<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:2545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-04T10:27:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P21/0398</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2545">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2545</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-04T10:27:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2545 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-03-2022 / P21/0398</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:2545:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hoger beroep van de terbeschikkinggestelde is gericht tegen de afwijzing van zijn verzoek tot het doen van onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Hij kan zich wel vinden in het plan voor de invulling van zijn resocialisatietraject, maar hij wil dat traject voortzetten in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde. Bij de terbeschikkinggestelde is een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden aangewezen. Zijn resocialisatietraject verloopt nu goed in het kader van het proefverlof maar dit traject is nog niet in voldoende mate afgerond en dient daarom te worden voortgezet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:2545:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P21/0398 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 17 maart 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,</para>
    <para>verblijvende in een woonvoorziening van de [forensisch regionale instelling voor begeleid wonen] ,</para>
    <para>onder verantwoordelijkheid van [forensisch psychiatrisch centrum] te [plaats] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 oktober 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en – impliciet – afwijzing van het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 8 november 2021;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de voortgangsverslagen van Reclassering Nederland over de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de aanvullende informatie van [forensisch psychiatrisch centrum] van 22 februari 2022.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 3 maart 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.C. Sassen, advocaat te Utrecht, en de advocaat-generaal mr. D.J. de Jong.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep van de terbeschikkinggestelde is niet gericht tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Hij is het alleen niet eens met de afwijzing van zijn verzoek tot het doen van onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Hij kan zich wel vinden in het plan voor de invulling van zijn resocialisatietraject, maar hij wil dat traject voortzetten in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. Hij zit nu al 23 jaar in deze, tweede, terbeschikkingstelling. Vanwege zijn positieve ontwikkeling in de afgelopen jaren is hij toe aan een volgende stap. Hij is weliswaar twee keer tijdelijk teruggeplaatst in de kliniek, maar die terugplaatsingen hadden niets met het recidiverisico te maken. De rechtbank achtte een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging prematuur omdat het proefverlof twee weken voor de behandeling van de verlengingsvordering was gestart. Het proefverlof loopt inmiddels bijna een half jaar. De terbeschikkinggestelde wordt al tweeëneenhalf jaar begeleid door dezelfde begeleider, eerst in het kader van het transmuraal verlof en nu in het kader van het proefverlof, en personen uit de COSA-kring zijn in wisselende samenstelling ook al jarenlang bij hem betrokken. Hij wordt nu een half jaar ambulant behandeld bij [forensisch psychiatrische polikliniek]. De begeleiding en ambulante behandeling van de terbeschikkinggestelde kunnen worden voortgezet bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Zijn verhuizing naar een zelfstandige woning is het enige openstaande doel van het lopende resocialisatietraject. Hij verblijft al geruime tijd alleen in zijn huidige woning. Hij neemt initiatieven om thuis alles goed te regelen en onderhoudt contacten met mensen in de buurt en personen uit de COSA-kring. Het stabiele en betrokken netwerk zal hij houden bij een voorwaardelijke beëindiging. Het recidiverisico is laag in de huidige omstandigheden die in de praktijk vrijwel niet zullen veranderen bij een voorwaardelijke beëindiging. Het maandelijkse gesprek van de terbeschikkinggestelde met een medewerker van de kliniek heeft weinig meerwaarde en de mogelijkheid van een time-outopname in de kliniek blijft bestaan bij een voorwaardelijke beëindiging. De raadsvrouw heeft in hoger beroep opnieuw verzocht de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken door de reclassering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is voldaan aan de formele criteria voor een verlenging van de terbeschikkingstelling. Bij de terbeschikkinggestelde is nog steeds sprake van een stoornis. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog wanneer de maatregel nu zou worden beëindigd. De terbeschikkingstelling loopt al lange tijd. Er wordt echter nog wel voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het indexdelict is ernstig. Er is ook sprake van recidive. Het is van belang dat het traject van de terbeschikkinggestelde geleidelijk verloopt, ook omdat hij in 2019 nog een forse stap terug moest zetten in dat traject. Alle deskundigen zijn het erover eens dat er nog een aantal stappen moeten worden gezet om in vertrouwen over te kunnen gaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar door de rechtbank is een indicatie dat het de goede kant opgaat. Uit de aanvullende informatie van de kliniek blijkt dat het nog steeds de goede kant op gaat. Nu is het echter nog te vroeg om een maatregelenrapport te laten opstellen door de reclassering. De komende periode moet worden benut een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel voor te bereiden. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onderzoek voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft weliswaar overwogen dat zij het aanhoudingsverzoek ten behoeve van het onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afwijst, maar zij heeft verzuimd deze beslissing in het dictum op te nemen. Het hof merkt dit aan als een kennelijke vergissing en leest het dictum van de rechtbank op dit punt verbeterd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen. De noodzakelijkheid van dit onderzoek is niet gebleken.</para>
      <para>Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde. Bij de terbeschikkinggestelde is een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden aangewezen. Zijn resocialisatietraject verloopt nu goed in het kader van het proefverlof maar dit traject is nog niet in voldoende mate afgerond en dient daarom te worden voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevestiging verlengingsbeslissing</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de terbeschikkingstelling slechts kan worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen <emphasis role="italic">of goederen</emphasis> de verlenging van de terbeschikkingstelling eist. De algemene veiligheid van goederen vormt geen grond voor de verlenging alleen al omdat de terbeschikkingstelling al langer dan vier jaren heeft geduurd. Daarom zal het hof de voormelde overweging van de rechtbank op dit punt verbeteren, met dien verstande dat <emphasis role="italic">“of goederen”</emphasis> komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met verbeterde lezing op voormelde punten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af </emphasis>het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bevestigt</emphasis> met verbetering van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 oktober 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. G. Mintjes als voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E. van Wees en mr. P.C. Vegter als raadsheren, </para>
      <para>drs. I. van Outheusden en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Hermans als griffier,</para>
      <para>en op 17 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. P.C. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>