<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:3993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-13T09:03:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.299.963/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:3993">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:3993</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-13T09:03:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:3993 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-05-2022 / Wahv 200.299.963/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:3993:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn. Doordat een kinderzitje een zitplaats in beslag nam, was er een gordel te weinig beschikbaar. De gedraging is verricht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:3993:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.299.963/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 228649900 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 18 mei 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 30 juli 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Bij e-mail van 13 februari 2022 heeft de gemachtigde van de betrokkene het zittingsverzoek ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 september 2019 om 15:11 uur op de Waterlinieweg in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene bestrijdt de gedraging. Uit de verklaring van de ambtenaar kan niet worden afgeleid dat er meer personen werden vervoerd dan er aan autogordels beschikbaar waren in het voertuig. De feitcode ziet op het technische gedeelte van het voertuig en niet op de feitelijke situatie. Dat er een maxi cosi was geplaatst in het voertuig maakt niet dat er, technisch en op grond van de Regeling Voertuigen, ineens een zitplaats minder is in het voertuig. Het gaat blijkens de definitie van het begrip ‘zitplaats’, om de constructie van het voertuig. De betrokkene verzet zich daarnaast tegen wijziging van de feitcode zoals de advocaat-generaal subsidiair verzoekt. Het had op de weg van het openbaar ministerie gelegen om de feitcode eerder aan te passen, dan wel dit standpunt eerder in de procedure in te nemen. </para>
    <para />
    <para>3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de gedraging is verricht. Subsidiair stelt de advocaat-generaal voor om de feitcode aan te passen. </para>
    <para />
    <para>4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Meisje van 7 jaar werd op schoot van passagier gezeten op de achterbank aan de linkerzijde vervoerd. In totaal zaten vier volwassen personen in zitplaatsen in het voertuig. In het midden van de achterbank was een maxi cosi geplaatst.”</para>
    <para />
    <para>5. In dit geval is een sanctie opgelegd voor de gedraging met feitcode R 353i. Deze feitcode ziet volgens de bijlage bij de Wahv op een overtreding van artikel 59, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin – voor zover hier van belang – het volgende is bepaald: “Bestuurders van een personenauto en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. (…) Wanneer de zitplaatsen die bestemd zijn voor passagiers voorzien zijn van autogordels, worden op deze zitplaatsen niet meer passagiers vervoerd dan er autogordels aanwezig zijn.”</para>
    <para />
    <para>6. Bij besluit van 3 februari 2006, houdende wijziging van het RVV 1990 en het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn 2003/20/EG, tot wijziging van richtlijn 91/671/EG betreffende het verplichte gebruik van veiligheidsgordels in voertuigen van minder dan 3,5 ton, en in verband met het vervoer van passagiers in rolstoelen (Staatsblad 2006, 69), is de laatste volzin toegevoegd aan artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990. In de Nota van toelichting op dit besluit is in dit verband onder meer het volgende vermeld: “Eveneens nieuw is dat met ingang van 9 mei 2008 in auto's met gordels op de voor - en/of achterzitplaatsen op deze zitplaatsen niet meer passagiers mogen worden vervoerd dan er gordels zijn. In het oude artikel 59 RVV 1990 bestond deze beperking niet. Als de  beschikbare gordels in gebruik waren, mochten de overige passagiers «los» worden vervoerd.” Hieruit kan de kennelijke bedoeling van de regelgever worden afgeleid dat voor de bestuurder en alle passagiers van een personenauto een autogordel beschikbaar moet zijn en dat derhalve op iedere zitplaats van het voertuig die voorzien is van een autogordel niet meer dan één persoon mag worden vervoerd.</para>
    <para />
    <para>7. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat twee passagiers werden vervoerd op één zitplaats die was voorzien van een autogordel. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is dit strijdig met artikel 59, eerste lid, van het RVV 1990, zodat de administratieve sanctie terecht is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>8. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>