<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:10928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T08:00:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.307.989</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10928">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10928</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-21T10:35:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10928 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-12-2022 / 200.307.989</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:10928:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van geschil in hoger beroep. Hof veroordeelt partijen tot nakoming van in vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:10928:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.307.989</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 9462925</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 20 december 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1]</para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld </para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als verzoeker</para>
      <para>hierna: [appellant]</para>
      <para>advocaat: mr. D. Coskun</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De Volksbank N.V.</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Utrecht</para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als verweerster </para>
      <para>hierna: de Volksbank</para>
      <para>advocaat: mr. M.H.B.F. Lambie</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 14 december 2021 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met producties van [appellant] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties van de Volksbank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van mr. Coskun van 26 april 2022 met als bijlage het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij de kantonrechter;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van mr. Coskun van 30 november 2022 met het verzoek om de door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst vast te leggen in een beschikking;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het V-formulier van mr. Coskun van 1 december 2022 met de intrekking van het hoger beroep;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van mr. Lambie van 12 november 2022 waarin zij bevestigt dat de Volksbank instemt met het opnemen van de vaststellingsovereenkomst in een beschikking.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De motivering van de beslissing in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het hof stelt vast dat partijen ter beëindiging van het onderhavige geschil in hoger beroep een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, door de Volksbank ondertekend op 15 november 2022 en door [appellant] op 16 november 2022. Een door het hof gewaarmerkte kopie van de vaststellingsovereenkomst wordt aan deze beschikking gehecht. Het hof begrijpt dat partijen het hof verzoeken een beslissing te geven conform de inhoud van deze vaststellingsovereenkomst. Het hof zal partijen veroordelen tot nakoming van de in die overeenkomst vastgelegde afspraken. Deze veroordeling heeft geen verdere strekking dan om partijen een executoriale titel te verschaffen teneinde zo nodig de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst in rechte af te dwingen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het hof begrijpt de intrekking van het hoger beroep door [appellant] zo, dat [appellant] daarmee heeft bedoeld dat met deze beschikking een einde komt aan de procedure in hoger beroep. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt vast dat partijen ter beëindiging van het onderhavige geschil in hoger beroep de afspraken hebben gemaakt zoals die zijn vastgelegd in de aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt partijen tot nakoming van de in die vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, D.M.I. de Waele en M.S.A. van Dam en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>