<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:1388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T08:03:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.268.279/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:1388">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:1388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T08:02:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1388 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-02-2022 / Wahv 200.268.279/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:1388:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bebording aanwezig? Autoweg (bord G3). Niet blijkt dat dit bord ten tijde van de controle aanwezig was. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. Voor zover de advocaat-generaal stelt dat de betrokkene niet in zijn belangen is geschaad door het ontbreken van het bord, is dat standpunt onjuist. Zonder bord zou de bestuurder niet 22, maar 42 km/u te hard hebben gereden, waardoor strafrechtelijke afdoening had plaatsgevonden. In zo'n geval komt de betrokkene een beroep op de disculpatiemogelijkheid van artikel 181 Wegenverkeerswet 1994 toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:1388:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.268.279/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 220520709 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 23 februari 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 9 augustus 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 200,- voor: “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 22 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 oktober 2018 om 12.15 uur op de Rijksweg N11 in Hazerwoude met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de aanwezigheid van een bord G3. Daarbij wijst de gemachtigde erop dat de gedraging is vastgesteld door middel van een flitspaal en er geen schouwrapporten zijn overgelegd, waaruit de aanwezigheid van de bebording op of rond de pleegdatum blijkt. Op Street View is aan het begin van het wegvak een bord G3 zichtbaar, maar die opname is van 2017 terwijl de datum van de gedraging 7 oktober 2018 is.   </para>
    <para />
    <para>3. Uit het zaakoverzicht volgt dat de gedraging is geconstateerd door middel van een lusdetector en een flitspaal op de hiervoor buiten de bebouwde kom gelegen (auto)weg. De toegestane maximumsnelheid zou hier 100 km/h hebben bedragen. Het dossier bevat geen schouwrapporten of anderszins informatie met betrekking tot de bebording ter plaatse.  </para>
    <para />
    <para>4. Het hof is van oordeel dat het dossier niet de voor de vaststelling van de gedraging noodzakelijke informatie bevat over de aanwezigheid van deugdelijke bebording ten tijde van het vaststellen van de gedraging. Bij gebreke van afdoende informatie is naar het oordeel van het hof niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat sprake was van een middels bord G3 aangegeven autoweg. Daarmee staat niet vast dat de maximumsnelheid ten tijde van de gedraging 100 km/h was. </para>
    <para />
    <para>5. Het hof volgt niet het (impliciete) standpunt van de advocaat-generaal dat de betrokkene niet in enig belang is geschaad door het ontbreken van andere informatie over de bebording ter plaatse. Zoals de advocaat-generaal zelf in het verweerschrift opmerkt zou de overschrijding van de maximumsnelheid bij het ontbreken van een bord G3 in dit specifieke geval 42 km/h bedragen in plaats van 22 km/h. Alsdan is sprake van een overtreding waarbij de betrokkene zich mogelijk kan disculperen met een beroep op artikel 181 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    <para />
    <para>6. Het voorgaande brengt mee dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het hof zal de inleidende beschikking vernietigen. </para>
    <para />
    <para>7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en de nadere toelichting op het beroep dienen in totaal 3,5 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.345,50 (= 1,5 x € 541,- x 0,5 + 2,5 x € 759,- x 0,5).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.345,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>