<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:1024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T08:22:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.275.530/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:1024">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:1024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T08:22:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:1024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-02-2022 / Wahv 200.275.530/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:1024:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeren binnen vijf meter van een kruispunt. Op basis van de foto's kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:1024:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.275.530/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 223982142 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 10 februari 2022</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Midden-Nederland van 27 januari 2020, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren bij een kruispunt binnen 5 meter daarvan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 februari 2019 om 10.38 uur op de Wim Sonneveldlaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde heeft het hof verzocht om de gronden die zijn aangevoerd tegen de inleidende beschikking te beoordelen omdat de officier van justitie nergens op is ingegaan en de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard terwijl hij het wel eens was met hetgeen de gemachtigde had aangevoerd, namelijk dat uit de foto's blijkt dat het voertuig niet binnen vijf meter van het kruisingsvlak stond.  </para>
    <para />
    <para>3. Als bezwaar tegen de inleidende beschikking is aangevoerd dat uit de foto’s van de ambtenaar valt af te leiden dat het voertuig niet binnen vijf meter van het kruisingsvlak stond. Er past immers nog een auto voor voordat het kruisingsvlak wordt bereikt. </para>
    <para />
    <para>4. In het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal is als verklaring van de ambtenaar opgenomen dat hij zag dat het voertuig van de betrokkene binnen vijf meter van de kruising van de Wim Sonneveldlaan met de Louis Davidslaan stond. De ambtenaar heeft een zestal foto's die hij van de gedraging heeft gemaakt, overgelegd. </para>
    <para>5. De kantonrechter heeft - voor zover relevant - overwogen:</para>
    <para>“De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring van de verbalisant. Daarbij wordt overwogen dat uit de foto’s niet blijkt dat de afstand tot het kruispunt minder dan vijf meter was. Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.”</para>
    <para />
    <para>6. Met de gemachtigde moet worden geoordeeld dat de overweging van de kantonrechter dat uit de foto’s niet blijkt dat de afstand tot het kruispunt minder dan vijf meter was, geen grondslag kan bieden aan de conclusie dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. </para>
    <para />
    <para>7. Het hof heeft in zijn arrest van 4 april 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl  ECLI:NL:GHARL:2018:3159, met betrekking tot gedragingen als deze overwogen dat het standpunt dat gemeten moet worden vanaf het einde van de afronding van de hoeken in zijn algemeenheid niet als juist kan worden aanvaard en dat betekenis toekomt aan de ligging van het kruispunt, in relatie tot de strekking van artikel 24, eerste lid, onder a, van het RVV 1990.</para>
    <para />
    <para>8. De ambtenaar heeft in zijn verklaring niet aangegeven wat het punt is geweest binnen vijf meter waarvan het voertuig stond. Uit de overgelegde foto's blijkt dat het voertuig van de betrokkene stond ter hoogte van de afronding van de hoeken van de kruising van de Wim Sonneveldlaan met de Louis Davidslaan. De achterzijde van het voertuig stond bij het einde van de afronding van de hoeken, nog voor de put. </para>
    <para />
    <para>9. De foto's bieden geen steun voor de conclusie dat de afstand van de voorzijde van het voertuig tot de denkbeeldige lijn waar de rijbaan van de Louis Davidslaan op de rijbaan van de Wim Sonneveldlaan uitkomt, groter is dan vijf meter. De afstand bedraagt niet meer dan drie en een halve meter.  </para>
    <para />
    <para>10. Gelet hierop heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat het beroep ongegrond moet worden verklaard, zij het dat de motivering van diens beslissing verbetering behoeft. </para>
    <para />
    <para>11. Het hof zal, gelet op het voorgaande, de beslissing van de kantonrechter bevestigen met verbetering van gronden.</para>
    <para />
    <para>12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>