<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-14T08:00:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.285.968/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T09:09:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2817 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-04-2022 / 200.285.968/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:2817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afrekening aanneming.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:2817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.285.968/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 7854107)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 12 april 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aannemersbedrijf Bout en Zonen B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Huizen,</para>
      <para>appellante in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Bout</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. E.J.H. van Lith, die kantoor houdt te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Grotenhuis Installatie Buro B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Bussum,</para>
      <para>geïntimeerde in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellante in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Grotenhuis</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.D. Scheer, die kantoor houdt te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Naar aanleiding van het tussenarrest van 7 december 20221 hebben beide partijen een akte genomen. Daarna is opnieuw arrest gevraagd. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het hof<?linebreak?></title>
    <para>
      <emphasis role="italic">Inleiding </emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof herhaalt voor alle duidelijkheid het volgende.</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Bout is een redelijke prijs verschuldigd voor het op grond van de offerte van                 4 juni 2018 in haar opdracht uitgevoerde werk en voor werk aan de keuken, waaronder ‘gasleiding aangelegd en afgeperst’, de hemelwaterafvoer van de uitbouw en de vloerverwarming. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het hof neemt niet aan dat Grotenhuis in de daarvoor verzonden factuur van                    26 september 2018 arbeidsloon dubbel heeft gefactureerd: onvoldoende is bestreden dat Grotenhuis in die factuur uren in rekening heeft gebracht die betrekking hadden op de badkamerwerkzaamheden. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Voor het werk aan de<emphasis role="underline"> wasmachinekraan </emphasis>is al een creditfactuur verzonden, zodat Bout de kosten daarvan niet hoeft te betalen. Het hof zal verder uitgaan van het in rekening gebrachte arbeidsloon en de (ook) gespecificeerde kosten, behalve de volgende posten. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De kosten voor arbeid en materiaal die verband houden met de werkzaamheden <emphasis role="underline">standleiding omgezet,  warmwaterleiding vanaf cv ketel aangepast</emphasis>,  <emphasis role="underline">later extra warmwaterleiding t.b.v. badkamer vanaf cv</emphasis>, <emphasis role="underline">fontein toilet aangepast </emphasis>en <emphasis role="underline">leidingwerk omgelegd </emphasis>moeten in mindering worden gebracht op de factuur van                                             26 september 2018. Deze posten worden hierna nog afzonderlijk besproken.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De door zowel Bout als Grotenhuis gevorderde <emphasis role="underline">herstelkosten vloerverwarming</emphasis> worden afgewezen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De in mindering te brengen kosten voor arbeid en materiaal</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Grotenhuis heeft een nadere specificatie gegeven van de factuur van                                                   26 september 2018. Op die twee stukken is de onderbouwing gebaseerd van de hierna te bespreken, voor haar niet declarabele posten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standleiding omgezet</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De materiaalkosten belopen volgens de specificatie € 59,90, de arbeidskosten € 301,38.