<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:11334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-07T09:03:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P22/223</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_penitentiairStrafrecht">Strafrecht; Penitentiair strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:11334">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:11334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-07T09:01:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:11334 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-11-2022 / P22/223</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:11334:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Tussenbeslissing; het hof acht zich onvoldoende voorgelicht om op het namens de terbeschikkinggestelde ingediende beroep te kunnen beslissen. Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk dat wordt afgewacht of de positieve ontwikkeling – zoals beschreven in de rapportages van de reclassering en de psychiater – zich de komende periode voortzet. Met dat doel heropent het hof de behandeling, schorst het onderzoek (in beginsel) tot 5 januari 2023 en stelt de stukken in handen van de AG. Verder stelt het hof vast dat op 1 januari 2023 de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een jaar zal hebben geduurd. De beslissing van de rechtbank tot voorwaardelijke beëindiging van 9 november 2021 is op 17 december 2021 aan de terbeschikkinggestelde betekend. Daarna bestond er voor hem tot en met 31 december 2021 gelegenheid beroep in te stellen tegen de beslissing. Dit is niet gebeurd, zodat de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging op 1 januari 2022 onherroepelijk is geworden en de voorwaardelijke beëindiging op die dag is ingegaan. Dat het openbaar ministerie geruime tijd heeft gewacht met de betekening van de beslissing van de rechtbank is onwenselijk, maar maakt het voorgaande niet anders.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:11334:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P22/223 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 3 november 2022 </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,</para>
    <para>wonende te [adres] (onder verantwoordelijkheid van Reclassering Nederland).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2022. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, alsmede de afwijzing van het verzoek tot aanhouding. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>̶ de akte van uitreiking van 17 december 2021 betreffende de beslissing van 9 november 2021 van de rechtbank Amsterdam tot beëindiging van de verpleging van overheidswege; </para>
    <para>̶ het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    <para>̶ de beslissing waarvan beroep;</para>
    <para>̶ de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 19 juli 2022;</para>
    <para>̶ de aanvullende informatie van Reclassering Nederland van 6 oktober 2022;</para>
    <para>̶ het e-mailbericht met bijlagen van de raadsman van 19 oktober 2022. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 20 oktober 2022 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage, en de </para>
    <para>advocaat-generaal mr. V. Smink.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van het hof Amsterdam van 17 april 2012 is aan de terbeschikkinggestelde onder meer de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd. De tenuitvoerlegging van de maatregel is op 1 juli 2012 ingegaan. Bij beslissing van 9 november 2021 heeft de rechtbank Amsterdam de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Deze beslissing is op 17 december 2021 aan de terbeschikkinggestelde betekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van de verlengingsprocedure heeft een rapporterende psychiater op 22 maart 2022 advies uitgebracht. Het advies houdt – samengevat – in om de maatregel te verlengen met een jaar. De terbeschikkinggestelde is gediagnostiseerd met een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, alsmede zwakbegaafdheid. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag in een situatie waarbij sprake is van structuur en toezicht. Zonder juridisch kader neemt het risico op termijn toe naar laag-matig. Vooral een gebrek aan structuur en daginvulling ziet de psychiater  als risico verhogend. De psychiater kan zich verenigen met de door de reclassering voorgenomen vervolgstappen. De terbeschikkinggestelde zal worden geïntroduceerd bij een ForFACT-team, hetgeen gericht is op praktische ondersteuning en ervoor zal zorgen dat de terbeschikkinggestelde minder afhankelijk is van zijn steunsysteem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Reclassering Nederland heeft in het kader van de verlengingsprocedure op 28 april 2022 advies uitgebracht. Het advies houdt – samengevat – in om de maatregel te verlengen met een jaar. De reclassering heeft de conclusies uit het advies van de psychiater overgenomen wat betreft de diagnostiek en de inschatting van het recidiverisico. De reclassering heeft aangegeven dat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op 9 november 2021 is uitgesproken, waardoor de wettelijke termijn van een jaar ten tijde van het uitbrengen van het advies nog niet is gepasseerd. De reclassering acht het van belang om de terbeschikkinggestelde het komende jaar te monitoren in zijn weg naar zelfstandigheid en het voortzetten van de positieve voortgang