<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:2877</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-15T00:02:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-002298-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBNNE:2021:1675" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2021:1675</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2877">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2877</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T10:06:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2877 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-04-2022 / 21-002298-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:2877:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest onderzoek Cryoliet. Beslissing op onderzoekswensen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:2877:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:	21-002298-21 </para>
      <para>Uitspraak d.d.:	14 april 2022 </para>
      <para>TEGENSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenarrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden</para>
      <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 30 april 2021 met parketnummer 18-209715-20 in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verdachte] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>thans verblijvende in [P.I.] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het hoger beroep</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Onderzoek van de zaak</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 31 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door de advocaat-generaal, de raadsvrouw mr. W. Koopmans en door verdachte naar voren is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Beslissing op onderzoekswensen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderhavige strafzaak maakt deel uit het van het onderzoek Cryoliet. Naast de zaak van verdachte zijn de zaken van twee medeverdachten in hoger beroep aan de orde. Op 31 maart 2022 heeft er in al deze zaken een regiezitting plaatsgevonden. Het hof heeft op die zitting bepaald dat bij tussenarrest op de onderzoekswensen zal worden beslist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoekswensen</emphasis>
      </para>
      <para>Bij appelschriftuur van 19 mei 2021 heeft de verdediging verzocht om het horen van de getuigen: </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          [getuige 1]
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [getuige 2]
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [getuige 3]
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [getuige 4]
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [getuige 5]
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>Daarnaast heeft de verdediging het hof verzocht om: </para>
    <para>6. Het laten opmaken van een schorsingsrapportage. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van het hof op 31 maart 2022 heeft de raadsvrouw kenbaar gemaakt af te zien van het verzoek om [getuige 5] te horen (onderzoekswens 5). Ten aanzien van het verzoek om een schorsingsrapportage op te laten maken (onderzoekswens 6) heeft de raadsvrouw nader toegelicht dat het haar - nu zij afzonderlijk een verzoek om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis zal indienen - om een actualisering van het reclasseringsrapport ten behoeve van de inhoudelijke behandeling gaat. De raadsvrouw persisteert bij de overige ingediende onderzoekswensen (1-4) en deze zijn door haar ter terechtzitting van het hof mondeling toegelicht. </para>
      <para>Daarnaast is door haar te kennen gegeven dat de verdediging alleen wenst aan te sluiten bij een specifiek aantal onderzoekswensen die in de zaken van de medeverdachten zijn ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt advocaat-generaal </emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft met betrekking tot de onderzoekswensen van de verdediging op 7 september 2021 een schriftelijk standpunt ingediend. Overeenkomstig dit standpunt heeft de advocaat-generaal ter terechtzitting op 31 maart 2022 geconcludeerd tot het toewijzen van het verzoek tot het horen van de getuigen 1 tot en met  4. Ten aanzien van het verzoek om een (actualisering van de) reclasseringsrapportage op te laten maken heeft de advocaat-generaal toegezegd de reclassering daartoe voorafgaande de inhoudelijke behandeling in alle strafzaken opdracht te geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Criterium</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof heeft het verzoek tot het horen van de onder 1 tot en met 4 vermelde getuigen getoetst aan het criterium van het verdedigingsbelang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof beslist als volgt op de onderzoekswensen van de verdediging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1-3. Horen getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3]</emphasis>
      </para>
      <para>Het verzoek van de verdediging om getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] te horen houdt verband met de omstandigheid dat de rechtbank deze verklaringen in de bewijsconstructie (al dan niet als steunbewijs) heeft gebruikt. De getuigen zijn niet eerder ten overstaan van een rechter gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht het, met de advocaat-generaal, in het belang van de verdediging deze getuigen te horen en wijst deze verzoeken toe. De getuigen zullen indien mogelijk door een gedelegeerd raadsheer-commissaris worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="italic">Horen getuige [getuige 4]</emphasis></para>
