<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-10T11:34:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.268.459/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:204">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:204</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-10T11:34:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:204 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-01-2022 / Wahv 200.268.459/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:204:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bebording aanwezig? Bij de wegbeheerder blijkt niet bekend te zijn dat het bord 'bebouwde kom' met een vuilniszak afgedekt is geweest, zodat deze stelling van de betrokkene niet aannemelijk is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:204:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.268.459/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 220792501 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 13 januari 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 19 juli 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 103,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 12 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 oktober 2018 om 19:22 uur op de N278 in Gulpen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene betwist niet de aanwezigheid van bebording H1 op de route die de betrokkene heeft gevolgd, maar voert aan dat de bebording ten tijde van de gedraging was voorzien van zwarte vuilniszakken waardoor de betrokkene, die niet uit de regio komt, niet wist dat hij in de bebouwde kom reed. De kantonrechter heeft in zijn beslissing een onjuiste verdeling van de bewijslast inzake de bebording gehanteerd omdat de snelheid is gemeten met een flitspaal en er geen schouwrapporten zijn overgelegd van de situatie op of rond de pleegdatum. Verder overweegt de kantonrechter dat de bestuurder aan de hand van het bord ‘voorrangsweg’ had kunnen en moeten afleiden dat hij zich in de bebouwde kom bevond. Misschien had de bestuurder dit kunnen afleiden, maar moeten is naar de mening van de gemachtigde niet aan de orde. In reactie op de door de advocaat-generaal overgelegde informatie voert de gemachtigde aan dat het verweer met deze informatie niet is weerlegd.  </para>
    <para>3. In het algemeen mag ervan worden uitgegaan dat bebording voor de weggebruiker zichtbaar is. Dit uitgangspunt brengt mee dat in  een situatie als deze, waarin de aanwezigheid van bebording niet wordt betwist, het op de weg van de betrokkene ligt om aannemelijk te maken dat de bebording ten tijde van de gedraging niet zichtbaar was. De betrokkene heeft gesteld dat de bebording was voorzien van zwarte vuilniszakken. </para>
    <para />
    <para>4. Door de advocaat-generaal is nadere informatie ingewonnen. Een verklaring van [naam1] , [functie] bij de provincie Limburg, is overgelegd. Op de vraag van de advocaat-generaal of op het moment van overtreding de borden voorzien waren van zwarte vuilniszakken, antwoordt hij:</para>
    <para>“Bij de provincie is niet bekend dat de borden op 17-10-2018, tijdstip 19:22 u, voorzien waren van plastic vuilniszakken.´ </para>
    <para />
    <para>5. De stelling van de betrokkene vindt geen bevestiging in de informatie van de wegbeheerder. Het hof verbindt hieraan de gevolgtrekking dat de betrokkene er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de bebording ten tijde van de gedraging niet zichtbaar was. De gevolgen van de omstandigheid dat de betrokkene de bebording heeft gemist, moeten voor zijn rekening blijven. </para>
    <para />
    <para>6. Hetgeen de kantonrechter heeft overwogen met betrekking tot de voorrangsborden moet als overweging ten overvloede worden beschouwd, zodat het dienaangaande gevoerde verweer van de gemachtigde geen bespreking behoeft.</para>
    <para />
    <para>7. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing bevestigen.</para>
    <para />
    <para>8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>