft tot gevolg dat de moeder en [de jong-meerderjarige] geen belang meer hebben bij het verzoek tot vervangende toestemming, nu er geen (mogelijke) te vervangen toestemming meer is. </para>
        <para>Dit leidt ertoe dat de moeder en [de jong-meerderjarige] in het verzoek om vervangende toestemming ex 1:253a BW, voor zover dit betrekking heeft op [de jong-meerderjarige] , niet-ontvankelijk zullen worden verklaard. Dat [de jong-meerderjarige] bij aanvang van de procedure nog wel minderjarig was, maakt dit overigens niet anders. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarmee ligt alleen nog ter beoordeling aan het hof voor het verzoek van de moeder voor zover dat ziet op het verkrijgen van vervangende toestemming tot het indienen van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige1] .</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">beoordeling hof</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof is - na eigen onderzoek - net als de rechtbank van oordeel dat het indienen van een verzoek tot wijziging van haar geslachtsnaam niet in het belang van [de minderjarige1] is. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt die tot de zijne. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het hof heeft van [de minderjarige1] begrepen dat zij om meerdere redenen de geslachtnaam van de vader niet meer wil voeren. Zo heeft [de minderjarige1] verteld dat ze vroeger een pappa’s kindje was, dat de vader haar met een jeugdtrauma heeft achtergelaten, dat zij er veel verdriet van heeft dat de vader zijn nieuwe gezin boven haar heeft gekozen, dat het dragen van de achternaam van de vader haar nu pijn doet en dat het voor haar nu als “klaar” voelt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>De mening van [de minderjarige1] weegt zwaar voor het hof. Dat betekent echter niet dat het indienen van een verzoek tot geslachtsnaamwijziging in het belang van [de minderjarige1] is. Zoals de raad in zijn advies op de mondelinge behandeling heeft uitgelegd, is het zeer ingrijpend voor een kind om van geslachtsnaam te wijzigen. De moeder en de vader hebben bij de geboorte van [de minderjarige1] samen gekozen voor de achternaam [achternaam vader] en [de minderjarige1] draagt die dan ook al haar hele leven als geslachtsnaam. Wijziging van haar achternaam betekent voor [de minderjarige1] dat zij openlijk afstand zou doen van een deel van haar identiteit. Die identiteitsontwikkeling staat toch al onder druk vanwege de ernstig verstoorde verhoudingen tussen de moeder en de vader. Ook de verhoudingen tussen de vader en [de minderjarige1] zijn sinds juni 2018 onder druk komen te staan. Dat is moeilijk voor [de minderjarige1] , want zij is net zo goed een kind van haar vader als van haar moeder. Het hof vindt, net als de raad op de mondelinge behandeling, de extreme afwijzing die [de minderjarige1] laat zien ten aanzien van de vader ongezond voor haar. Hoewel de vader heeft erkend dat hij in het verleden te weinig begrip voor [de minderjarige1] heeft getoond in de periode dat hij een nieuw (samengesteld) gezin met stiefkinderen kreeg, is niet aannemelijk dat die afwijzing van de vader volledig uit [de minderjarige1] zelf komt. Aan het verzoek tot geslachtsnaamwijziging is een jarenlange strijd tussen de ouders vooraf gegaan en de moeder heeft op de mondelinge behandeling gezegd dat zij vindt dat de kinderen prima zonder de vader kunnen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van het voorgaande faalt de grief. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigen</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">6.	De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vervangende toestemming in het kader van de voor haar voorgenomen wijziging van de geslachtsnaam van [de jong-meerderjarige] , geboren [in] 2003 in [woonplaats1] ;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart [de jong-meerderjarige] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen </para>
        <para>de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 26 juli 2021;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bekrachtigt die beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, M.H.F. van Vugt en D.J.M. van de Voort, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 31 mei 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>