    <para>Het verzoek van de verdediging om getuige [getuige 4] te horen ziet blijkens de onderbouwing daarvan op de omstandigheid dat de getuige aanwezig was op het moment dat verdachte en zijn medeverdachten werden aangehouden en de getuige daarover in afgeluisterde telefoongesprekken uitlatingen heeft gedaan. De verdediging wenst hem daarover te ondervragen. De getuige is niet eerder ten overstaan van een rechter gehoord. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht het, met de advocaat-generaal, in het belang van de verdediging deze getuigen te horen en wijst dit verzoek toe. De getuige zal indien mogelijk door een gedelegeerd raadsheer-commissaris worden gehoord. </para>
      <para>Op het verzoek om ten behoeve van de inhoudelijke behandeling de reclassering opdracht te geven een actualisering van het reclasseringsrapport op te maken hoeft het hof, gelet op hetgeen de advocaat-generaal heeft toegezegd, niet meer te beslissen.</para>
      <para>Ten slotte overweegt het hof dat de verdediging heeft verzocht om aan te mogen sluiten bij een aantal onderzoekswensen die in de zaken van medeverdachten zijn gedaan. Het hof wijst dit verzoek toe, in die zin dat voor zover er naar aanleiding van onderzoekswensen in de strafzaken van de medeverdachten stukken aan het dossier worden toegevoegd en/of nader onderzoek zal plaatsvinden, dit ook in de onderhavige zaak geschiedt, en dat voor zover er in andere zaken getuigen zullen worden gehoord, de raadsvrouw in de gelegenheid wordt gesteld daarbij aanwezig te zijn. In dat geval geldt wel de kanttekening dat bij de planning van die verhoren geen rekening kan worden gehouden met de agenda van de raadsvrouw, maar het staat haar vrij om zich bij verhindering te laten vervangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing op verzoek opheffing en schorsing voorlopige hechtenis</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter gelegenheid van de regiezitting op 31 maart 2022 het verzoek tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. De raadsvrouw heeft daarbij verwezen naar hetgeen zij ter gelegenheid van de pro-forma zitting op 3 januari jl. heeft aangevoerd. Gesteld is daarnaast dat, indien het hof het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijst, het tijdsverloop en het feit dat er nog geen zicht is op een inhoudelijke behandeling thans aanleiding dient te zijn de voorlopige hechtenis te schorsen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en zijn raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de inhoud van het dossier acht het hof de ernstige bezwaren en gronden voor de voorlopige hechtenis van verdachte onverkort aanwezig. Het voorarrest van verdachte is tevens gegrond op het vonnis van de rechtbank, waarbij naar het oordeel van het hof geen sprake is van een apert onjuist of ondeugdelijk vonnis. In hetgeen door de verdediging is aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om de voorlopige hechtenis op te heffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof ziet evenmin aanleiding om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen. Het hof ziet de persoonlijke belangen van verdachte bij invrijheidsstelling, maar acht wat ter onderbouwing is aangevoerd van onvoldoende gewicht om een schorsing te rechtvaardigen gelet op de ernst en aard van de feiten. Bij afweging van het belang van verdachte om zijn strafproces in vrijheid af te wachten dient in het belang van strafvordering bij voortzetting van het voorarrest te prevaleren. Het hof heeft hierbij gelet op de aard en ernst van het aan verdachte verweten feit en de 12-jaarsgrond waarop het voorarrest is gebaseerd. Een schorsing verhoudt zich niet met de 12-jaarsgrond, behoudens zeer uitzonderlijke gevallen dan wel zwaarwegende belangen van persoonlijke aard. Hiervan is niet gebleken. In hetgeen de verdediging in dit verband met betrekking tot het tijdsverloop heeft aangevoerd ziet het hof geen aanleiding de voorlopige hechtenis te schorsen. Het hof merkt in dit verband op dat de heden bij tussenarrest toegewezen onderzoekswensen in de zaak van verdachte en die van de medeverdachten naar verwachting spoedig uitgevoerd kunnen worden. De planning van de inhoudelijke behandeling kan daarom naar verwachting binnen afzienbare termijn ter hand worden genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heropent het onderzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt de stukken in handen van de (gedelegeerd) raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuigen te horen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [getuige 1] , geboren op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats]</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [getuige 2] , geboren op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats]</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [getuige 3] , geboren op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats]</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [getuige 4] , geboren op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats]</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Draagt de advocaat-generaal op de stukken die in de zaken van de medeverdachten aan het dossier worden toegevoegd ook te voegen in het dossier van verdachte;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Schorst</emphasis> het onderzoek voor <emphasis role="bold">onbepaalde tijd</emphasis>, langer dan één maand maar korter dan drie maanden, om de klemmende reden dat het onderzoek nog niet is afgerond en het zittingsrooster van het hof een eerdere behandeling niet toelaat, met bevel tot oproeping van <emphasis role="bold">verdachte</emphasis> tegen de datum en het tijdstip waarop de zitting zal worden voortgezet en met tijdige kennisgeving hiervan aan de <emphasis role="bold">raadsvrouw</emphasis> van verdachte en de <emphasis role="bold">benadeelde partijen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. G.A. Versteeg, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.C. Fuhler en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen, griffier,</para>
      <para>en op 14 april 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>