<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:10982</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T12:37:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.312.136</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10982">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10982</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T12:36:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10982 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-12-2022 / 200.312.136</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:10982:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident schorsing (351 Rv). Van dreiging dat appellante met kind op straat komt te staan en dakloos wordt wanneer woning executoriaal wordt verkocht geen sprake (meer). Stelling dat Crown heeft geweigerd toe te zeggen dat zij zal afzien van het treffen van executiemaatregelen gedurende het onderhandse verkooptraject eveneens onvoldoende reden om belangenafweging in voordeel van appellante te doen uitvallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:10982:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.312.136</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 9413862)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 20 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident ex artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>hierna: [appellante] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.R. Bügel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Crown Intern Transport B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,</para>
      <para>verweerster in het incident,</para>
      <para>hierna: Crown,</para>
      <para>advocaat: mr. A.P.J.M. Verbeek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het arrest in het incident ex artikel 351 Rv van 18 oktober 2022 hier over. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het verdere verloop blijkt uit:</para>
      <para>- een akte van [appellante] ,</para>
      <para>- een akte van Crown.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De motivering van de beslissing in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij het tussenarrest van 18 oktober 2022 heeft het hof [appellante] in de gelegenheid gesteld te reageren op de stelling van Crown dat [appellante] blijkens het BRP sinds 18 juli 2022 staat ingeschreven op het adres [adres] te [plaats1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [appellante] stelt dat zij weliswaar met ingang van 11 juli 2022 over een huurwoning in [plaats1] beschikt, maar dat zij toch belang heeft bij schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis van 25 mei 2022. Daartoe voert zij aan dat zij nog steeds hoofdzakelijk in haar woning te [woonplaats1] verblijft en de weekenden en vrije dagen veelal in [plaats1] doorbrengt. Het is volgens [appellante] namelijk onmogelijk om telkens van [plaats1] naar [plaats2] te gaan voor haar werk en naar [woonplaats1] voor de school van haar zoon [de zoon] . Voorts stelt [appellante] dat het hof het belang van een (ongestoorde) onderhandse verkoop van de woning in aanmerking moet nemen en dat de weigering van Crown toe te zeggen dat zij geen executiemaatregelen zal nemen voldoende reden is om de tenuitvoerlegging van het vonnis alsnog te schorsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Wanneer een veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, is deze uitvoerbaar, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van de kantonrechter. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. [appellante] heeft echter niet gesteld dat de bestreden vonnissen berust op een (of meerdere) misslag(en).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof overweegt dat van een dreiging dat [appellante] met [de zoon] op straat komt te staan en dakloos wordt wanneer haar woning te [woonplaats1] executoriaal wordt verkocht geen sprake (meer) is. Het is voor haar – anders dan zij aanvankelijk stelde – mogelijk gebleken een woning te huren. Het moge zo zijn dat de afstand van [plaats1] tot haar werk en tot de school van [de zoon] groter is dan voorheen, maar die omstandigheid is onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat het belang van [appellante] bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van Crown om het bestreden vonnis van 25 mei 2022 ten uitvoer te kunnen leggen. De stelling dat Crown heeft geweigerd toe te zeggen dat zij zal afzien van het treffen van executiemaatregelen gedurende het onderhandse verkooptraject door de ING, die een recht van hypotheek op de woning heeft en dit traject vanwege het executoriale beslag van Crown is gestart, is – wat daar verder ook van zij – eveneens onvoldoende reden om de belangenafweging in het voordeel van [appellante] te doen uitvallen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging moet worden afgewezen. [appellante] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Crown vastgesteld op € 787,- (1 punt x tarief II) voor salaris advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Het hof zal bepalen dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt en verder iedere beslissing aanhouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident ex artikel 351 Rv</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vivare vastgesteld op € 787,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt verder iedere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en D.M.I. de Waele en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>