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Deze opgave wordt gemotiveerd door Bout bestreden: de kosten aan arbeid en materiaal ten aanzien van de relevante post op de specificatie behoren tot de kosten die niet aan Bout hadden mogen worden doorbelast. Op deze kosten gaat Grotenhuis echter niet in. Hij heeft slechts enkele kleine posten uit de factuur overgenomen, maar er zijn meer materialen doorbelast die betrekking hebben op het omzetten van de standleiding. In de specificatie is bijvoorbeeld alleen 1 inzetstuk en 3 keer een bocht opgenomen. Logischerwijs zal ook een rioolbuis aangelegd moeten worden en zullen daarnaast allerlei bochten en aansluitstukken op bestaand riool moeten worden aangesloten. De rioolstandleiding is een 110 mm PVC buis die in de keuken is verplaatst. Die kwam uit de betonnen badkamervloer via de bestaande meterkast naar beneden tot in de kruipruimte. Deze ruimte is betrokken bij de keuken. Daarbij zijn de meterkast en de standleiding verplaatst. Het gaat om de volgende werkzaamheden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>1) Bestaande buis inzagen, loskoppelen en wegslopen;</para>
        <para>2) Op het deel wat uit de betonnen vloer komt een nieuwe bocht maken;</para>
        <para>3) Onder de vloer de gehele aansluiting op het hoofdriool weghalen;</para>
        <para>4) Het hoofdriool aanpassen ten behoeve van de nieuwe aansluiting standleiding;</para>
        <para>5) Bochten en toebehoren aanbrengen voor het plaatsen van standleiding;</para>
        <para>6) Aanbrengen standleiding PVC 100nm;</para>
        <para>7) Beugelen van standleiding.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Grotenhuis omschrijft een overgangsmof en 3 bochten. Daarmee is de specificatie echter niet compleet. Al het PVC 110, 75 en 125mm heeft betrekking op de werkzaamheden van de standleiding. PVC van formaat 50mm heeft betrekking op het riool voor de gootsteen. Hiervoor is door Grotenhuis een kleine aanpassing gedaan. De gootsteen van de keuken is namelijk minimaal verplaatst. Dat is terug te zien in de factuur. Er zijn immers 3 moffen en     1 buis gebruikt voor deze werkzaamheden. Gezien het formaat van de afvoeren stelt Bout dat de regel `slijtage voor boren met diameter 110 t/m 150mm' behoort tot de werkzaamheden aan de standleiding. Gezien de omvang van de werkzaamheden heeft dit meer tijd in beslag genomen dan Grotenhuis stelt (zie hierna).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De materialen en kosten die met betrekking tot de standleiding ten onrechte zijn doorbelast, zijn door Bout in een nadere productie blauw gearceerd. Het gaat dan om een totaal van € 157,71.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Warmwaterleiding vanaf cv ketel aangepast </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Extra warmwaterleiding t.b.v. badkamer vanaf cv </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De materiaalkosten voor de aanpassing belopen volgens de specificatie € 26,23 en de arbeidskosten € 454,75. Voor het overige is volgens Grotenhuis geen materiaal gebruikt. Deze werkzaamheden zegt zij niet in rekening te hebben gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Bout heeft ook deze  opgave  bestreden: door Grotenhuis is voor dit onderdeel aan materialen alleen 4 meter lengte CLIMAFL standaard opgenomen (buisisolatie) en een doosje schroeven. Dat is niet correct: op de factuur is het maken van waterleidingen te onderscheiden. TC ALUPEXBUIS 25mm heeft daarop betrekking, inclusief de bijbehorende drukhulzen, verlopen, T-stukken en dergelijke. Uit de factuur blijkt dat ook ALUPEX 16mm is gebruikt voor de aanpassingen van de keuken. Ook die vallen onder de ten onrechte doorbelaste materialen. Gezien het aantal meters 25mm leiding (14+24 meter) gaat het hier om leidingwerk vanaf de CV tot de badkamer en een extra waterleiding. De door Bout in de specificatie roze gearceerde onderdelen van in totaal € 653,80 dienen in mindering te worden gebracht, aldus Bout.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Op het arbeidsloon gaat het hof nog afzonderlijk in.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Fontein toilet aangepast </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Leidingwerk omgelegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Hiervoor is volgens Grotenhuis geen materiaal gebruikt. Deze werkzaamheden zegt zij niet in rekening te hebben gebracht. Dat laatste wordt bestreden (zie hierna).