<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-27T08:02:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/00458 t/m 21/00460</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBGEL:2021:908" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2021:908, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4049">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4049</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-25T12:19:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4049 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-05-2022 / 21/00458 t/m 21/00460</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4049:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>IB/PVV. Giftenaftrek. Compromis ter zitting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4049:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para>Locatie Arnhem</para>
    <para>Nummers 21/00458 tot en met 21/00460</para>
    <para>uitspraakdatum: <emphasis role="bold"> 17 mei 2022</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] </emphasis>te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 24 februari 2021, nummers AWB 19/319, AWB 19/321 en AWB 19/322 in het geding tussen belanghebbende en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">inspecteur </emphasis>van de<emphasis role="bold"> Belastingdienst </emphasis>(hierna: de Inspecteur) </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Aan belanghebbende zijn de volgende belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een navorderingsaanslag IB/PVV 2012, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 59.744. Tevens is bij beschikking € 121 aan belastingrente in rekening gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een aanslag IB/PVV 2015, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van €  61.500. Tevens is bij beschikking € 68 aan belastingrente in rekening gebracht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een aanslag IB/PVV 2016, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.933. Tevens is bij beschikking € 37 aan belastingrente in rekening gebracht.   </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De door belanghebbende tegen deze belastingaanslagen gemaakte bezwaren zijn door de Inspecteur bij uitspraken op bezwaar afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraken beroepen ingesteld bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen gericht tegen de in 1.1 genoemde belastingaanslagen ongegrond verklaard. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 14 april 2022 te Arnhem. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen was in geschil de omvang van de aftrekbare giften in de jaren 2012, 2015 en 2016.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn ter zitting tot overeenstemming gekomen over het volgende:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hoger beroep is ongegrond voor zover het ziet op de navorderingsaanslag IB/PVV 2012, alsmede de beschikking belastingrente met betrekking tot dat jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aanslag IB/PVV 2015 dient te worden verminderd met een bedrag van € 200 tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 61.300 en de beschikking belastingrente met betrekking tot dat jaar dient overeenkomstig te worden verminderd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aanslag IB/PVV 2016 dient te worden verminderd met een bedrag van € 455 tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.478 en de beschikking belastingrente met betrekking tot dat jaar dient overeenkomstig te worden verminderd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>aan belanghebbende dient ter zake van verletkosten (in alle instanties) een bedrag van € 1.600 aan proceskostenvergoeding te worden toegekend;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de Inspecteur dient het door belanghebbende in verband met het hoger beroep betaalde griffierecht van € 134 te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>belanghebbende ziet in deze procedure af van hetgeen hij anders of meer heeft gevorderd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof zal beslissen overeenkomstig hetgeen partijen ter zitting overeen zijn gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de aanslagen IB/PVV 2015 en 2016, alsmede de beschikkingen belastingrente met betrekking tot die aanslagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 61.300;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de aanslag IB/PVV 2016 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 65.478;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de beschikkingen belastingrente met betrekking tot die jaren dienovereenkomstig;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het door belanghebbende anders of meer gevorderde af;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een bedrag van € 1.600, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het door hem betaalde griffierecht voor het hoger beroep van € 134. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A.V. Boxem, voorzitter, mr. R. den Ouden en mr. M.G.J.M. van Kempen, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. In zijn plaats tekent mr. M.G.J.M. van Kempen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>						Namens de voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>(M.G.J.M. van Kempen)</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 17 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad </emphasis>www.hogeraad.nl.</para>
      <para>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. </emphasis>Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).</para>
      <para>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;</para>
    <para>2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</para>
    <para>3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>