<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:2905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T07:32:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.295.212/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2905">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2905</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-30T07:32:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2905 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2022 / Wahv 200.295.212/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:2905:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 5 Wahv. De ambtenaar was belast met het vervoer van arrestanten en daarom gebonden aan tijdschema's en diverse voorschriften ten aanzien van al dan niet mogen stoppen. In deze situatie was er geen reële mogelijkheid de bestuurder staande te houden voor een verkeersovertreding en mocht op kenteken worden bekeurd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:2905:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.295.212/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 231266762 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 14 april 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2021, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding en om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 31 maart 2022. Namens mr. Lagas is verschenen O. Acar.<?linebreak?>De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “Als bestuurder een puntstuk gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op </para>
    <para>17 januari 2020 om 18:01 uur op de Einsteinweg (A10) in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de betrokkene stelt dat hij wilde uitvoegen van een file toen plotseling een voertuig vanuit de invoegstrook met hoge snelheid wilde invoegen waardoor hij moest uitwijken om een botsing te voorkomen. Het kan zijn dat hij een stukje over het puntstuk is gereden, nadat hij de andere auto voorbij had laten gaan en weer terug stuurde naar de afslag om de snelweg alsnog te verlaten. De betrokkene meent dat hij niet anders kon handelen en verzocht wordt de sanctie te vernietigen, nu de omstandigheden van het geval de oplegging daarvan niet rechtvaardigen. Ter zitting is aangevoerd dat het gelet op het verweer van de betrokkene op de weg van de CVOM had gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Verder wordt betwijfeld of het vervoer van arrestanten reden is om af te zien van tot staandehouding.</para>
    <para>3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:</para>
    <para>“Gedragingsgegevens:<?linebreak?>Ik verbalisant zag dat het genoemde voertuig met vier banden over het puntstuk reed. Ik zag dat het voertuig bijna een ongeval veroorzaakte, omdat het achteropkomend voertuig hiervoor hard moest remmen.<?linebreak?>(…)<?linebreak?>Ten tijde van de overtreding waren wij belast met het vervoer van arrestanten en was er geen staandehouding mogelijk.”</para>
    <para />
    <para>4. Gelet op de stukken in het dossier en het gevoerde verweer, waarbij de betrokkene erkent dat hij mogelijk over het puntstuk heeft gereden en een beroep doet op overmacht, is naar het oordeel van het hof op basis van voornoemde verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.</para>
    <para />
    <para>5. Een geslaagd beroep op overmacht kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat een sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Aan dit vereiste is niet voldaan. Het hof stelt vast dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene over het puntstuk is gereden, waarna hij bijna een ongeval veroorzaakte omdat het andere voertuig hierdoor hard moest remmen. De stelling van de betrokkene dat hij mogelijk over het puntstuk is gereden toen hij voor het andere voertuig moest uitwijken naar links, vindt dus geen steun in de aanwezige gegevens en is ook niet aannemelijk gemaakt. Het hof ziet geen aanleiding alsnog een aanvullend proces-verbaal bij de ambtenaar op te vragen, nu de verklaring in het zaakoverzicht voldoende duidelijk is. De standpunten van de betrokkene en de ambtenaar lopen ook dermate uiteen dat niet valt te verwachten dat een aanvullende verklaring van de ambtenaar een ander licht op de zaak zal werpen. Aldus mist het beroep op overmacht op basis van de aanwezige stukken feitelijke grondslag, zodat het om die reden niet kan slagen.</para>
    <para />
    <para>6. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.</para>
    <para />
    <para>7. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift naar voren gebracht dat het vervoer van arrestanten aan allerlei voorwaarden ten aanzien van toezicht, situaties waarin gestopt mag worden en omstandigheden waarin van het tijdschema mag worden afgeweken is verbonden. Daartoe wordt verwezen naar de Regeling vervoer van justitiabelen. Ook kunnen langere transporttijden tot onveilige situaties leiden, zoals onder meer volgt uit een deelverslag van Arrestantenzorg van de Eenheid Noord-Holland van 26 januari 2016.    </para>
    <para />
    <para>8. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht volgt dat hij de bestuurder niet heeft staande gehouden, omdat de ambtenaar en zijn collega(’s) belast waren met het vervoer van arrestanten. Het hof is van oordeel dat, gezien de aard van de taak waarmee de ambtenaar was belast, zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. In dit geval mocht de ambtenaar dan ook volstaan met het bekeuren op kenteken. </para>
    <para />
    <para>9. De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Aanleiding voor een proceskostenvergoeding is er niet. <?linebreak?><emphasis role="bold">De beslissing</emphasis></para>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>