op zijn leefgebieden. In dat verband heeft zij opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde zich volledig meewerkend opstelt en actief is in het contact met zowel het ForFACT-team als de reclassering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft op 24 mei 2022 gevorderd de maatregel met een jaar te verlengen. De rechtbank Amsterdam heeft bij beslissing van 7 juli 2022 de maatregel met een jaar verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten behoeve van de zitting van 20 oktober 2022 heeft de reclassering op 6 oktober 2022 aanvullende informatie aan het hof doen toekomen. De reclassering heeft – samengevat – geadviseerd de maatregel onvoorwaardelijk te beëindigen. De terbeschikkinggestelde heeft laten zien zijn stabiliteit vast te kunnen houden, waardoor hij steeds zelfstandiger is geworden. Hij beschikt over een beschermend sociaal netwerk en aanvaardt hulp en begeleiding. Daarnaast is hulpverlenging vormgegeven, die ook in vrijwillig kader kan worden voortgezet. De reclassering concludeert dat de terbeschikkinggestelde voldoende is ingebed in de samenleving om de maatregel te kunnen beëindigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter zitting geconcludeerd tot afwijzing van de vordering tot verlenging en daarmee tot beëindiging van de maatregel. Beëindiging van de maatregel dient in te gaan op het moment dat de verpleging van overheidswege minimaal een jaar voorwaardelijk is beëindigd (artikel 6:2:17, eerste lid, Wetboek van Strafvordering). In dat licht heeft de advocaat-generaal voorgesteld de zaak aan te houden en de zaak eind december 2022/begin januari 2023 opnieuw op zitting te plannen, teneinde tegen die tijd te bepalen dat de vordering tot verlenging wordt afgewezen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De terbeschikkinggestelde heeft primair verzocht om de beslissing waarvan beroep te vernietigen en de vordering tot verlenging af te wijzen. Gelet op de adviezen van de reclassering en de psychiater is er geen grond voor verlenging. Er is geen recidiverisico meer. Verlenging van de maatregel enkel omdat de wet voorschrijft dat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege minimaal een jaar dient te duren is onjuist. Dit is immers strijdig met de vereisten voor verlenging van de maatregel. Subsidiair is verzocht het voorstel van de advocaat-generaal (zoals hiervoor weergegeven) te volgen. In dat verband is opgemerkt dat de verlate betekening van de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet voor rekening en risico van de terbeschikkinggestelde dient te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het hof zich op basis van de voorhanden zijnde informatie onvoldoende acht voorgelicht om te kunnen oordelen op het namens de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk dat wordt afgewacht  of de positieve ontwikkeling – zoals beschreven in de rapportages van de reclassering en de psychiater – zich de komende periode voortzet. In dat licht zal het hof de advocaat-generaal verzoeken het daartoe te leiden dat de reclassering uiterlijk 15 december 2022 een schriftelijke update inzendt betreffende die ontwikkeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met dit doel zal het hof de behandeling heropenen en het onderzoek (in beginsel) schorsen tot 5 januari 2023 om 12.00 uur en de stukken in handelen stellen van de advocaat-generaal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat op 1 januari 2023 de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een jaar zal hebben geduurd. De beslissing van de rechtbank tot voorwaardelijke beëindiging van 9 november 2021 is op 17 december 2021 aan de terbeschikkinggestelde betekend. Daarna bestond er voor hem tot en met 31 december 2021 gelegenheid beroep in te stellen tegen de beslissing. Dit is niet gebeurd, zodat de beslissing tot voorwaardelijke beëindiging op 1 januari 2022 onherroepelijk is geworden en de voorwaardelijke beëindiging op die dag is ingegaan. Dat het openbaar ministerie geruime tijd heeft gewacht met de betekening van de beslissing van de rechtbank is onwenselijk, maar maakt het voorgaande niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Tussenbeslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>̶ <emphasis role="bold">Heropent</emphasis> de behandeling van de zaak om voormeld doel en schorst het onderzoek voor bepaalde tijd tot de terechtzitting van <emphasis role="bold">5 januari 2023 om 12.00 uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>̶ <emphasis role="bold">Stelt</emphasis> de stukken met voornoemd doel in handen van de advocaat-generaal en verzoekt de advocaat-generaal daaraan uitvoering te geven;</para>
    <para />
    <para>̶ <emphasis role="bold">Beveelt </emphasis>de oproeping van de terbeschikkinggestelde tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman;</para>
    <para />
    <para>̶ <emphasis role="bold">Houdt</emphasis> iedere verdere beslissing aan. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. G. Mintjes als voorzitter,</para>
      <para>mr. M.E. van Wees en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren, </para>
      <para>en dr. W.J. Canton en drs. I. Breukel als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.A.A.M. van der Veen als griffier,</para>
      <para>en op 3 november 2022 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden en mr. E.A.K.G. Ruys zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>