<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:2122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-21T11:27:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P21/0193</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:2122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-21T11:21:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:2122 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-03-2022 / P21/0193</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:2122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging met aanvulling van gronden van de beslissing van de rechtbank om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Het hof is van oordeel dat de regie over de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bij de rechtbank moet worden gelegd, nu de rechtbank kort na het uitkomen van het maatregelrapport de nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zal behandelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:2122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P21/0193 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 10 maart 2022</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,</para>
    <para>verblijvende in Forensisch Psychiatrische Kliniek [locatie] <emphasis role="italic">(hierna: de kliniek)</emphasis>,</para>
    <para>verder te noemen de terbeschikkinggestelde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 23 maart 2021. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <para>- het proces-verbaal van de zitting van dit hof van 16 september 2021;</para>
  <para>- de tussenbeslissing van dit hof van 30 september 2021;</para>
  <para>- de wettelijke aantekeningen van september tot en met november 2021;</para>
  <para>- het proces-verbaal van de zitting van dit hof van 16 december 2021;</para>
  <para>- de aanvullende informatie van de kliniek van 10 januari 2022;</para>
  <para>- de Pro Justitia-rapportage van psycholoog dr. W.F. van Kordelaar van 24 januari 2022;</para>
  <para>- de Pro Justitia-rapportage van psychiater drs. E.M.M. Mol van 26 januari 2022;</para>
  <para>- het naschrift met bijlagen bij voornoemde Pro Justitia-rapportages van 31 januari 2022;</para>
  <para>- de schriftelijke reactie van de kliniek op voornoemde Pro Justitia-rapportages van </para>
  <para>10 februari 2022.</para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 24 februari 2022 gehoord de advocaat-generaal </para>
    <para>mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman </para>
    <para>mr. R.B.M. Poppelaars, advocaat te Breda.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in zijn tussenbeslissing van 30 september 2021 het volgende overwogen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De terbeschikkinggestelde is in 2011 in België veroordeeld tot een interneringsmaatregel. In</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2019 is deze maatregel door België overgedragen aan Nederland, waarbij de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">interneringsmaatregel is omgezet in de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">van overheidswege. Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde in Nederland nog niet</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">multidisciplinair is onderzocht door onafhankelijke deskundigen, dat eventueel eerder</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">uitgevoerd onderzoek niet de duidelijkheid heeft gebracht die FPC [locatie]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">nodig heeft en dat onvoldoende informatie beschikbaar is over de periode waarin de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terbeschikkinggestelde de interneringsmaatregel heeft ondergaan.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet hierop acht het hof het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk dat de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">terbeschikkinggestelde door een psychiater en een psycholoog van het NIFP wordt onderzocht. Daarbij dienen de vragen van de NIFP-standaardvraagstelling voor</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verlengingsrapportages te worden beantwoord, waarbij in ieder geval ook het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">risicomanagement tegen het licht gehouden dient te worden en onderzocht dient te worden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">of een ander (minder zwaar) kader volstaat.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van deze tussenbeslissing hebben dr. W.F. van Kordelaar, psycholoog, en drs. E.M.M. Mol, psychiater respectievelijk op 24 januari 2022 en 26 januari 2022 gerapporteerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. </para>
      <para>Het is goed dat het hof in september jl. zorgvuldig te werk is gegaan en Pro Justitia-onderzoek heeft bevolen. Inmiddels is een nieuwe verlengingsprocedure aanhangig bij de rechtbank. In dat kader zal de reclassering een maatregelrapport opmaken, dat op 29 april a.s. wordt verwacht. De inhoudelijke zitting bij de rechtbank is gepland op 17 mei 2022. Er is geen bezwaar om de regie bij de rechtbank te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. De nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling wordt op korte termijn behandeld bij de rechtbank. De kliniek en de externe deskundigen zijn het erover eens dat er onderzoek moet worden gedaan naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het is goed dat er binnenkort een maatregelrapport komt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verlenging</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In september 2020 is aan de terbeschikkinggestelde transmuraal verlof toegekend. In het kader van dit verlof is de terbeschikkinggestelde op 17 november 2020 overgeplaatst naar de resocialisatieafdeling [naam afdeling] . De terbeschikkinggestelde praktiseert sinds het voorjaar van 2021 beperkte onbegeleide verloven, die goed verlopen. Hij is binnen de afdeling [naam afdeling] meer tot rust gekomen, hij accepteert aansturing van begeleiding en hij accepteert zijn antipsychotische depotmedicatie. De terbeschikkinggestelde neemt trouw en gemotiveerd deel aan zijn behandeling. Sinds 10 augustus 2021 verblijft de terbeschikkinggestelde op een flat behorende bij de afdeling [naam afdeling] , welk verblijf eveneens positief verloopt. Hij is goed in de samenwerking en heeft een goed gevuld dagprogramma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psychiater Mol adviseert in zijn rapport van 26 januari 2022 om de terbeschikkinggestelde voortvarend te resocialiseren, bij voorkeur in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Hij geeft het hof in overweging om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar en het (eventueel gedane) verzoek van de raadsman om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, af te wijzen zodat de regie wat betreft de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bij de rechtbank komt te liggen. Psycholoog Van Kordelaar adviseert in zijn rapport van 24 januari 2022 eveneens om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar zodat de rechtbank kan nagaan of een onderzoek naar de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege al opportuun is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kliniek heeft bij schriftelijke reactie van 10 februari 2022 voormelde adviezen van de deskundigen onderschreven. De kliniek steekt in op het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege door de reclassering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting bij het hof is gebleken dat een maatregelrapport bij de reclassering inmiddels is aangevraagd en dat dit op 29 april 2022 wordt verwacht. Op 17 mei 2022 wordt de nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling behandeld bij de rechtbank. Het hof is van oordeel dat de regie over de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bij de rechtbank moet worden gelegd, nu de rechtbank kort na het uitkomen van het maatregelrapport de nieuwe vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zal behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bevestigt met aanvulling van gronden</emphasis> zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 23 maart 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.E. van Wees als voorzitter,</para>
      <para>mr. W.A. Holland en mr. M.J. Vos als raadsheren, </para>
      <para>en drs. I.M. van Woudenberg en drs. C.J.J.C.M. van Gestel als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,</para>
      <para>en op 10 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>