<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:4031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-02T10:22:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.300.002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:4031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-02T10:22:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:4031 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2022 / 200.300.002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:4031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter waarbij het verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind is afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:4031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem							 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.300.002</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 9137459)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 19 mei 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ( [verzoeker] )</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats volgens de Basisregistratie Personen: [woonplaats1] ,</para>
      <para>huidige verblijfplaats: [verblijfplaats] in [plaats1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S. Spans in [woonplaats1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden zijn: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder] , handelend onder de naam [naam1] Bewindvoering (de bewindvoerder)</emphasis>,</para>
      <para>in [woonplaats2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder] (de moeder)</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats3] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de zus1] ( [de zus1] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats3] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de halfzus] ( [de halfzus] )</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [woonplaats4] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de zus2] ( [de zus2] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [woonplaats5] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderwerp</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om het bewind over de goederen van [verzoeker] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Belangrijke informatie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is geboren [in] 1967.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 16 mei 2016 heeft de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna te noemen: de kantonrechter) de goederen van [verzoeker] onder bewind gesteld wegens de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] . [verzoeker] had zelf om onderbewindstelling van zijn goederen verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [de bewindvoerder] , handelend onder de naam [naam1] Bewindvoering, voert sinds 16 februari 2020 het bewind over de goederen van [verzoeker] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft op 9 juli 2021 het verzoek van [verzoeker] tot opheffing van het bewind afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij is in hoger beroep gegaan. [verzoeker] wil dat het hof zijn verzoek tot opheffing van het bewind alsnog toewijst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De bewindvoerder, [de zus1] en [de zus2] zijn het niet eens met [verzoeker] . Zij vinden dat de kantonrechter de juiste beslissing heeft genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De rechtszaak bij het hof </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met bijlagen, ontvangen op 17 september 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief van de bewindvoerder van 3 november 2021 met bijlagen, en </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een e-mailbericht van mr. Spans van 13 april 2022 met bijlagen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 15 april 2022. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [verzoeker] met zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bewindvoerder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de zus1] , en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de zus2] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De moeder en [de halfzus] zijn uitgenodigd voor de zitting, maar zij zijn niet naar de zitting gekomen en hebben zich daar ook niet laten vertegenwoordigen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De redenen voor de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Hierna zal het hof uitleggen waarom het hof het eens is met de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>In de wet staat dat de kantonrechter het bewind kan opheffen indien het bewind niet meer noodzakelijk is of voorzetting van het bewind niet zinvol is gebleken (artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>Het bewind is ingesteld vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] . Het hof is van oordeel dat [verzoeker] op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat zijn lichamelijke of geestelijke toestand zodanig is gewijzigd, dat het bewind niet meer noodzakelijk is. Ook is niet gebleken dat voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] heeft naar voren gebracht dat hij zijn autonomie terug wil en dat hij daarom zelf zijn financiën wil beheren. Uit de verklaring van de bewindvoerder blijkt echter dat het steeds mis gaat op het moment dat [verzoeker] meer (financiële) vrijheid krijgt. De bewindvoerder heeft gezegd dat [verzoeker] recent nog meer (ook financiële) vrijheid heeft gekregen toen hij antikraak ging wonen en dat [verzoeker] in die periode veel geld uitgaf en allerlei spullen kocht die hij niet nodig had en vervolgens weer weggooide. [de zus1] , die geregeld contact heeft met [verzoeker] , heeft bevestigd dat [verzoeker] structuur nodig heeft, omdat hij anders “de gekste dingen” koopt. [verzoeker] heeft dat niet weersproken.</para>
        <para>Evenmin is weersproken dat zoals uit de verklaring van de bewindvoerder blijkt [verzoeker] bekend is met een lange psychiatrische voorgeschiedenis. Ook al is in deze procedure weinig inzicht gegeven in de geestelijke of lichamelijke toestand van [verzoeker] - ook [verzoeker] zelf heeft daarover geen medische informatie verstrekt - toch leidt het hof uit de verklaringen en het gedrag van [verzoeker] op de mondelinge behandeling af dat die toestand nog steeds voldoende basis biedt voor handhaving van het bewind. Ter zitting is immers gebleken dat [verzoeker] enige jaren geleden - toen het volgens zijn eigen verklaring slecht ging met hem - zijn inboedel door (het glas van) de ramen van zijn toenmalige woning naar buiten heeft gesmeten. Enkele maanden geleden - na de bestreden beschikking - heeft [verzoeker] ’s avonds laat rommel die rond zijn huis lag bij zijn huis in brand gestoken waardoor de brandweer moest komen en de politie. De politie voelde zich daarbij door [verzoeker] bedreigd. Dat dat niet tot een veroordeling van [verzoeker] heeft geleid - volgens [verzoeker] - doet daar niet aan af. </para>
        <para>Ter zitting liet [verzoeker] zich voorts lastig begrenzen in zijn communicatie en herhaalde hij zijn verklaringen - ook ongevraagd - enige malen, waarmee overigens niet is gezegd dat het hof het gedrag van [verzoeker] ter zitting als storend heeft ervaren: dat gedrag lijkt bij [verzoeker] te horen.</para>
        <para>Dat [verzoeker] , zoals zijn zussen en de bewindvoerder verklaren, baat heeft bij (ook) financiële structuur en begeleiding acht het hof dan ook aannemelijk.</para>
        <para>Het hof is daarom van oordeel dat het bewind nog steeds noodzakelijk en zinvol is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5</nr>
      <para>Kortom, het hof is van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Het hof zal die beslissing daarom bekrachtigen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:<?linebreak?></para>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 9 juli 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, M.H.F. van Vugt en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>