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Arbeidsloon</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Uit de door Bout op de producties van Grotenhuis gearceerde hoeveelheid materialen en de omvang van de werkzaamheden voor wat betreft de standleiding kan volgens Bout worden geconcludeerd dat de door Grotenhuis gespecificeerde uren niet correct zijn. De hoeveelheid gebruikte materialen met betrekking tot de keuken, zowel voor het water als de afvoer, zijn minimaal en in lijn met de wijziging ten aanzien van de oude keuken in de woning; het water en de afvoer zaten op vrijwel dezelfde plek. Op grond van de verklaring van Grotenhuis dat op 3 juli 2018 de laatste dingen voor de keuken zijn uitgevoerd, het feit dat de dagen daarvoor voor deze laatste zaken aan de keuken voorbereidingen zijn getroffen en de materialen die bij deze werkzaamheden horen minimaal zijn, wordt door Bout geconstateerd dat door Grotenhuis alleen op 22 juni 2018 is gewerkt aan de voorbereiding en wijziging van de keuken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <para>Bout stelt dat de uren in de periode 13 juni t/m 18 juni en 21 juni 2018 behoren bij werkzaamheden aan de waterleiding van de badkamer, nu dit aansluit aan de werkzaamheden van de badkamers. Dit geldt ook voor het toilet. De werkzaamheden van zowel de badkamers als het toilet zijn gelijktijdig uitgevoerd en horen bij Okma. Het totaal van de in die periode verrichte arbeid is volgens Bout 45 uur en 31 minuten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Totalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13</nr>
      <para>Het totaal van de gemarkeerde <emphasis role="italic">materialen</emphasis> bedraagt volgens Bout € 811,51 (btw verlegd). Daarnaast zal er een aantal keer <emphasis role="italic">reiskosten</emphasis> gerekend worden voor deze werkzaamheden (€ 30). Het <emphasis role="italic">arbeidsloon</emphasis> dat aan de periode 13 juni tot en met 18 juni 2018 en de datum 21 juni 2018 gekoppeld kan worden, berekent Bout op € 2.435,14 (45 uur en                  31 minuten maal € 53,50).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie van het hof </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14</nr>
      <para>Het gedetailleerde verweer van Bout overtuigt het hof. Dat betekent dat de vordering tot het door Bout berekende totaal gemotiveerd bestreden is en blijft. In mindering op de vordering van Groothuis moet daarom worden gebracht in totaal € 3.276,65 (811,51 + 30 + 2.425,14). Toewijsbaar is daarmee een hoofdsom van € 8.299,42 (11.576,07 – 3.276,65). Voor het overige treft het hoger beroep geen doel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15</nr>
      <para>Het bestreden vonnis zal worden vernietigd. Het hof zal op grond van het voorgaande een nieuwe beslissing geven. Gelet op het feit dat partijen in hoger beroep over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zal het hof bepalen dat zij in deze procedure ieder hun eigen kosten moeten dragen (zogenaamde compensatie van proceskosten). Dat geldt niet voor de door de kantonrechter beoordeelde vorderingen. De beslissing over de proceskosten ter zake van de vordering van Grotenhuis blijft in stand, omdat die vordering voor een belangrijk deel terecht is toegewezen (de conventie). In de oorspronkelijke reconventie zal het hof alsnog Bout in de kosten van de eerste aanleg veroordelen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing<?linebreak?></title>
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>1. vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland van                 22 juli 2020 voor zover dat in conventie en reconventie is gewezen, behoudens voor zover het hierna wordt bekrachtigd, en neemt de volgende beslissing:</para>
    <para />
    <para>2. bekrachtigt het genoemde vonnis voor zover dat onder 3.3 is gewezen;</para>
    <para />
    <para>3. veroordeelt Bout tot betaling aan Grotenhuis van € 8.299,42, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 10 oktober 2018 tot de dag van algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para>4. veroordeelt Bout tot betaling aan Grotenhuis van € 890,76 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
    <para />
    <para>5. veroordeelt Bout in de kosten van het geding in eerste aanleg in de reconventie, tot op heden aan de zijde van Grotenhuis vastgesteld op € 540 (3 punten, € 180 per punt) aan salaris van de gemachtigde;</para>
    <para />
    <para>6. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>7. bepaalt dat partijen de proceskosten van de procedure in dit hoger beroep zelf moeten betalen;</para>
    <para />
    <para>5. wijst af wat verder is gevorderd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. R.E. Weening, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 april 2022. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>